73

Gepubliceerd op 3 september 2026 om 06:09

Vandaag zijn we 73 geworden.

Tja. Wat moet een mens daar nu weer mee? 73 is niks. Geen kroonjaar, geen bijzondere mijlpaal en volgens mij verkoopt Hallmark zelfs geen kaartjes met Hoera, 73! erop.

Maar ik heb kanker, en dan krijgen verjaardagen toch een iets andere betekenis.

Zes jaar geleden begon die ellende. En als ze toen tegen mij gezegd hadden: Luister Mr Willy, we gaan je niet genezen, maar je krijgt er alvast zes jaar bij en op je 73ste zit je nog altijd thuis achter je computer onnozelheden te schrijven, dan had ik waarschijnlijk gevraagd waar ik moest tekenen. Met twee handen.
Want zo werkt dat in het begin. Je wilt niet dood. Heel die ingewikkelde levensfilosofie komt later wel. Eerst wil je gewoon blijven ademen.
En dat lukte wonderwel. Meer zelfs, na een tijdje was ik bijna vergeten dat ik ooit zo bang was geweest om dood te gaan.

En de laatste 5 jaar ging het eigenlijk behoorlijk goed. Natuurlijk waren er behandelingen, bloedprikken, scans en af en toe een dokter die iets vertelde waar ik liever niet naar luisterde. Maar tussendoor leefde ik gewoon. Wandelen. Camper. Schrijven. Tuin. Cappuccino. Vooral cappuccino.
En ondertussen bleef de geneeskunde vrolijk nieuwe dingen uitvinden. Nieuwe medicijnen, andere combinaties, betere bestralingen, nucleaire toestanden waarvan ik zes jaar geleden nog nooit gehoord had. Dus begon ik stilletjes iets te doen wat waarschijnlijk iedere kankerpatiënt vroeg of laat doet. Rekenen. Als deze behandeling mij nog twee jaar geeft en ze vinden ondertussen iets nieuws dat mij nog drie jaar geeft, dan moeten ze in die drie jaar natuurlijk weer iets vinden... Voor je het weet heb je jezelf medisch doorgerekend tot 94.

Helaas werkt het zo niet. Dat begin ik de laatste tijd weer wat beter te beseffen.
De uitzaaiingen groeien. Er duiken pijnklachten op. Er staan tegenwoordig morfinepilletjes tussen mijn andere rommel en hoewel die dingen uitstekend hun werk doen, koop je ze toch liever niet omdat je zo'n gezellige zomer achter de rug hebt. De kanker is dus weer wat nadrukkelijker aanwezig. Niet dat ik hier nu mijn afscheidsblog zit te schrijven. Verre van. Maar een paar jaar geleden kon ik hem soms wekenlang vergeten.
Tegenwoordig tikt hij regelmatig op mijn schouder.
Hé Willy. Ik ben er ook nog. Ja ja. Ik weet het. Rot op.

En toch doet dat iets met je. Niet eens alleen angst. Misschien zelfs vooral nieuwsgierigheid. Want hoe kleiner mijn eigen toekomst stilaan wordt, hoe nieuwsgieriger ik word naar de toekomst die daarna gewoon verdergaat. Ik wil verdorie weten wat kanker over twintig jaar betekent.
Misschien kijkt een oncoloog in 2046 hoofdschuddend terug naar wat ze mij allemaal hebben toegediend en zegt hij:
Mijn god, deden ze dat toen echt zo? Hopelijk wel. Ik wil weten waar kunstmatige intelligentie eindigt. Of kernfusie eindelijk lukt. Of er mensen op Mars rondlopen. Welke uitvindingen er nog komen waarvan wij vandaag niet eens begrijpen waarvoor ze zouden moeten dienen. Ik zou best eens een dagje in 2100 willen rondlopen. Gewoon kijken. Een cappuccino bestellen en vertellen dat ik uit 1953 kom. Waarschijnlijk vragen ze dan wat een cappuccino was.

Maar tegelijkertijd kijk ik naar die toekomst en denk ik soms: goh jongens... Veel succes ermee. Want ik heb zowat mijn hele volwassen leven een wereld gekend waarin alles uiteindelijk méér werd. Méér welvaart. Méér koopkracht. Méér comfort. Méér mogelijkheden. Mijn ouders vonden één auto voor de deur al behoorlijk chic. Wij gingen met twee auto's op vakantie naar een huisje waar een vaatwasser stond, terwijl er thuis ook eentje stond. Dat vonden we vooruitgang. En eigenlijk hebben we vijftig jaar lang aangenomen dat die beweging gewoon zou doorgaan. Onze kinderen zouden het beter hebben dan wij. En hun kinderen weer beter.

En daar ben ik niet meer zo zeker van. De aarde warmt op. Gletsjers verdwijnen. Bossen branden. Hitterecords sneuvelen. Landbouw krijgt het moeilijker. Op sommige plaatsen is er te weinig water en op andere plaatsen komt het ineens allemaal tegelijk naar beneden.
Maar misschien zit het grootste probleem niet eens in die spectaculaire beelden. Het zit in de rekening. Dijken moeten hoger. Steden moeten aangepast worden. Landbouw moet veranderen. Schade moet hersteld worden. Energievoorzieningen moeten verbouwd worden. En ondertussen hebben we ook nog vergrijzing, gezondheidszorg, defensie en een wereld die geopolitiek niet bepaald gezelliger wordt. Dat geld kan maar één keer worden uitgegeven. Als brood, energie, wonen, verzekeringen en belastingen steeds meer van je inkomen opslokken, blijft er vanzelf minder over voor de auto, het restaurant en drie weken Spanje.

Misschien is dat wel de grootste verandering die eraan komt. Ik heb vijftig jaar geleefd in een wereld waarin vooruitgang betekende dat we steeds meer konden kopen. Misschien gaan de volgende generaties leven in een wereld waarin vooruitgang betekent dat ze erin slagen te behouden wat wij vanzelfsprekend vonden.
En daar zit dus mijn probleem. Ik zou dolgraag nog vijftig jaar willen kijken. Maar ik weet niet of ik nog vijftig jaar zou willen meedoen. Ergens ben ik zelfs een beetje blij dat ik waarschijnlijk niet meer hoef mee te maken wat er allemaal nog op deze wereld afkomt.

En terwijl ik dat schrijf, weet ik natuurlijk dat ik uit mijn nek klets. Want stel dat er vandaag iemand aanbelt. Een man met een klein doosje.

"Mr Willy?"
"Ja?"
"Proficiat met uw verjaardag. Eén pilletje. U bent weer twintig. Zelfde verstand, dezelfde herinneringen, jong lijf. En die kanker hebben we er ook maar uitgehaald."

Dan zou ik natuurlijk eerst verstandig nadenken. Over klimaatverandering. Oorlogen. De economie. De toekomst van de mensheid. Zeker drie seconden. En dan slikte ik dat ding door. Met een cappuccino erbij.

Je moet tenslotte ergens je prioriteiten leggen.