Mijn boeken.
Jaren geleden heb ik er al over geschreven, meerdere keren.
Over die duizenden boeken die ooit mijn kelder bevolkten. Een ondergrondse bibliotheek, waar een mens kon verdwalen zonder dat iemand hem kwam zoeken. Ooit stonden ze daar, netjes op een rij, goed voor zowat 120 lopende meter rekken.
Massa’s heb ik er toen weggedaan. Zowat 100 dozen vol herinneringen richting kringwinkel.
En ik had toen nog gezegd — een beetje koppig, een beetje hoopvol — dat er één verzameling was die bleef. Mijn sciencefictionboeken. Mijn heilige graal. Mijn laatste bastion.
Dat waren niet zomaar boeken. Dat waren werelden. Sterrenstelsels. Planeten waar ik tientallen jaren naartoe gevlucht ben wanneer het me allemaal wat te veel werd. Met mannen als Asimov, Clarke en Heinlein als gidsen door een universum waar alles mogelijk was en waar ouder worden of ziek zijn nog geen vaste wet leek.
Nooit zou ik die wegdoen , nooit.
Maar zeg nooit nooit.
Want lezen lukt niet meer. Ik begin aan een verhaal en twee pagina's verder weet ik niet meer waar het begonnen is. Dat plezier van vroeger, dat volledig verdwijnen in een boek, dat urenlang wegzinken in een andere wereld dat is stilletjes verdwenen zonder dat iemand het officieel aangekondigd heeft.
En nu staat er op onze bucketlist eigenlijk maar één ding: zorgen dat ze achter ons zo weinig mogelijk opruimwerk hebben. Geen heroïsche plannen, geen exotische reizen. Gewoon minder rommel achterlaten.
Dus zijn we gisteren de kelder ingetrokken. Dozen gezocht. Bananendozen — het vaste formaat voor alles wat te zwaar wordt om nog een hobby te noemen. Vijftien stuks.
En dan begon het gesjouw.
Trap op. Trap af. Met dozen die precies veel zwaarder wogen dan vroeger. Of misschien worden ze niet zwaarder, misschien word ik gewoon krakkemikkiger. Dat kan natuurlijk ook. Dat is een hypothese die moeilijk te weerleggen valt als je halverwege de trap staat met een doos tegen je borst geklemd en een rug die protesteert alsof hij een vakbond heeft opgericht.
Tegen de avond stonden ze daar. Vijftien bananendozen. Netjes op een rij. Klaar voor de kringwinkel.
Blij dat het gebeurd is. Dat er weer plaats is gekomen. Dat we stap voor stap dat huis lichter maken, dat we de ballast verminderen, dat we zorgen dat er later minder werk zal zijn voor anderen. Minder gesleur. Minder keuzes die zij moeten maken.
Maar eerlijk: het doet pijn
Niet het wegdoen van papier, maar het wegdoen van een stuk van wie ik geweest ben.