De Boom die zijn eigen schaduw zocht

Gepubliceerd op 24 augustus 2026 om 15:07

Heb gisteren nog een chatgesprek gehad met een lotgenote.
Het ging over zelfvertrouwen. Of het gebrek daaraan, want daar hebben we het blijkbaar makkelijker over. Ergens onderweg ging het ook over wat andere mensen soms voor je betekenen. Vaak zonder dat ze daar zelf enig benul van hebben. Iemand zegt iets terloops, maakt een grap op het juiste moment of schrijft drie zinnen die hij zelf waarschijnlijk allang vergeten is, terwijl jij er uren later nog mee rondloopt.

En daar zit eigenlijk iets vreemds aan. Want wat een ander voor óns betekent, weten we soms heel precies. Maar omgekeerd hebben we meestal geen flauw idee. Misschien ook maar goed, want voor je het weet ga je jezelf nog belangrijk vinden en daar komen doorgaans ongelukken van.

En ergens tussen dat soort gedachten en een cappuccino door stond daar ineens een oude eik. Geen idee waar die vandaan kwam. Maar hij stond er, en met oude eiken moet je niet discussiëren.

De Boom die zijn eigen Schaduw zocht

Ergens, aan de rand van een weide, stond een oude eik.
Niet zo'n keurig boompje dat ooit door de gemeente was geplant met drie paaltjes ernaast en een bordje dat je er vooral met je fikken vanaf moest blijven. Nee, een echte. Een knoert van een eik, met een stam waar drie volwassenen hun armen rond mochten slaan om vervolgens vast te stellen dat volwassenen eigenlijk verrassend korte armen hebben.

Hoe oud hij was wist niemand. De eik zelf waarschijnlijk ook niet. Bomen vieren geen verjaardagen en krijgen ook geen brieven waarin staat dat ze voortaan recht hebben op seniorenkorting. Hij stond daar gewoon.
Al heel lang. Hij had kinderen rond zijn stam zien rennen die later met hun eigen kinderen terugkwamen en nog later wat moeizamer onder hem kwamen zitten omdat rechtstaan inmiddels ingewikkelder was geworden dan gaan zitten. Hij had verliefde koppeltjes hun initialen in zijn bast zien kerven. Sommige kwamen jaren later nog samen voorbij. Andere met iemand anders. De eik hield daar geen boekhouding van bij. Ook daarin zijn bomen verstandiger dan mensen.

In zijn kruin woonden merels, mezen en ander gevleugeld volk dat nooit huur betaalde. Eekhoorns renden over zijn takken alsof ze het hele geval zelf hadden aangelegd en ergens hoog tussen de bladeren zat een oude uil die vooral 's avonds tevoorschijn kwam en keek alsof hij van alles wist maar besloten had dat het zijn zaken niet waren.
Onder de eik was schaduw. Veel schaduw. Op hete dagen kwamen wandelaars er zitten. Kinderen. Oude mensen. Een hond die zijn tong ongeveer tot aan zijn knieën liet hangen. Soms iemand alleen, soms een heel gezin met boterhammen, drinkbusjes en minstens één kind dat dringend moest plassen. "Amai, dat doet deugd," zei er dan iemand. Of: "Wat is het hier lekker koel."
De eik hoorde dat graag. Niet dat hij daar bijzonder trots van werd. Daarvoor had hij al te veel mensen zien komen en gaan. Maar toch. Het is prettig te horen dat je ergens goed voor bent, zelfs als je een boom bent.

Op een namiddag, toen de zon hoog boven de weide stond en de schaduw van de eik breed over het gras lag, keek hij omhoog.
"Mag ik u iets vragen?" vroeg hij aan de zon. De zon vond dat goed. Ze scheen toch en had verder niet veel omhanden. "De mensen zeggen altijd dat mijn schaduw zo aangenaam is." Dat wist de zon.
"En is dat ook zo?" vroeg de eik.
"Dat is zo."
De eik zweeg een poosje. "Raar eigenlijk. Ik heb mijn schaduw nog nooit gezien."
De zon zweeg nu ook. Niet omdat ze het antwoord niet wist, maar sommige antwoorden moet ge niet te snel geven. "Dat kan ook niet," zei ze uiteindelijk.
"Waarom niet?"
De zon keek naar de donkere plek die zich aan de andere kant van de stam over het gras uitstrekte. "Omdat uw schaduw altijd voor  iemand anders is"

Daar dacht de eik over na. Bomen kunnen dat lang volhouden. Die avond, toen de zon langzaam achter de heuvel zakte en zijn schaduw langer en langer werd, kwam een roodborstje op een van zijn onderste takken zitten.
"Ge kijkt zo moeilijk," zei het. De eik vond van niet. Hij was tenslotte een eik.
"Dat sluit het een noch het ander uit," zei het roodborstje, en daar had de eik niet onmiddellijk iets op terug. Best vervelend wanneer ge al een paar honderd jaar oud zijt en een vogeltje van twintig gram u schaakmat zet.

"Ik dacht aan mijn schaduw," gaf hij uiteindelijk toe. "Iedereen schijnt ze te kennen behalve ik."
Het roodborstje keek naar beneden. Onder de boom zat nog een vrouw tegen de stam geleund. Ze deed niets. Ze zat daar gewoon wat. Misschien had ze gewandeld. Misschien was ze moe. Misschien was er thuis iets waar ze nog even niet naartoe wilde. Dat weten roodborstjes niet en oude eiken evenmin.
"En hoe ziet ze eruit?" vroeg de eik.
Het roodborstje keek nog eens naar de donkere plek onder hem. "Als schaduw." De eik bromde dat hij daar veel aan had. "Ge hoeft er toch ook niks aan te hebben?" zei het vogeltje.
Het keek nog even naar de vrouw onder de boom. "Zij heeft er iets aan." En daarmee vloog het weg.

Dat bleef dus wat hangen. Want op zo'n forum gebeurt eigenlijk iets gelijkaardigs. Iemand schrijft iets. Soms een heel verhaal, soms drie zinnen. Een hartje. Een flauwe grap. Een hou je taai. Misschien zelfs iets waarvan de schrijver vijf minuten later denkt: Nou ja, daar zal de mens ook niet veel wijzer van geworden zijn. En dan gaat hij koffie zetten, de kattenbak verschonen of iets anders doen dat op dat moment aanzienlijk belangrijker lijkt. Terwijl ergens anders iemand die drie zinnen leest. Op een goeie dag doen ze niks. Op een andere dag misschien wel.
En soms blijken die drie zinnen net op het juiste moment binnen te komen. .

Ik weet in elk geval dat ik hier al vaak onder de schaduw van iemand anders heb gezeten. Soms wist die ander dat waarschijnlijk niet eens. Een reactie, een grap, een paar woorden op een dag waarop het allemaal wat minder liep. Voor degene die ze schreef misschien alweer vergeten voor de koffie koud was. Voor mij op dat moment precies genoeg.

En omgekeerd? Geen idee.

Dat is nu juist het hele punt.

De oude eik weet tenslotte ook niet wie er morgen onder zijn takken komt zitten. Hij staat er gewoon.

Misschien maar goed ook. Stel je voor dat hij iedere avond begint te tellen hoeveel mensen er onder hem hebben gezeten.

Hij zou maar een vervelende boom worden.