Het Boek van Aldric

Gepubliceerd op 15 juli 2026 om 17:37

Het Boek van Aldric

Iedereen kent wel de verhalen over heksen, tovenaars en wonderdokters. Elke streek heeft wel zo iemand.

Wommelgem had Aldric.

Niemand weet nog precies wanneer hij leefde. Sommigen zeggen in de vroege middeleeuwen. Anderen houden vol dat hij nooit echt bestaan heeft. Zijn naam komt in geen enkel officieel geschiedenisboek voor. Toch duikt hij af en toe op in oude vertellingen, telkens net iets anders, alsof iedere generatie een stukje van zijn verhaal heeft onthouden.

Aldric was heelmeester.

Tenminste... zo noemde men hem in het begin.

Hij kende iedere plant die langs de Schijn groeide. Hij wist welke wortel de koorts kon temperen, welke bast de pijn verzachtte en welke bloemen een wond sneller deden sluiten. Mensen kwamen van heinde en verre naar zijn eenvoudige woning. Niet omdat hij wonderen verrichtte, maar omdat hij luisterde. Misschien luisterde hij zelfs beter dan hij genas.

Want Aldric wist iets wat de meeste heelmeesters van toen liever verzwegen.

Niet iedere ziekte liet zich overwinnen.

En juist dat maakte hem verdacht. De mensen verlangden wonderen. Ze wilden genezen. Ze wilden horen dat alles weer goed zou komen.

Aldric beloofde dat nooit. Wanneer hij niets meer kon doen, bleef hij gewoon zitten. Hij hield een hand vast. Hij luisterde. Hij verzachtte waar hij kon. En soms zei hij dat de strijd tegen een ziekte zwaarder kon zijn dan de ziekte zelf.

Voor sommigen was hij daarom een wijze.
Voor anderen een gevaarlijke dwaas.

Langzaam veranderde de manier waarop men over hem sprak.

Heelmeester werd kruidenman.
Kruidenman werd zonderling.
En zonderling werd tovenaar.

Wat er daarna gebeurde, weet niemand zeker.
Volgens de ene legende werd hij uit het dorp verjaagd.
Volgens een andere verdween hij op een mistige ochtend langs de Schijn en werd hij nooit meer teruggezien.
En volgens weer een andere ligt hij nog altijd ergens begraven op een plaats die alleen de oudste bomen kennen.

Maar over één ding zijn alle verhalen het eens.

Aldric liet een boek achter.
Geen boek vol spreuken. Geen boek vol toverdranken. Maar een boek waarin hij alles had opgeschreven wat hij in zijn leven had geleerd.
Over kruiden. Over pijn. Over mensen.

Over ziekten die zich lieten genezen.
En over ziekten die zich alleen lieten verdragen.

Volgens de legende bevatte Het Boek van Aldric niet alleen recepten voor kruiden en zalven, maar ook een aantal hoofdstukken die de Kerk liever zag verdwijnen. Daarin schreef Aldric over ziekten die zelfs hij niet kon genezen. Toch geloofde hij dat ook die mensen nog iets te leren hadden. Niet over genezing, maar over leven.

Niemand weet hoeveel van die bladzijden ooit hebben bestaan. Wel wordt verteld dat sommige er later bewust uit werden gescheurd.

Door wie? Waarom?

Ook dat is in de mist van de geschiedenis verdwenen.

Het originele boek is trouwens nooit teruggevonden.

Tenminste... niet helemaal.
Er wordt verteld dat het boek nooit echt verdwenen is. Dat de bladzijden niet verloren gingen, maar verborgen werden. Niet ergens ver weg in het verleden, maar hier en nu. Af en toe duikt er een losse bladzijde op. Op onverwachte plaatsen. Alsof iemand ze bewust achterlaat voor wie goed genoeg zoekt.

Sinds ik zelf met kanker leef, laat die legende mij niet meer los.

Niet omdat ik denk dat Aldric een vergeten geneesmiddel had gevonden. Was dat zo geweest, dan hadden we het allang gekend.

Maar misschien schreef hij iets anders op. Iets wat we onderweg vergeten zijn.

Misschien waren die verdwenen bladzijden geen verzameling recepten, maar gedachten van een heelmeester die dagelijks tegenover mensen zat die hij niet meer kon genezen.

Misschien wist hij iets over angst. Over hoop. Over moed. Over berusting.

En misschien zijn juist dát de bladzijden die verdwenen.

Dus ben ik op zoek.

Niet naar een wondermiddel.
Maar naar de ontbrekende bladzijden van Het Boek van Aldric.

Wie weet duikt er hier de komende tijd af en toe wel eentje op.

En wie weet heeft een oude heelmeester uit Wommelgem ons, na al die eeuwen, nog altijd iets te vertellen.