Clandistiene testosteronlabo's

Gepubliceerd op 30 mei 2026 om 06:22

Gisteren zat ik dus na mijn bezoek aan de radiologe een beetje sip voor me uit te staren aan de keukentafel.

De cappuccino smaakte flauw. De kat keek alsof ik hem geld schuldig was.
En ergens in mijn hoofd zat opnieuw dat vervelende besef dat uitgezaaide prostaatkanker precies een huurcontract heeft dat niemand ooit officieel durft op te zeggen.

Enfin.

Terwijl ik daar dus wat zat te kniezen, kreeg ik toevallig de nieuwste editie van De Prostaatpers in handen. Voor de mensen die dat blad nog niet kennen: dat is een soort ondergronds lijfblad waarin mijn organen, botten, hormonen en overige ontspoorde lichaamsdelen ondertussen openlijk interviews beginnen te geven.

En jawel hoor.

Blijkt daar ineens een uitgebreid artikel in te staan van professor Gleason himself — hoofd van de afdeling Celinlichtingen en tijdelijk adviseur van de Oncologische Veiligheidsraad.

Niet bepaald het soort mens dat ge uitnodigt voor een vrolijke barbecue.

Volgens die brave man blijken bepaalde prostaatkankercellen tegenwoordig namelijk hun eigen clandestiene testosteronlaboratoria te bouwen diep in het skelet. Kleine illegale achterkamerfabriekjes waar ontspoorde cellen gezellig testosteron zitten te koken alsof het crystal meth betreft.

Maar blijkbaar stopt het daar niet.

Volgens professor Gleason zouden sommige van die ondergrondse labos tegenwoordig ook beschikken over een soort geïmproviseerde DNA-herstelgarage, waar beschadigde kankercellen na chemo of bestraling tijdelijk binnenrollen voor oplapwerkzaamheden.

Kapotte DNA-strengen herstellen.
Beschadigde celmembranen oplappen.
Even nieuwe testosteronvoorraad tanken.
En dan terug de metastatische onderwereld in.

Nog erger: zelfs bestraalde uitzaaiingen blijken soms niet volledig uitgeroeid te zijn. Sommige cellen zouden zich gewoon verstoppen in donkere hoekjes van het bot tot het bombardement voorbij is. Een beetje zoals ratten in een kelder tijdens den oorlog, maar dan met PSA-waarden.

Ge leest het goed.

Ik dacht vroeger ook altijd: “Bestraling erop. Plekje weg. Klaar.”

Blijkbaar ligt de werkelijkheid dus iets ingewikkelder.

Maar soit.

Professor Gleason eindigt zijn artikel uiteindelijk toch nog voorzichtig optimistisch. De medische wereld krijgt namelijk stilaan slimmere wapens: PSMA-gerichte therapieën, genetische analyses en andere toestanden die klinken alsof ze rechtstreeks uit Star Trek komen.

Minder blind bombarderen. Meer doelgerichte aanvallen op die clandestiene testosteronlabos.

Of het ooit genoeg zal zijn weet voorlopig niemand.

Maar ik moet toegeven: voor iemand die gisteren een beetje ongelukkig zat te wezen aan zijn keukentafel, gaf het toch een vreemd soort geruststelling dat er daarbinnen blijkbaar nog altijd een heel leger wetenschappers bezig is met het opsporen van ondergrondse hormonale drugslabo’s in mijn botten.

CLANDESTIENE TESTOSTERONPRODUCTIE BIJ UITGEZAAIDE PROSTAATKANKER

Een verontrustende evolutie binnen metastatische celpopulaties

Door professor Gleason
Hoofd afdeling Celinlichtingen en tijdelijk adviseur van de Oncologische Veiligheidsraad

Binnen het brede publiek — en eerlijk gezegd soms ook binnen delen van de medische wereld — bestaan nog altijd hardnekkige misverstanden over de effectiviteit van bepaalde prostaatkankerbehandelingen.

Veel mensen gaan er bijvoorbeeld van uit dat een bestraalde uitzaaiing definitief verdwenen is. Dat een chemotherapie alle kwaadaardige cellen uiteindelijk wel zal vernietigen als men maar hard genoeg blijft behandelen. Of dat hormoontherapie de ziekte volledig kan stilleggen zolang het testosteron voldoende onderdrukt wordt.

De realiteit blijkt helaas complexer.

Erger nog: zelfs uitzaaiingen die na bestraling op scans volledig “weg” lijken, blijken soms helemaal niet verdwenen te zijn. In bepaalde gevallen blijven kleine groepen overlevende tumorcellen achter in slecht bereikbare zones van het botweefsel, waar ze maanden of zelfs jaren vrijwel onzichtbaar kunnen blijven sluimeren.

Uitgezaaide prostaatkanker gedraagt zich namelijk minder als één uniforme ziekte en meer als een complete bevolking ontspoorde cellen die voortdurend evolueren, zich aanpassen en nieuwe overlevingsstrategieën ontwikkelen.

Aanvankelijk lijken veel behandelingen inderdaad indrukwekkend succesvol.

