Je was een vreemd kind

Gepubliceerd op 25 januari 2026 om 10:02

Lieve Lieve Timo
Gisteren middag, om halfeen ben je overleden

Nou, waarmede kan ik beter beginnen dan met je eigen woorden , geschreven in je intro in juni 2021

.....dat had ik opgevangen van een gesprek tussen de nonnetjes op de kleuterschool. Dus ik mijn moeder vragen waarom ik dan een vreemd kind was en zij bedekte het met de mantel der liefde dat de nonnetjes bedoelden dat ik een vreemd kind was, omdat ik HAAR kind was en niet van de nonnetjes.  Maar de nonnetjes waren niet gek. Ik BEN een vreemd kind, maar daar kwam ik pas een kwart eeuw later achter.

Ik ben bekend met Kline-Felter, testosteronwaarde 1,3 nooit aanvullend testosteron gekregen, dus eigenlijk kán ik helemaal geen prostaatkanker krijgen!

Dertig jaar geleden vanwege kinderwens bleek uit onderzoek dat ik een extra x-je in mijn chromosoomstreng heb, waardoor het maken van kindertjes bij proberen blijft. ik had de mogelijkheid om extra testosteron te krijgen, om mijn "mannelijkheid" te verhogen/verbeteren. Nee, nee, hij wordt er niet groter van! Maar extra testosteron zou wel bijdragen aan baardgroei, lagere stem en andere mannelijke kenmerken. Dan zou ik de rest van mijn leven moeten smeren met gel, pleisters plakken of injecties krijgen. Maar mijn leven was prima, er ontbrak mij niets, en ik vond het wel praktisch dat ik 6 maanden deed met een wegwerpscheermesje.

Niet gebruiken zou als nadeel een verhoogde kans op botontkalking zijn, hetgeen met calcium en vitamine d goed op te vangen is. bijkomend voordeel van niet gebruiken is, dat de kans op het krijgen van prostaatkanker  overeen zou komen met het  winnen van de jackpot.

Het is de bedoeling dat ik hier nog wel even blijf. Ik schrijf over mijn overpeinzingen en wat ik meemaak, niet persé kankergerelateerd. Ik ben een vreemd, mal kind en hoop jou met mijn blog een glimlach, of nog beter, een schaterlach te ontlokken.

Warme groet,

Zweef

------------------------------------------

En dan, ineens, 4.5 jaar later,  sta je hier.
Met je eigen woorden nog warm in de hand, geschreven toen alles nog open lag, toen er nog tijd was, toen we nog achteloos dachten dat morgen gewoon zou komen, zoals morgen altijd komt, tot het op een dag niet meer komt.

We hadden gehoopt op nog jaren.
Nog blogs. Nog zijsprongen. Nog rare invallen, kleine prikken tegen alles wat te ernstig werd, genoeg om de zwaarte draaglijk te houden.

Het leek logisch dat iemand zoals jij gewoon bleef meedraaien op het forum, omdat je er nu eenmaal was, altijd, alsof sommige mensen een vaste balk in een huis worden, zo vanzelfsprekend dat je pas merkt hoe dragend ze zijn wanneer ze wegvallen.

Maar kanker denkt er anders over. Het laatste jaar was een gevecht.
Geen stil gevecht, geen verbeten zwijgen, maar een strijd met open vizier, vol humor, ironie en dat typische, licht scheve zelfportret dat je altijd tekende van jezelf, zodat zelfs de zwaarste berichten nog een beetje lucht kregen, alsof je zei: kom, we gaan hier niet plechtig over doen, het is al erg genoeg.

Tot het lichaam nee zei.
Tot behandelingen geen redmiddel meer waren maar martelwerktuigen.
Tot pijn geen woord meer was maar een toestand.
En dan houdt zelfs de grootste vechter op.

Maar weet je, Timo,  hebt iets nagelaten wat niet verdwijnt.

Je was een monument op het forum, alomtegenwoordig, alom geliefd, niet omdat je luid was, maar omdat je raak was.
Omdat je op de droevigste berichten kon reageren met een milde humor die de scherpste kanten van het verdriet even afvijlde, zonder het weg te lachen.
Omdat je de Kamanido smeedde, Kapot maar Niet Dood, een band die zelfs buiten het forum bleef doorlopen, alsof we een kleine geheime orde waren, verbonden door ellende en lachsalvo’s.

Ik denk aan je grappen.
De talloze grappen die we deelden. 
Soms op het randje van het fatsoenlijke, soms er net over, altijd precies goed getimed.
Ik denk aan de lange gesprekken die we hadden over ziekte, behandelingen, kansen, risico’s, hoop, en die rare technische details waar alleen kankerlijers zich druk over kunnen maken, alsof het over motoronderdelen ging.

En ik denk aan die ene droom.
Zo scherp dat hij nog steeds bestaat.
Jij met je serre in aanbouw.
Het idee dat we daar ooit zouden liggen, twee oude, afgeleefde mannen, elk met onze rugzak vol defecten, samen in een bed onze laatste dagen slijten, kijkend naar de sterren, zwijgend, tevreden, alsof het leven dan eindelijk simpel mocht zijn.

Het heeft niet mogen zijn.

De behandelingen werden moordend.
Je lichaam gaf het op.
De pijn werd ondraaglijk.

En nu is het stil.

Niet leeg.
Niet weg.
Maar stil, zoals een stoel waar iemand altijd zat en die nu leeg blijft, terwijl iedereen nog precies weet hoe jij daar zat, hoe je  keek, hoe je reageerde, hoe je lachte, hoe je ons deed lachen

Dag Zweef.
Vreemd kind.
Onvergetelijk mens.

Willy