Morfine.
Dat is zo'n woord waar ik jarenlang een bloedhekel aan gehad heb. Niet omdat ik wist wat morfine was, maar omdat ik dacht te weten wat morfine betekende. Opium. Verslaving. Mensen die half versuft in een ziekenhuisbed liggen.
En vooral het gevoel dat je aan het laatste hoofdstuk van je kankerverhaal begonnen bent. Het hoofdstuk waarin je steeds meer moet inleveren. Minder kunt. Meer afhankelijk wordt. Stilaan aftakelt.
Ik weet ook wel dat artsen daar heel anders naar kijken. Voor hen is morfine gewoon een pijnstiller. Een volgende stap als andere pijnstillers onvoldoende helpen.
Maar ik ben geen arts. Ik ben patiënt. En patiënten geven woorden soms een betekenis die veel groter is dan ze eigenlijk verdienen. Dus had ik mezelf altijd voorgenomen: als het enigszins kon, bleef ik zo lang mogelijk uit de buurt van morfine.
Tot mijn rug daar anders over begon te denken.
Een tijd geleden kreeg die rugpijn een naam. Geen overbelaste spier van de fitness. Geen zenuw die wat protesteerde. Gewoon de uitzaaiingen. Dat veranderde de pijn. Niet omdat ze erger werd, maar omdat ze vanaf dat moment altijd hetzelfde zei. Niet langer: mijn rug doet pijn, maar: dit is de kanker.
Overdag viel het meestal nog wel mee. Met paracetamol bleef ik netjes onder wat ik mijn comfortgrens noem. Maar 's nachts leek mijn rug een heel ander karakter te krijgen. Eerst probeerden we tramadol. Daarna diclofenac. Het hielp allemaal een beetje. Of helemaal niet.
Het gevolg was altijd hetzelfde. Slapen. Wakker worden van de pijn. Opstaan. Nog een pijnstiller. Een cappuccino. Wat tokkelen op de computer terwijl ik wachtte tot de pillen eindelijk besloten hun werk te doen. En dan opnieuw naar bed. Eventjes toch. Een paar nachten lukt dat nog. Daarna begin je te beseffen dat niet alleen de pijn een probleem wordt. Ook de vermoeidheid begint langzaam haar tol te eisen.
En toen zei de huisarts dat we misschien met MS Contin moesten beginnen.
Morfine dus.
Nou... pffff...
Daar had ik nu al die jaren tegenaan zitten hikken.
Maar er bestaat een oud gezegde: nood breekt wet. Ik heb de voorbije weken ontdekt dat er nog een variant bestaat: pijn breekt principes. Na een paar slapeloze nachten verdwijnen heel wat goede voornemens vanzelf. Dan wil je niet langer bewijzen hoe flink je bent. Dan wil je gewoon slapen.
Dus gisterenavond nam ik mijn eerste tablet. Met meer tegenzin dan enthousiasme.
Vanmorgen werd ik wakker na zeven uur slaap. Nou ja... de sanitaire tussenstops daargelaten.
Bijna zonder pijn.
Gewoon geslapen
Ik was bijna vergeten hoe heerlijk gewoon een gewone nacht kan zijn.
Nou... ik denk dat morfine en ik toch nog dikke vrienden gaan worden.