Het eenzame Hartenbureau

Gepubliceerd op 27 januari 2026 om 08:49

Soms vraag ik me af of ik wel in de goede eeuw leef.

Want we leven in een tijd van emancipatie, gelijkheid tussen man en vrouw. Je moet op eieren lopen of je wordt beschuldigd van racisme, seksisme of andere ismes. Zelfs humor daarrond moet je afwegen op een weegschaaltje.

Tot je de TV opzet.

Ik kijk uiterst weinig tv. Maar als ik ’s avonds bij Mevr willy in bed kruip, kijk ik soms noodgedwongen even mee naar wat haar op dat moment interesseert. Niet lang hoor, want meestal ben ik in de kortst mogelijke tijd onder zeil.

Gelukkig.

Want neem nu: Boer zoekt vrouw.

Een boer op een erf. Een stoel aan de keukentafel. Een dampende tas koffie. En daar komen ze binnen. Eén voor één. Net gekapt. Net gebakken. Net een beetje zenuwachtig. Ze praten over zichzelf, over hobby’s, over kinderen, over hoe goed ze tegen regen kunnen. En hoe graag ze op de boerderij willen werken. Liefst zeven dagen per week. En de boer knikt. Hij mag kiezen. Zoals hij op de jaarmarkt een koe kiest, maar dan met gevoelens.

En eerlijk: het werkt. Al jaren. Twintig jaar al, dacht ik zo. Het concept is zo eenvoudig dat het bijna aandoenlijk wordt. Iemand is alleen. Iemand wil iemand. Zet ze samen in een decor met koeien en een modderpad, en de liefde zal wel volgen. Of toch minstens een beleefd knikken, een ongemakkelijke stilte en een cameraman die te dicht op je ziel zit.

Nou, eerlijkheidshalve: de MeToo-beweging komt ook aan haar trekken, want kijk, er is óók Boerin zoekt man. Gelijkheid op het erf. Vrouwen die zelf kiezen wie er mee in de stal mag — figuurlijk dan. Emancipatie met laarzen aan.

En zelfs aan de holebi’s werd gedacht: Boer zoekt man. Alleen was daar een klein praktisch probleem. Die mannen hadden meer interesse in elkaar dan in de boer. Die bleef uiteindelijk op zijn honger zitten, terwijl de mannen samen op stap gingen. Het programma verdween geruisloos, ergens achter een hooibaal.

Maar goed. Het idee blijft hetzelfde. Iemand zoekt iemand. Alleen kan iedereen meekijken. Camera’s. Profielen. Likes. Swipes. Tanden. Buikspieren. Filters. Vakanties in Toscane. Een hond die strategisch in beeld springt.

En dan denk ik weer aan die goede oude tijd dat je iemand kon leren kennen zonder eerst zijn tanden te zien, zijn buikspieren, zijn vakantiefoto’s en daarna, als het je niet aanstond, als het je met één vingerbeweging zijn hele bestaan weg te swipen

De jaren negentig. Er was tijd. Er was radio.
En er was Het Eenzame Hartenbureau.

Vrijdagavond. Radio 2. De wereld werd stiller — niet omdat er minder lawaai was, maar omdat iedereen hetzelfde deed: luisteren. Geen beeld. Geen profiel. Geen algoritme dat vond dat je beter paste bij iemand met een labradoodle en een elektrische fiets. Alleen een stem. Soms wat zenuwachtig. Soms dapper. Soms breekbaar.

“Meneer, vertelt u eens… wie zoekt u?”

En dan kwam er een verhaal. Over een weduwe wier man, hoe kan het ook anders, aan kanker gestorven was. Of een gescheiden man. Iemand die zijn kinderen grootgebracht had en nu merkte dat de stoel aan de overkant leeg bleef. Mensen die hun eenzaamheid niet in een app stopten, maar in een zin die de ether in ging.

Edwin Ysebaert zat daar dan. Rustige stem. Geen haast. Geen grapjes om de stilte dicht te plamuren. Hij liet woorden ademen. Hij gaf ruimte. Alsof hij wist dat sommige zinnen eerst een beetje moesten trillen voor ze uitgesproken konden worden.

En ergens, in een andere woonkamer, zat iemand te luisteren. En die dacht: verdorie… dat had ik kunnen zeggen.

Het was Tinder, maar dan met gordijnen dicht, pantoffels aan, een kop thee, en het besef dat je jezelf niet kon filteren. Geen foto om achter te schuilen. Alleen klank. Alleen mens.

Natuurlijk was het soms wat knullig. Natuurlijk zaten er zonderlinge vogels tussen. Maar het was echt. Onhandig echt. Kwetsbaar echt.

Vandaag krijg je drie matches per dag.
Toen kreeg je misschien één brief.
Maar die ene, die telde.

Misschien was dat de charme van die tijd. Niet dat iedereen minder eenzaam was, maar dat eenzaamheid nog hardop mocht bestaan.

Op de radio. Voor iedereen.

En zonder er een showprogramma van te maken.