Vanmorgen stond ik dus bijna een uur tegen mezelf te vloeken omdat ik mijn autosleutels kwijt was.
Niet luidop. Enfin… toch niet constant.
Eerst zoekt ge nog rustig natuurlijk. Heel rationeel. Zoals een volwassen mens met levenservaring en verantwoordelijkheidsgevoel.
Tot ge na tien minuten ineens in de koelkast begint te kijken alsof die sleutels misschien tussen de boter en de kaas een nieuw leven begonnen zijn.
Pfff.
Heel het huis overhoop gehaald. Jaszakken. Broekzakken. Kastjes. De tafel. De badkamer. Zelfs op plaatsen waar een autosleutel fysiek onmogelijk terecht kan komen, gaat ge toch kijken. Want vanaf een bepaald moment neemt de paniek het stilletjes over van de logica.
Nu heb ik als verstandig mens uiteraard reservesleutels. Ik ben tenslotte geen amateur.
Alleen lagen die reservesleutels — hoe verzint een mens het — nog in de auto zelf. Overblijfsel van onze laatste korte vakantietrip.
Prachtig systeem eigenlijk.
Dus daar stond ik dan. Gestresseerd. Ambetant. En vooral: te laat voor mijn afspraak bij de radiologe. En hoe meer stress ik krijg, hoe minder ik nog zie. Dan mogen die sleutels letterlijk voor mijn neus liggen en ik kijk er dwars overheen alsof ik deelnemer ben aan een of ander experimenteel programma rond beginnende dementie.
Op den duur had ik het ziekenhuis al gebeld om de afspraak om te zetten naar een belafspraak.
Want een alternatief vervoermiddel is hier niet direct voorhanden. Geen plooifiets. Geen elektrische step. Geen reservewagen. Zelfs geen ezel. Op het domein van Mr willy is het qua openbaar vervoer ongeveer even goed geregeld als in de middeleeuwen.
En dan — uiteraard — vond ik die sleutels terug.
In de keuken. In de besteklade. Tussen de vorken en de lepels. Echt waar.
Vraag mij niet wat die daar deden. Het moet toch echt zo zijn dat mijn chemobrein ’s nachts eigen beslissingen neemt waar ik overdag zelf niet meer van op de hoogte ben.
Dus alsnog richting ziekenhuis gereden.
En eigenlijk verliep die afspraak opvallend rustig. Te rustig misschien.
Ge voelt dat soms direct wanneer ge binnenkomt. Geen paniek. Geen haast. Geen “we moeten onmiddellijk ingrijpen”. Maar tegelijk ook niet het soort gesprek waarbij iemand enthousiast begint te glimlachen terwijl hij naar scans kijkt.
En dan kwam het.
Bestralen gaat niet meer.
Die plekken hebben al twee keer straling gehad en het risico op schade wordt te groot. Collateral damage noemen ze dat dan. Alsof mijn heiligbeen binnenkort per ongeluk geraakt zou kunnen worden tijdens een NAVO-operatie.
Nou ja… helemaal onverwacht kwam het nu ook weer niet. Zoals ze bij ons zeggen: ik voelde het al aankomen aan mijn water.
Dus nu wordt het afwachten.
Nieuwe scans. Nieuwe PSA-prikken. Misschien andere hormoontherapieën. Misschien combinaties. Misschien nog wat schuiven met medicatie in de hoop chemo nog een tijdje voor ons uit te kunnen duwen.
En terwijl die radiologe daar zo rustig zat te praten, dacht ik ineens: ja jongen… volgens mij zijn die jaren van “we houden het voorlopig wel onder controle” stilaan op.
Want eerlijk is eerlijk: die tussentijdse bestralingen hebben het boeltje toch een paar jaar redelijk onder controle gehouden.
Natuurlijk waart ge ziek. Natuurlijk leefde dat altijd ergens op de achtergrond mee. Maar tegelijk liep het leven toch nog grotendeels verder zoals ervoor. Wandelen. Reizen. Blogjes schrijven. Nog wat kleine plannen maken. Nog een beetje doen alsof de toekomst iets tamelijk vanzelfsprekends was.
En nu voelt ge toch dat ge stilaan een andere fase binnen schuift.
Niet dat morgen ineens het einde der tijden uitbreekt. Zo dramatisch is het allemaal nu ook weer niet.
Maar het wordt spannender. Meer afwachten. Meer proberen. Meer hopen dat bepaalde behandelingen nog wat tijd kopen. En minder het gevoel dat er ergens nog een groot, helder masterplan klaar ligt.
Raar eigenlijk hoe een mens zich compleet kan verliezen in iets onnozels als autosleutels, terwijl er ergens op de achtergrond ondertussen gesprekken gevoerd worden die eigenlijk over véél grotere dingen gaan.
Maar misschien is dat ook maar goed. Want ge kunt niet de hele dag bezig zijn met kanker, aftakeling en wat er misschien nog komt. Dat houdt geen mens vol.
Dus zoekt ge sleutels. Drinkt ge cappuccino. En maakt ge flauwe mopjes over chemobreinen.
Terwijl ge eigenlijk donders goed weet waar het écht over gaat.
Nou ja.
Morgen eerst nog eens controleren waar ik mijn autosleutels gelegd heb.