En vandaag heb ik een sneeuwman gemaakt
Niet figuurlijk. Niet als metafoor. Gewoon: sneeuw, koude handen, natte mouwen, en een bol die koppig niet rond wil worden.
Oud zot, zei Mevr willy, maar ze genoot mee.
De vorige keer dat ik dit deed, moet dertig, vijfendertig jaar geleden zijn geweest. Samen met zoonlief. Hij zal een jaar of vijf of zes geweest zijn, dat soort leeftijd waarop alles nog kan, behalve stil blijven staan. Ik weet nog hoe hij veel sneller werkte dan ik, hoe hij lachte om mijn onhandigheid, en hoe die sneeuwman uiteindelijk meer scheef stond dan de waarheid op een verkiezingsaffiche. Maar hij stond er. En wij stonden er ook.
Daarvoor? Twee of drie keer misschien. In mijn eigen kinderjaren. Meer niet. België is geen land van sneeuwmannen. België is een land van net niet. Net geen sneeuw, net geen winter, net geen excuus om even niets anders te moeten dan kou lijden en lachen. Tegen de tijd dat je handschoenen gevonden hebt, is het meestal al dooi. Dus ja, sneeuwmannen zijn hier zeldzamer dan politieke zelfreflectie.
Maar vandaag was het er weer.
Dat wit. Dat knarsen onder je schoenen. Dat geluid dat alleen sneeuw maakt, alsof de wereld even op fluisterschoenen loopt. Die ijskoude handen, eerst stijf en pijnlijk, die dan plots gloeiend heet werden, zo warm zelfs dat de sneeuw erop leek te verdampen.
Ik merkte iets merkwaardigs. Terwijl ik die bollen rolde — te groot, te klein, opnieuw — verdween de tijd. Ik was niet bezig, ik was gewoon aan het doen. Ik voelde mij niet jong. Ik voelde mij terug. Terug die kleine Willy, vrij en onbekommerd, met rode wangen en een hoofd waarin nog geen artsen woonden, geen schema’s, geen blogs, geen uitleg over waarom iets zo is en niet anders. Gewoon: sneeuw is sneeuw, en een sneeuwman is dringend nodig.
Geen enkele therapeut die naast naast mij stond te knikken.
Geen enkele gedachte die meekeek om te zien of dit wel “goed verwerkt” was.
En geen enkel blog — hoe graag ik ze ook schrijf — dat zo heilzaam en verfrissend werkte als dit.
Misschien omdat een sneeuwman niets vraagt. Hij wil niet begrepen worden. Hij hoeft geen oplossing. Hij smelt vanzelf, en dat is geen drama maar ingebouwd.