Of hoe een onooglijk vliegje me aan het denken zette.
Zoals zo vaak begon het allemaal op Wikipedia.
De hertenluisvlieg (Lipoptena cervi) is een parasiterende vliegensoort die ook gewoon in België en Nederland voorkomt. Ze vliegt door de bossen op zoek naar een hert, een ree of een ander groot hoefdier. Zodra ze een geschikte gastheer gevonden heeft, breekt ze haar eigen vleugels af. Voorgoed. Vanaf dan kruipt ze tussen de haren van dat ene dier, leeft van zijn bloed, plant zich voort en sterft uiteindelijk ook daar.
Ik vond dat op zich al een raar verhaal. Maar daarna botste ik op een recent wetenschappelijk onderzoek. En dat maakte het pas écht vreemd.
Biologen ontdekten dat de vlieg, nadat ze haar vleugels verloren heeft, ook haar gezichtsvermogen begint af te bouwen. Ze wordt niet blind, maar de activiteit van de genen die instaan voor het zien vermindert aanzienlijk. Blijkbaar kosten goede ogen behoorlijk wat energie. Energie die vanaf dan beter naar iets anders kan gaan.
Nou, dat beestje bleef dus een hele dag in mijn hoofd rondzoemen.
Niet omdat het zijn vleugels afbreekt. Dat vind ik eigenlijk nog begrijpelijk. Maar omdat zijn lichaam daarna beslist dat goed zien de moeite niet meer waard is.
Blijkbaar denkt de natuur heel praktisch. "Ge hebt uw hert gevonden. Waarom zouden we nog energie verspillen aan uw ogen?"
Dat zou bij mensen toch vreemde toestanden geven.
Ge trouwt op uw vijfentwintigste. "Zo... partner gevonden. Vanaf morgen zetten we uw zicht op halve kracht."
Of ge gaat met pensioen. "Proficiat. Nieuwsgierigheid is vanaf vandaag een facultatieve optie."
Toch stel ik me vooral één vraag.
Hoe ontdekt ge zoiets?
Er moet ooit een wetenschapper geweest zijn die naar een vlieg keek en dacht: "Tiens... volgens mij ziet die sinds gisteren minder goed."
En in plaats van hem uit te lachen, heeft iemand geantwoord: "Interessant. Daar vragen we een onderzoeksbudget voor."
Jaren onderzoek. Dure apparatuur. Genetische analyses. Subsidies
Om uiteindelijk te besluiten dat een vlieg haar ogen wat zuiniger gebruikt nadat ze haar vleugels heeft afgebroken.
Fantastisch toch. Dat er mensen bestaan die daar hun leven aan wijden.
Terwijl ik al content ben als ik zonder leesbril de houdbaarheidsdatum op een yoghurtpotje kan ontcijferen.
Eigenlijk zit ik hier een beetje jaloers te zijn op dat vliegje.
Niet omdat het op een hert mag wonen. Maar omdat zijn lichaam blijkbaar perfect weet waar het energie moet besparen.
Mijn lichaam heeft daar een heel andere visie op.
Dat bespaart op mijn spieren.
Op mijn haar.
Op mijn libido.
Op mijn geheugen.
Maar dat ene hoekje in mijn hoofd, dat hoekje dat voortdurend bezig is met de vraag wanneer de volgende PSA-uitslag komt...
Dat draait blijkbaar op kernenergie.
Misschien moeten die wetenschappers dáár eens naar kijken.
Vrijwilligers genoeg, dacht ik zo