Het boek van Aldric: p XVII

Gepubliceerd op 21 juli 2026 om 13:24

Een paar dagen geleden schreef ik hier over Het Boek van Aldric. Een oude legende uit Wommelgem over een geneesheer die alles wat hij tijdens zijn leven had geleerd, zou hebben opgeschreven in een boek dat spoorloos verdwenen is.

Tenminste... dat vertelt de legende.
Maar g
isteren trokken Mevr. Willy en ik weer eens naar de kringwinkel. Ook daar hebben we ondertussen onze vaste gewoontes. 
Mevr. Willy verdwijnt steevast tussen de rekken met serviezen, beeldjes en allerlei spullen waarvan zij onmiddellijk ziet dat ze nog een tweede leven verdienen.
Ik zoek meestal de boekenhoek op. Niet dat ik nog zoveel lees. Dat is een van de dingen die kanker stilletjes van me heeft afgepakt. Maar tussen oude boeken snuisteren blijft iets bijzonders hebben. Je weet nooit wat iemand ooit tussen de bladzijden heeft achtergelaten. Een oude foto. Een briefje. Een treinticket. Een gedroogd bloemetje...

En, geloof het of geloof het niet : een oud vergeeld perkament
Toeval? Ongetwijfeld. Waarschijnlijk. Hoogstwaarschijnlijk zelfs.
Maar toch...
Heel even kreeg ik het gevoel dat Aldric misschien wel een glimlach niet zou hebben kunnen onderdrukken.

Want bovenaan stond, in sierlijke letters:

Bladzijde XVII – Over de twee geneesheren

Er zijn twee soorten geneesheren.

De eersten genezen het lichaam.

De tweeden genezen de mens.

Wie slechts het lichaam ziet, zal vele ziekten overwinnen en toch dikwijls falen.

Wie de mens ziet, zal vele ziekten verliezen en toch niet zonder overwinning naar huis gaan.

Een geneesheer draagt daarom twee tassen.

In de eerste bewaart hij zijn kruiden, zijn messen, zijn kennis en alles wat hij van zijn leermeesters heeft ontvangen.

In de tweede draagt hij niets wat met de hand kan worden aangeraakt.

Daar bewaart hij geduld voor wie de moed verloor.

Stilte voor wie geen woorden meer vindt.

Tijd voor wie vreest dat hem geen tijd meer gegund is.

En een luisterend oor voor hen die niet zozeer een geneesheer zoeken, maar iemand die hun angst wil delen.

Ik heb vele geneesheren gekend die de eerste tas rijkelijk vulden.

Maar slechts weinigen die begrepen dat de tweede zwaarder weegt.

Want kruiden kunnen de pijn verzachten.

Een mes kan een kwaal wegnemen.

Maar geen kruid groeit tegen eenzaamheid.

Geen mes snijdt angst uit een mensenhart.

En wie dat niet begrijpt, kent wel de kunst van het genezen, maar niet de kunst van de geneeskunde.

Aldric

Ik weet natuurlijk niet of Aldric ooit bestaan heeft.

Misschien heeft een middeleeuwse monnik deze tekst geschreven.
Misschien een rondtrekkende verhalenverteller.
Misschien een fantast met een mooie pen.
Of misschien heb ik hem gewoon zelf verzonnen.

Maar eigenlijk maakt me dat niet zoveel uit. Want toen ik deze bladzijde las, moest ik terugdenken aan de voorbije zes jaar.

Ik heb sindsdien meer artsen ontmoet dan in de zevenenzestig jaar daarvoor samen.
Oncologen. Radiologen. Chirurgen. Verpleegkundigen.

Mensen met een indrukwekkende kennis waar ik alleen maar bewondering voor kan hebben.

Ze bekeken scans waar ik niets op zag. 
Ze lazen bloedwaarden alsof het een tweede taal was.
Ze schreven behandelingen voor waarvan ik de naam nauwelijks kon uitspreken.

En toch...
Wanneer ik vandaag aan hen terugdenk, zijn het niet de medische termen die ik me herinner.

Ik herinner me de oncoloog die zei dat als ik geen drie maanden kon wachten op een volgende PSA-test, ik maar naar een psycholoog moest gaan.
Ik herinner me de chirurg die na de operatie nauwelijks oor had voor mijn pijnklachten. Ik was "droog" en dat was blijkbaar het enige wat hem interesseerde.

Maar ik herinner me ook de oncoloog die na slecht nieuws niet onmiddellijk naar de deur keek.
Ik herinner me de verpleegkundige die nog even terugkwam met de woorden: "Gaat het een beetje?"
Ik herinner me de arts die eerlijk toegaf dat hij het ook niet wist.

Vreemd genoeg gaf me dat meer vertrouwen dan iemand die op alles een antwoord had.

Misschien bedoelde Aldric dat wel.

Dat genezen en helen niet altijd hetzelfde zijn.
Dat een mens soms meer nood heeft aan een luisterend oor dan aan een infuus.
Dat je niet altijd beter wordt van een behandeling.

Maar soms wel van de manier waarop iemand je behandelt.

Misschien is dat ook de reden waarom deze bladzijde al die eeuwen bewaard is gebleven.
Niet omdat ze een vergeten geneesmiddel bevat. Maar omdat ze ons herinnert aan iets wat we in onze zoektocht naar steeds betere geneeskunde soms dreigen te vergeten.

Dat achter iedere scan een mens zit. Achter iedere uitslag een verhaal. En achter iedere patiënt iemand die vooral hoopt dat hij niet alleen zijn ziekte is.

Als dit werkelijk een bladzijde uit Het Boek van Aldric is, dan hoop ik dat er nog meer opduiken.

Niet omdat ik verwacht dat ze mijn kanker zullen genezen. Maar omdat ze me misschien af en toe helpen herinneren hoe je ermee kunt leven.

En soms al een heel mooie vorm van genezing.