Een dag Radiostilte

Gepubliceerd op 22 mei 2026 om 09:43

Ik had dus eindelijk groen licht gekregen van de MOC. Na drie weken nagelbijten, piekeren en in gedachten al driemaal afscheid nemen van mijn toekomst hadden de heren uro-, radio-, onco- en nog een handvol andere -logen beslist dat ze toch nog gingen proberen bestralen. Oef. Geen fanfare, geen confetti, maar wel dat stille gevoel van: nou... nog efkes niet.

Dus moest er uiteraard een afspraak gemaakt worden bij radiologie.

En daar begon de volgende aflevering van Kankerlijers in Wonderland.

Normaal denkt een mens: ge neemt de telefoon, ge belt, ge maakt een afspraak en klaar. Zo simpel herinner ik mij de wereld toch nog. Maar tegenwoordig blijkt zelfs een afspraak maken iets geworden te zijn waarvoor ge vermoedelijk eerst een bachelor administratiekunde nodig hebt.

Vanaf acht uur 's morgens ben ik beginnen bellen. Om kwart na acht nog eens. Half negen opnieuw. Kwart voor negen. En zo verder. Heel de voormiddag. Ik heb meer tijd aan de telefoon doorgebracht dan vroeger met Mevr Willy tijdens onze eerste verkeringstijd.

Maar niks.

Eerst zes keer doorverbonden worden. Dan keuzes maken. Toets 1. Toets 3. Toets nog iets. Alsof ge probeert een geheime kluis te openen.

En dan:

"Er zijn teveel wachtenden voor u. Probeer het later opnieuw."

Klik.

Tegen twaalf uur had ik het gehad. Pfff. Uit pure ellende ben ik in de auto gestapt, naar het ziekenhuis gereden en heb ik daar gewoon ter plekke een afspraak gemaakt. Zoals een mens vroeger deed. Met echte mensen. Achter een echte balie. Een systeem uit de prehistorie blijkbaar, maar het werkte.

Probleem opgelost.

Dacht ik.

Want daardoor had ik die dag dus geen blog geschreven. Geen groot drama. Geen staking. Geen protestactie tegen de medische wereld. Gewoon geen tijd meer. En eerlijk gezegd ook geen goesting.

En dan kreeg ik ineens twee berichtjes. Of er iets was. Of alles in orde was. Waar ik bleef.

Allee jong.

Dan zwijgt ge één dag en ineens denkt ergens iemand: hé?

Meer was het eigenlijk niet. Maar vreemd genoeg was dat al genoeg.

Pfff... ik weet eigenlijk nog altijd niet goed of ik dat een geruststellende gedachte vind of een gevaarlijke.

Maar vanmorgen zat ik toch weer achter mijn pc.

Dus misschien zegt dat ook iets.