Ik had er nog nooit van gehoord.
Whimsy.
Blijkbaar is dat tegenwoordig een nieuwe trend. Psychologen en trendwatchers hebben er zelfs een naam voor bedacht.
Het betekent zoiets als bewust plaats maken voor verwondering. Kleine, speelse dingen doen die eigenlijk nergens voor dienen. Een kleurrijke koffietas kopen omdat je er blij van wordt. Kaarsjes aansteken tijdens de afwas. Een briefje schrijven in plaats van een WhatsAppje. Sprinkles op je koffie strooien, gewoon omdat het er vrolijk uitziet.
Volgens psychologen is het een tegenreactie op een wereld die almaar sneller, harder en efficiënter wordt. Alles moet nut hebben. Alles moet rendement opleveren. Zelfs ontspannen lijkt tegenwoordig een project geworden.
En plots besefte ik dat ik dat al jaren doe. Zonder het te weten. Zonder er een naam voor nodig te hebben.
Want eigenlijk doen heel veel mensen met kanker al jaren aan whimsy. Alleen noemen we het anders.
Toen ik nog werkte, stond mijn leven grotendeels in het teken van oplossingen zoeken. Problemen oplossen. Deadlines halen. Altijd bezig zijn. Zelfs een wandeling moest liefst nog "goed zijn voor de conditie".
Nu merk ik dat ik soms vijf minuten stil blijf staan omdat een merel een veel te dikke regenworm uit de grond probeert te trekken.
Vijf minuten. Vroeger zou ik gedacht hebben dat ik vijf minuten verloren had. Nu denk ik dat ik er vijf minuten leven bij gekregen heb.
Misschien is dat wel één van de vreemde cadeautjes die een ernstige ziekte soms geeft.
Niet dat ik iemand kanker zou aanbevelen als cursus levenswijsheid. Absoluut niet. Maar als ge plots beseft dat uw tijd misschien niet onbeperkt is, veranderen de verhoudingen.
Ge koopt niet langer iets omdat het praktisch is.
Soms koopt ge het gewoon omdat ge er moet van glimlachen.
Ge plant toch nog bloemen, ook al weet ge niet hoeveel lentes er nog komen.
Ge geniet van een tas cppuccino alsof het een klein ritueel is.
Ge schrijft een blog waar ge drie uur aan zit te schaven, terwijl niemand u daarvoor betaalt.
Ge vertelt een sprookje aan iemand die verdriet heeft.
Ge stopt onderweg om naar een roodborstje te kijken.
Allemaal compleet nutteloze bezigheden.
En toch zijn het net die nutteloze dingen die een dag kleur geven. Ik denk zelfs dat veel lotgenoten dat zullen herkennen.
Na een goede scan vieren we met een stukje taart. Na een slechte scan soms ook.
Niet omdat taart iets oplost. Maar omdat ge het leven niet alleen moogt laten bestaan uit onderzoeken, bloedafnames, wachtruimtes en slecht nieuws.
Ge moet af en toe iets terugpakken. Een klein stukje schoonheid. Een klein stukje plezier. Een klein stukje verwondering.
In het artikel stond een zin die mij raakte.
"De mooiste dingen in het leven zijn soms totaal nutteloos."
Ik denk dat daar veel waarheid in zit.
Een zonsondergang is nutteloos.
Een vogel die zingt heeft geen economisch rendement.
Een knuffel levert niets op.
Een glimlach betaalt geen rekeningen.
En toch zijn het precies die dingen die een mens overeind houden.
Misschien is dat uiteindelijk wel de grootste les die kanker mij geleerd heeft.
Kanker heeft veel van mij afgenomen. Onbezorgdheid. Toekomstplannen. Een stuk gezondheid.
Maar tussen alle ellende door heeft ze mij ook iets onverwachts teruggegeven.
Het vermogen om opnieuw stil te staan. Om opnieuw te kijken. Om je opnieuw te verwonderen over dingen die vroeger veel te klein leken om aandacht aan te besteden.
Blijkbaar hebben psychologen daar tegenwoordig een mooi Engels woord voor.
Ik noem het liever gewoon...
leven.