Wanneer de klassieke hormonale bevoorrading vanuit de testiculaire regio wordt stilgelegd, verdwijnen grote aantallen tumorcellen. Testosteronwaarden zakken spectaculair, tumoren krimpen en PSA-waarden dalen soms tot niveaus waarbij zelfs ervaren oncologen voorzichtig optimistisch beginnen te knikken boven hun computerschermen.

Maar onder die schijnbare rust blijken sommige cellulaire subgroepen zich stilaan aan te passen.

Recente waarnemingen suggereren dat bepaalde uitgezaaide prostaatkankercellen lokaal zelf androgenen beginnen produceren diep binnen metastatische botzones. In essentie ontwikkelen deze cellen hun eigen clandestiene testosteronvoorziening buiten het normale hormonale systeem om.

Vooral in slecht doorbloede skeletzones blijken kleine groepen hardnekkige cellen zich te verschuilen tussen poreuze botstructuren, waar zij onder uiterst verdachte omstandigheden hormonale stoffen blijven produceren terwijl de rest van het lichaam officieel testosteronloos verklaard werd.

Dat fenomeen veroorzaakt groeiende bezorgdheid binnen de oncologische veiligheidsdiensten.

Want zodra dergelijke mechanismen ontstaan, wordt hormonale therapie plots minder een totale blokkade en meer een soort kat-en-muisspel met biologisch bijzonder creatieve tegenstanders.

Ook de beperkingen van bestraling worden ondertussen steeds duidelijker.

Jarenlang werd aangenomen dat gerichte bombardementen metastatische haarden definitief konden neutraliseren. De directe schade na dergelijke aanvallen is vaak indrukwekkend: beschadigd DNA, ingestorte celstructuren en uitgebreide chaos in het omliggende weefsel.

Maar bepaalde tumorcellen blijken zich tijdens dergelijke aanvallen eenvoudigweg schuil te houden in zuurstofarme niches van het bot, waar straling minder efficiënt werkt. Nog problematischer is dat sommige overlevende cellen beschadigd DNA nadien gedeeltelijk kunnen herstellen.

Dat leidde recent tot aanzienlijke onrust nadat nij Mr willy nabij oude werveluitzaaiingen opnieuw actieve tumorcellen werden vastgesteld in gebieden die eerder als geneutraliseerd beschouwd werden.

Ook chemotherapie blijkt minder absoluut dan vroeger werd gehoopt.

Sommige cellen pompen chemotherapeutische stoffen actief opnieuw naar buiten alsof het ongewenste reclamefolders betreft. Andere vertragen tijdelijk hun activiteit tijdens behandelingen en gedragen zich wekenlang alsof ze verdwenen zijn.

Tot ze terugkeren. Rustig. Bijna beleefd.
Vooral zogenaamde stamcelachtige subgroepen vormen daarbij een ernstig probleem. Deze uiterst resistente cellen kunnen langdurig in rusttoestand blijven alvorens opnieuw volledige tumorkolonies op te bouwen.

In essentie ziet men hier Darwin op microscopische schaal aan het werk.

Behandelingen elimineren voornamelijk de kwetsbare cellen, terwijl resistente exemplaren overleven en geleidelijk dominanter worden. Daardoor verandert de tumorpopulatie langzaam van karakter: minder gevoelig, moeilijker te bestrijden en biologisch steeds inventiever.

En precies daarin schuilt vandaag de grootste uitdaging van uitgezaaide prostaatkanker.

Niet noodzakelijk in de grootte van zichtbare uitzaaiingen.

Maar in het vermogen van bepaalde cellen om te leren overleven.

Toch groeit binnen de oncologische veiligheidsdiensten voorzichtig het besef dat de strijdmiddelen langzaam slimmer beginnen te worden.

Waar men vroeger vooral volledige lichaamszones onder vuur nam in de hoop dat de vijand ergens mee zou sneuvelen, verschijnen nu steeds gerichtere wapensystemen. Vooral de nieuwe PSMA-operaties veroorzaken veel onrust binnen de metastatische onderwereld. Daarbij worden radioactieve ladingen steeds nauwkeuriger rechtstreeks naar verdachte prostaatkankercellen gestuurd, alsof speciale interventieteams eindelijk over exacte adressen van clandestiene testosteronlaboratoria beschikken.

Ook genetische analyses leveren steeds vaker waardevolle informatie op over zwakke plekken binnen bepaalde tumorpopulaties.

De oorlog verandert dus langzaam van karakter.

Minder blind bombarderen. Meer doelgerichte invallen diep in vijandelijk gebied.
Of die evolutie ooit voldoende zal zijn om de volledige metastatische onderwereld definitief uit te schakelen, weet voorlopig niemand.

Maar binnen de afdeling Celinlichtingen groeit wel voorzichtig de hoop dat toekomstige behandelingen steeds beter zullen worden in het opsporen, isoleren en vernietigen van de kleine clandestiene laboratoria waar ontspoorde cellen vandaag nog altijd illegaal mannelijkheid zitten te produceren diep onder het oppervlak van het skelet.

Professor Gleason
Hoofd afdeling Celinlichtingen
Tijdelijk adviseur van de Oncologische Veiligheidsraad
Gastdocent metastatische ondermijning, Lumbaal Congrescentrum