Er was een tijd dat ik bekend stond als de man met het lange lontje.
Niet officieel natuurlijk. Er bestaat geen diploma voor. Maar het was een rol die mij min of meer vanzelf was toegevallen. In discussies, in kleine huiselijke stormpjes, in de alledaagse botsingen die in elk huwelijk wel eens opduiken, was ik meestal degene die het weer wat liet uitklaren.
Niet omdat ik zo wijs was. Gewoon omdat ik weinig ontplofte.
Dat had zo zijn voordelen. Mevr willy had namelijk altijd een hart gehad dat sneller in de wind stond. Een beetje stormachtig, soms een onweersbui, soms een hele lucht die tegelijk moest leegregenen. Dat hoorde bij haar zoals een motor bij een auto.
En ik was dan zo’n beetje de berm waar dat allemaal tegen kon uitwaaien.
Het werkte eigenlijk vrij goed, al zeg ik het zelf. Meer dan vijftig jaar huwelijk, dat zegt toch iets.
Maar kanker verandert dat. Die kleine, terugkerende uren van spanning — die ge nadien weer inslikt en wegduwt — kruipen dieper dan ge zelf doorhebt.
Het is geen spectaculaire verandering. Ik ben niet plots een driftkop geworden die met borden smijt of deuren dichtslaat. Zo ver zijn we gelukkig nog niet. Alhoewel, Mevr willy vindt van wel.
Maar ik moet toegeven dat ik het geduld dat vroeger vanzelf kwam, tegenwoordig soms ver moet gaan zoeken.
En dikwijls vind ik het niet meer.
Dat is een vreemd gevoel. Niet omdat een mens zich schaamt voor een beetje prikkelbaarheid — iedereen heeft wel eens een dag waarop de wereld beter even afstand houdt — maar omdat ik mezelf daarin niet meer herken.
Die kanker vreet dus niet alleen aan spieren en botten, ze knabbelt ook aan je karakter. Aan de ruimte die je vroeger had om dingen te laten passeren. Aan dat stille reservoir van geduld waarvan je altijd dacht dat het gewoon bij je hoorde.
En dat heeft gevolgen.
Voor haar, die plots merkt dat de man die vroeger de rust bracht nu zelf soms moeite moet doen om die rust te bewaren.
Voor mij, omdat ik het gevoel heb dat ik afscheid aan het nemen ben van een versie van mezelf die ik eigenlijk best graag mocht.
Gelukkig zijn er nog genoeg dagen waarop alles gewoon weer zijn oude gang gaat. Twee mensen, een cappuccino’s, een beetje stilte, een beetje gekeuvel. Peace en cake, zoals ze zeggen.
En dan zie ik hem weer even zitten, die man met het lange lontje.
Niet verdwenen.
Misschien alleen een beetje moe.