1000

Gepubliceerd op 8 mei 2026 om 06:18

Duizend blogs. Pffff…

Als iemand mij dat jaren geleden had voorspeld, had ik hem waarschijnlijk aangekeken alsof hij mij wijsmaakte dat mijn oude Fiat Scudo plots zou veranderen in een Ferrari. Niet onmogelijk misschien, maar toch… weinig kans.

En toch is het zover geraakt.

Als ik eerlijk ben, had ik daar in het begin nooit bij stilgestaan. Er was geen plan, geen groot voornemen om ooit een ronde mijlpaal te halen. Het begon gewoon, bijna uit noodzaak. Omdat ge plots in die rotwereld van kanker terechtkomt, waar alles draait rond onderzoeken, behandelingen en cijfers waar ge zelf geen vat op hebt, en waar uw hoofd soms zo vol zit dat ge het gevoel krijgt dat er ergens een uitweg moet zijn.

Voor mij werd dat schrijven.

Ik herinner mij nog altijd de woorden van Hanneke, die lieve Hanneke die mij op weg zette.
“Willy”, zei ze, “jij moet schrijven, jij moet bloggen. Jij kunt dat. Jij hebt dat nodig.”
En gelijk had ze.

En dan ben ik beginnen bloggen. Over kleine dingen, grote dingen, dwaasheden, herinneringen, ergernissen, gevoelens. Ook eens over kanker zelf, maar dikwijls meer over de bijhorende mallemolen dan over dat rotbeest zelf.

En stilaan, zonder dat ik het goed besefte, werd dat schrijven een soort veilige plek. Een wereld waar ik mij thuis voelde. Waar ik niet de patiënt was met een dossiernummer en een stapel bloedwaarden, maar gewoon Mr Willy. Een man met een toetsenbord en een hoofd vol kronkels, en onderweg ook een hoop vrienden — eerst virtueel, later in appgroepen en soms zelfs in levende lijve.

En ergens onderweg is dat stille, introverte mannetje van vroeger langzaam veranderd in Mr Willy — een versie van mezelf die ik vroeger waarschijnlijk niet eens zou herkend hebben. Iemand die zijn gedachten durft neer te schrijven, zijn twijfels, zijn humor, zijn ergernissen, zijn angsten.

En bij zo’n moment hoort toch een klein buiginkje — geen diepe knieval, daar zijn die knoken te oud voor geworden — maar toch een welgemeende dank u.

Een dank u voor al die mede-kankerlijers (bedoeld als troetelwoord, maar dat zullen jullie intussen wel weten) die al die jaren de moeite hebben gedaan om mijn stukjes te lezen, te volgen, te waarderen en er soms ook nog commentaar bij te geven. Ik kan niet genoeg benadrukken hoe belangrijk dat voor mij geweest is. Nog altijd.

En daarnaast wil ik ook een apart dankwoord richten aan de community manager en de moderatoren, die al die jaren het forum in goede banen hebben gehouden. Dat is werk dat ge als gewone gebruiker nauwelijks ziet, maar dat er wel voor zorgt dat wij daar met z’n allen onze plek hebben.

En ja… laat ik het maar eerlijk zeggen: zonder hun censuur had ik allang voorbij blog nummer 1100 gezeten. Maar dan wel ergens ver buiten de lijntjes, waar zelfs ik op den duur niet meer geweten zou hebben waar ik eigenlijk mee bezig was.
Dat ik desondanks de vrijheid heb gekregen om te schrijven wat ik moest schrijven, en hoe ik het wou schrijven — zelfs wanneer het dikwijls over van alles ging behalve over kanker — dat waardeer ik oprecht.

En nu zitten we hier. Met duizend blogs achter mij, een hoop herinneringen in mijn rugzak, en nog altijd dat toetsenbord onder mijn vingers dat weigert om stil te vallen.

En dan komt vanzelf die vraag die ge liever niet te luid stelt: wat brengt de toekomst?

Nog eens duizend blogs?

Pfff… dan moet ik toch nog minstens een jaar of vijf, zes meegaan. En voor een kankerlijer, zelfs één met een redelijke gezondheid, is dat geen periode, dat is een eeuwigheid. Een stuk tijd waar ge voorzichtig naar kijkt, een lange weg waarvan ge niet weet of ge hem helemaal zult kunnen uitlopen.

Niet onmogelijk, zeker niet — maar ge voelt wel dat het niet meer zo vanzelf gaat als vroeger.

En tegelijkertijd ligt er nog van alles te wachten.
De roedel die nog naar boekvorm moet. De kronieken van Zweef. Het boek Marjolijn. Dat Smoelenboekje
En Mevr Willy die mij al een tijd de oren van het hoofd zaagt om ook die duizend blogs van mij eens netjes tussen twee kaften te krijgen.

En als ge dat allemaal samenlegt dan weet ge eigenlijk al genoeg.

En bloggen wordt sowieso moeilijker. Stress, dat verdomde chemobrein, een hoofd dat sneller vermoeid raakt — het speelt allemaal mee. Ik voel dat het schrijven meer moeite begint te kosten dan vroeger, dat een tekst soms meer energie vraagt dan ik eigenlijk in huis heb. Een mentale druk die me soms teveel wordt.

Dus eerlijk gezegd: met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal de frequentie van mijn blogs gaan afnemen.
Het lichaam en het hoofd hebben hun eigen wetten.

Er is minder nodig om mij stilletjes te laten terugtrekken. Even uit beeld te verdwijnen. In een hoekje te gaan zitten, wat voor mij uit te staren, gewoon wat ongelukkig te wezen.

En dat vreet. Niet luid, niet spectaculair — maar stilletjes, van binnenuit.

En toch… stoppen met schrijven is geen eenvoudige gedachte.

Niet alleen omdat schrijven mij recht houdt, maar ook omdat het ondertussen veel meer geworden is dan alleen woorden op een scherm. Het is mijn manier geworden om verbonden te blijven met mensen. Mijn manier om een plaats te hebben in een wereld die anders soms verdacht stil zou worden.

Laat ik het maar eerlijk zeggen: zonder dat bloggen zou mijn wereld een stuk kleiner zijn. Veel kleiner. Dus zelfs op dagen dat het lastig gaat, dat de woorden zich verstoppen of dat het hoofd wat tegenwerkt, blijf ik toch terugkomen naar dat klavier. Misschien niet altijd uit goesting, maar soms gewoon omdat ik weet wat er op het spel staat.

Al moet ik ook toegeven: zodra ik écht ziek en sukkelachtig word, zal ik waarschijnlijk stof genoeg hebben om te schrijven. Materiaal zat, vermoed ik. Al hoop ik dat het zo ver niet hoeft te komen.

Want schrijven moet mij recht houden. Niet naar beneden trekken.

Dus ja… hoelang nog.

Geen idee. Misschien nog tien blogs. Misschien nog honderd.
Misschien blijf ik hier nog een hele tijd zitten, koppig achter dat klavier — niet omdat het altijd makkelijk is, maar omdat het gewoon een stuk van mijn leven is.

Zoals een oude hond die zijn plaats kent… en die, zolang hij nog kan, gewoon blijft liggen waar hij hoort.