De tragedie van een blogger

Veel mensen denken dat schrijven vanzelf gaat. Dat ge gaat zitten, een paar geestige invallen opschrijft en een uurtje later tevreden op 'publiceren' klikt.

Ik zou willen dat het zo werkte.

Het begint meestal heel onschuldig. Iemand zegt iets. Ik lees ergens een artikel. Ik zie een merel die met veel misbaar een veel te dikke regenworm uit de grond probeert te sleuren. En terwijl ik daar eigenlijk helemaal niet mee bezig wil zijn, begint er ergens achter in mijn hoofd een klein radertje te draaien.

"Daar zit een verhaal in."

Dat is een vervelende eigenschap van verhalen. Ze laten zich niet wegsturen. Ze zijn als ongewenst bezoek dat zegt dat het maar vijf minuutjes blijft en drie uur later nog altijd op uw terras zit.

Maar dan begint het echte werk. Of beter: het echte gevecht.

De eerste versie is geschreven, en vanaf dan begint het schrappen. Herschrijven. Twijfelen. Woorden die eerst perfect leken, blijken plots toch niet helemaal juist te liggen. Een zin kan mij blijven storen zonder dat ik precies weet waarom. Ik lees hem opnieuw, verander één woord, zet een komma weg, haal ze weer terug en eindig soms met exact dezelfde zin waarmee ik begonnen was.

Dat zijn van die momenten waarop ik mij luidop afvraag of ik mijn tijd niet grandioos aan het verdoen ben. Want terwijl ik daar zit te vechten met een komma die niet op haar plaats wil blijven staan, tikt de klok gewoon verder.
En tijd... daar ben ik de laatste jaren toch net iets zuiniger op geworden. Een mens gaat anders naar een namiddag kijken wanneer oncologen plots deel van zijn agenda zijn geworden.

Dan neem ik mij voor dat het mooi geweest is. Dat ik vandaag eens géén blog ga schrijven. Wat langer in de zon blijven zitten. Gewoon niks doen. Dat laatste is trouwens schromelijk onderschat. Niks doen is heerlijk, alleen gun ik het mezelf veel te weinig.

Gewoon een dag zoals andere mensen dat blijkbaar moeiteloos kunnen: wat in de tuin rommelen, met mevrouw Willy ergens een cappuccino drinken, een wandeling maken zonder voortdurend naar zinnen te zoeken die zich onderweg opdringen.

Ik neem mij dat voor met de beste bedoelingen van de wereld en op dat moment meen ik het ook echt.

Maar ge kunt moeilijk ruzie maken met uw eigen gedachten. Die winnen altijd. Tegen dat de avond valt, zit ik toch weer achter mijn toetsenbord, starend naar een wit scherm dat mij uitdagend lijkt aan te kijken, alsof het wil zeggen: "Vooruit dan... ge weet toch dat ge het niet gaat kunnen laten."

Dus ja... waarom blijf ik dit doen? Waarom kruip ik telkens opnieuw achter dat scherm terwijl ik mezelf plechtig had beloofd dat ik ermee zou minderen?

Maar gisteren had ik een klein sprookje geschreven. Over zeven lantaarns. Een knipoog naar de Zeven Harten-groep. Vanmorgen las ik de reacties. Een dichteres, van wie ik zelf al meer dan eens gedacht heb: verdorie, kon ik maar zo met woorden omgaan, schreef dat ze eindeloos herlezen had. Haar hartsvriendin reageerde al even warm.

En plots voelde al dat geploeter een stuk minder nutteloos. Ineens besefte ik weer dat al die uren van twijfelen, schrappen en opnieuw beginnen misschien toch niet verloren zijn. Dat woorden soms iets kunnen aanraken waarvan ge zelf niet eens wist dat het geraakt kon worden.

Misschien is dát wel de echte tragedie van een blogger.

Dat hij zichzelf met de regelmaat van de klok plechtig belooft ermee te stoppen.
Dat hij daar ook oprecht van overtuigd is.

Tot er iemand iets zegt.
Of een merel een veel te dikke regenworm uit de grond probeert te sleuren.
Of een verhaal weer zachtjes aan zijn mouw begint te trekken.

En voor hij het goed en wel beseft, zit hij opnieuw achter zijn toetsenbord.

Ach ja...

Morgen ga ik eens niks schrijven

Echt waar.