Ergens,
diep in de nacht
wanneer de dag
eindelijk ophoudt
met lawaai maken
heft een uil
zijn eenzame lied aan.
Niet luid,
niet om indruk te maken
Maar omdat hij weet
dat sommige mensen
geen lawaai meer verdragen.
Hij zingt
voor wie wakker ligt.
Voor wie vannacht
de slaap opnieuw
heeft zien voorbijwandelen.
Voor wie de pijn
langzaam van schouder wisselt.
Voor wie wacht
op een uitslag
Op een behandeling.
Of gewoon
op een beetje goed nieuws.
Voor wie stil
naast een slapende partner ligt,
en niet wil laten merken
hoe bang hij eigenlijk is
Overdag
zijn we dapper.
Overdag
krijgt de ziekte
cijfers.
Bloedwaarden.
Behandelingen.
Scanresultaten.
De volgende controle.
We praten erover
alsof we het
allemaal begrijpen.
We lachen zelfs.
Soms.
Maar de nacht
kent de waarheid.
Daar hoeft niemand
nog sterk te zijn.
Daar mag angst
eindelijk
gewoon bestaan.
En precies dan,
alsof hij het aanvoelt,
begint de uil opnieuw.
Hij geeft geen advies.
Hij begint
niet over positief denken.
Niet over vechten.
Niet over moeten.
Hij zingt alleen.
Alsof hij zeggen wil:
"Ik hoor je."
En vreemd genoeg
kan dat
genoeg zijn.
Heel even toch
Tegen de ochtend
verstomt zijn lied
De zon neemt
het woord terug.
De dag neemt over.
De wereld begint opnieuw
te praten,
te plannen,
te doen alsof alles
onder controle is.
Maar wie die nacht
geluisterd heeft,
draagt iets met zich mee.
Geen antwoord,
geen oplossing.
Wel de geruststellende gedachte
dat ergens,
verborgen tussen de bomen,
iemand de wacht hield
tot de ochtend kwam.