Hij heeft het nog geen vierentwintig uur uitgehouden.
Gisteren stond hij daar nog, die mooie sneeuwman, een tikje scheef misschien, maar waardig, met iets in zijn houding dat zei: kijk, ik bén er, en dat betekent vandaag de dag al heel wat.
Ik had hem gemaakt en gesmaakt, echt gesmaakt, zoals je iets kan smaken dat nergens toe dient, behalve dan tot het bestaan zelf. Met gewoon dat kinderlijk plezier, dat ongegeneerde gevoel van: dit hoeft niks op te brengen, dit mag gewoon zijn.
En nu ligt hij daar.
Niet netjes weggesmolten, niet elke dag een beetje kleiner, zoals we dat zo graag zien, omdat het overzichtelijk is en ons de tijd geeft om afscheid te nemen. Geen zachte aftakeling, geen traag verdwijnen met een zucht en een schouderophalen. Nee. Gewoon omgevallen. Een beetje regen en wat wind en pats boem, daar lag hij. Plomp, ineengezakt, alsof hij plots zelf ook had beslist dat het wel welletjes was geweest.
En dat was erg.
Want we maken onszelf graag toch zo graag wijs alles in het leven volgens een bepaald schema verloopt. Eerst ben je er, dan word je wat minder, dan neem je langzaam afscheid, en dan is het voorbij. Liefst met waarschuwingen, signalen, een handleiding. Maar het leven heeft weinig boodschap aan onze behoefte aan volgorde. Soms staat iets er gewoon nog, en de volgende ochtend niet meer.
Misschien is dat wel de ware helaasheid der dingen: niet dat alles eindigt, maar dat het zo zelden doet wat wij verwachten. Dat schoonheid geen garantie krijgt, zelfs geen korte. Dat iets wat gisteren nog perfect op zijn plaats stond, vandaag ineens op de grond ligt, zonder uitleg, zonder overgang.
Ik heb even bij hem gestaan. Niet lang. Je gaat geen gesprek meer voeren met een hoop natte sneeuw. Maar toch. Er was iets van herkenning. Van: ja, zo gaat dat dus. Soms val je niet langzaam uiteen, soms lig je er gewoon ineens bij.
En morgen is alles weer weg. Geen sneeuwman, geen hoopje, geen spoor. Alleen nat gras en een vage herinnering dat er iets was wat even mooi mocht zijn, zonder reden, zonder toekomst.
En nu, zoals dat soort dingen altijd eindigen: jammer. Maar toch mooi geweest.