De voorbije twee jaar heb ik Anneke leren kennen.

Niet zoals je normaal iemand leert kennen, tijdens een gesprek of bij een kop koffie, maar blog na blog. Honderden kleine vensters op een leven dat plots een totaal andere richting uitging.

Eigenlijk leerde ik ook Sam een beetje kennen. Niet omdat hij zelf zoveel vertelde, maar omdat Anneke over hem schreef. Door haar woorden zagen we een man die eindelijk van zijn pensioen wilde genieten. Een man die droomde van reizen met de camper, van kleine uitstapjes en gewone dagen.

Tot een melanoom die toekomst stukje bij beetje begon af te nemen.

Maar als ik vandaag terugdenk aan al die blogs, dan gaat mijn eerste gedachte eigenlijk niet naar Sam.

Ze gaat naar Anneke.

Naar de manier waarop zij schreef.

Zelden dramatisch. Nooit pathetisch. Gewoon eerlijk.

Ze nam ons mee in het wachten. Wachten op bloeduitslagen. Wachten op scans. Wachten op een telefoontje. Wachten op een arts die misschien, heel misschien, iets zou zeggen waar weer enkele weken hoop uit geput kon worden. En telkens wanneer er een klein lichtpuntje opdook, durfde ze voorzichtig blij te zijn. Nooit uitbundig. Alsof ze bang was het geluk te laten schrikken.

Maar ze schreef niet alleen over hoop.

Ze schreef ook over de dagen waarop ze alleen maar kon huilen. Over de momenten waarop de toekomst al leek weg te glippen terwijl de man van wie ze hield nog gewoon naast haar zat. Ze probeerde zichzelf telkens weer moed in te praten. Soms lukte dat. Soms helemaal niet.

Misschien was dat wel het mooiste aan haar blogs.

Ze waren nooit heldhaftig.

Ze waren nooit stoer.

Ze waren gewoon echt.

Wat mij misschien nog het meest trof, was dat ze nooit alleen over kanker schreef.

Ze schreef over een wandeling door het bos. Over een kleindochter die even alle zorgen wegblies. Over een kop thee. Over een huisje in Putten. Over een hometrainer. Over een camper die eerst symbool stond voor vrijheid en later stilletjes verkocht werd omdat de werkelijkheid sterker bleek dan de dromen.

Voor buitenstaanders waren dat misschien details.

Voor ons waren het de hoofdstukken van een liefdesverhaal.

Want dat is wat tussen al haar zinnen door bleef opduiken.

Liefde.

Niet de liefde uit films of boeken, maar de liefde die zich toont in dagelijkse zorg. In het voortdurend observeren of een tumor anders aanvoelt. In het onthouden van bloedwaarden. In het wakker liggen omdat de ander hoest. In het telkens weer proberen de moed terug te vinden, ook wanneer die al lang verdwenen leek.

Anneke schreef vaak dat ze het "even kwijt moest".

Ik denk dat ze nooit helemaal heeft beseft hoeveel lotgenoten zich in die woorden herkenden.

Ze gaf een stem aan partners die zichzelf onderweg soms kwijtraken. Aan mensen die elke dag sterk proberen te zijn, terwijl bijna niemand ziet hoeveel energie dat eigenlijk kost.

Bijna elk blog sloot ze af met dezelfde woorden:

"Wees lief voor elkaar."

En even vaak schreef ze:

"Kanker heb je niet alleen, dat heb je samen."

Ik denk dat niemand dat beter heeft laten zien dan zij.

Gisteren heeft Sam afscheid van het leven genomen

Daar bestaan geen juiste woorden voor.

Er blijft verdriet achter. Een leegte die zich niet laat opvullen. Maar ook honderden blogs waarin hun samenleven bewaard is gebleven. Niet als een medisch dossier. Niet als een verslag van een ziekte. Maar als het verhaal van twee mensen die, ondanks alles, bleven proberen het gewone leven vast te houden.

Daarom is dit geen in memoriam voor Sam.

Dat zullen anderen ongetwijfeld veel mooier kunnen schrijven.

Dit is een ode aan Anneke.

Omdat ze ons heeft binnengelaten in een periode die voor de meeste mensen verborgen blijft.

Omdat ze eerlijk durfde te schrijven, ook wanneer er geen moed meer over was.

En omdat ze ons heeft laten zien dat liefde soms niets groots hoeft te zijn.

Soms is liefde gewoon naast iemand blijven lopen.
Tot de weg ophoudt.

En misschien is dat wel het mooiste wat een mens voor een ander kan doen.

Dank je, Anneke.

Je dacht dat je je verhaal van je af schreef.

In werkelijkheid schreef je ook een stukje van dat van ons.