Platwormen (Platyhelminthes) behoren tot de oudste en eenvoudigste meercellige dieren op aarde. Wereldwijd zijn ongeveer twintigduizend soorten beschreven. Ze leven in zoet water, in zee, in vochtige bodems en sommige soorten brengen hun hele leven door als parasiet in de darmen van mens en dier.
Hun lichaamsbouw is opmerkelijk primitief. Ze hebben geen skelet, geen hart, geen longen en zelfs geen echte bloedsomloop. Zuurstof en voedingsstoffen worden eenvoudigweg via diffusie door hun afgeplatte lichaam verspreid. Ook hun spijsvertering is bijzonder eenvoudig. Bij de meeste soorten is er slechts één opening die zowel dienstdoet als mond als voor het verwijderen van onverteerde voedselresten.
De meeste platwormen worden slechts enkele millimeters lang, al bestaan er soorten die meerdere meters kunnen bereiken. Op het eerste gezicht lijken het weinig indrukwekkende dieren. Toch behoren ze al tientallen jaren tot de meest bestudeerde organismen binnen de regeneratieve biologie.
De reden daarvoor is ronduit verbluffend.
Sommige platwormen beschikken over een uitzonderlijk groot aantal stamcellen. Daardoor kunnen ze beschadigde lichaamsdelen volledig opnieuw opbouwen. Niet alleen een stukje huid of een stukje spier, maar complete organen.
Snij een platworm doormidden dan groeit uit het voorste deel een volledig nieuwe achterkant.
En uit het achterste deel groeit een nieuwe kop. Mét hersenen. Mét ogen.
Sommige soorten gaan zelfs nog een stap verder. Een minuscuul stukje van het dier kan opnieuw uitgroeien tot een volledig nieuwe platworm.
Voor biologen is dat een klein mirakel, maar eigenlijk is het vooral een gemiste kans.
Want waarom zijn ze dáár hun onderzoek begonnen? Waarom niet bij mensen?
Ik had mij onmiddellijk aangemeld voor een fase I studie
Niet voor een volledig nieuw lichaam, zó ijdel ben ik nu ook weer niet. Maar een degelijk groot onderhoud, daar zie ik wel iets in.
Mijn rug mag als eerste binnen. Die kraakt tegenwoordig meer dan de trap naar mijn kelder.
En als de technicus toch bezig is, mogen er meteen twee nieuwe knieën onder. Liefst met levenslange garantie.
Mijn rechtervoet, die klapvoet, mag ook opnieuw aangesloten worden. Ergens onderweg heeft een zenuw blijkbaar beslist vervroegd met pensioen te gaan.
En nu we toch bezig zijn, een nieuwe prostaat. Liefst een bescheiden model. Mijn vorige heeft jarenlang geleefd alsof hij CEO was van de rest van mijn lichaam.
Ik zou liever eens een hebben die gewoon zijn werk doet en zich verder koest houdt.
Een nieuw gehoor zou ook niet slecht zijn.
Alhoewel, stel dat ik Mevr. Willy plots perfect kan verstaan, hoor ik het misschien wanneer ze zegt: "Willy... nu je toch niets te doen hebt..."
Nee. Laat dat gehoor voorlopig toch maar zoals het is.
Maar ik hoop wel dat er nog een budget overblijft voor een nieuwe geheugenmodule. Eentje waarmee ik eindelijk onthoud op welk schab ik mijn schroevendraaier heb gelegd. Of waar die tang ligt die ik "heel logisch" had opgeborgen.
Helaas. Mensen zijn geen platwormen. Wij moeten het doen met onderdelen die soms verslijten, soms haperen en soms definitief de geest geven.
Misschien heeft de natuur ons bewust geen reserveonderdelen gegeven.
Anders zouden we nooit meer voorzichtig leven. "Ach... die rug. Volgende week groeit er toch een nieuwe."
Misschien is net onze kwetsbaarheid de reden waarom we af en toe stilstaan.
Al blijf ik erbij : voor die prostaat had ze gerust een uitzondering mogen maken.