Dromen sterven niet

Gepubliceerd op 14 januari 2026 om 15:47

Dromen sterven niet (denk ik)

Het is weer zo’n nacht.
Iedereen slaapt, behalve ik.
Dus zit ik hier. Achter de pc. Te mijmeren. Dat soort nachten.

Ik dacht altijd dat dromen gewoon verdwijnen. Zoals plannen verdwijnen. Zoals dingen verdwijnen wanneer kanker zich ermee bemoeit. Je denkt iets te zijn kwijtgeraakt, en je zet er een streep onder. Klaar. Afgevoerd.

Maar soms vraag ik me af of dat wel klopt.

Dromen zijn misschien eerder als een kaars.
De lont zit er nog.
De was ook.
Alleen de vlam is weg.

En toch zeggen we dan: dood.

We zijn daar goed in. Dingen dood verklaren zodra ze stil worden. Zodra ze geen lawaai meer maken. Zodra ze niet meer meedoen. Alsof stilte hetzelfde is als weg zijn.

Als iets niet meer brandt, lopen we ervan weg. Kijken doet pijn. Dus verklaren we het voorbij. Dat voelt ordelijker.

Vroeger was dat allemaal eenvoudiger.
Als ik groot ben, wil ik dit worden.
Hier ben ik goed in.
Dit past bij mij.

Dat soort zinnen zei je zonder nadenken. Zonder schaamte. En ergens onderweg zijn die zinnen van tijd veranderd.
Vroeger dacht ik eraan…
Ik mis dat.
Dat is niets meer voor mij.

Wanneer is dat eigenlijk gebeurd? Wanneer zijn dromen iets geworden waar je met een zekere verontschuldiging over praat?

En wanneer zijn we vermoeidheid beginnen aanzien als persoonlijk falen?
Ik heb geen energie meer.
Ik kan dat niet meer opbrengen.
Mijn lichaam werkt niet mee.
Ik ben te oud.

Bij kanker komt daar nog een extra laag bovenop. Alsof alles wat niet meer lukt meteen ook definitief moet worden opgeborgen. Praktisch. Realistisch. Geen valse hoop.

Maar soms — en dat is het lastige — soms steekt er iets. Niet groot. Geen plan. Geen verlangen waar je woorden voor hebt. Gewoon een vaag gevoel dat er iets ontbreekt. Dat je iets hebt laten liggen, zonder te weten wat precies.

Dat is geen inspiratie. Dat voelt helemaal niet mooi. Dat is eerder lastig. Onrustig. Iets wat je ’s nachts wakker houdt.

Misschien zijn dat geen dode dromen. Misschien zijn het gewoon dingen die even niets zeggen. Dingen die wachten. Of niet eens wachten — gewoon blijven liggen waar je ze ooit hebt neergelegd.

Ik weet het niet.

Dromen komen in elk geval niet triomfantelijk terug. Ze melden zich niet aan. Ze duiken niet plots weer op als “roeping”. Ze zitten ergens op de achtergrond. Soms zo stil dat je ze liever negeert.

En nee, ze vragen niet dat je weer de oude wordt. Dat zou ook belachelijk zijn. Ze houden geen rekening met scans, bijwerkingen of prognoses. Ze stellen geen eisen. Misschien stellen ze zelfs helemaal geen vragen.

Misschien is het enige wat ze doen: er zijn.

En misschien is dat al lastig genoeg.

Ik weet niet of je daar iets mee moet. Ik weet zelfs niet of je er iets mee kan. Misschien volstaat het dat je ophoudt met doen alsof het er nooit geweest is.

Meer heb ik hier vannacht ook niet over te zeggen.
De pc zoemt.
Het is nog altijd donker.
En slapen lukt nog steeds niet.