Een tabaksvoorlezer (Spaans: lector de tabaquería) is iemand die beroepshalve kranten of boeken voorleest in een sigarenfabriek. Het beroep ontstond in Cuba en wordt vooral daar nog beoefend.
Ja hoor dat was ooit een écht beroep.
Op 21 december 1865 besloten de arbeiders van de Cubaanse sigarenfabriek El Fígaro in Havana iets bijzonders te doen. Hun werk was urenlang hetzelfde: sigaren rollen, blad na blad, dag na dag. Om die eindeloze eentonigheid te doorbreken, legde iedere arbeider een klein bedrag samen.
Niet voor een betere machine. Niet voor extra pauzes, maar om iemand te betalen die de hele dag zou voorlezen: kranten, romans, gedichten.
De man kreeg een plaats op een verhoog, zodat iedereen hem kon horen. Terwijl honderden handen onverstoorbaar bleven doorwerken, vulde één stem de fabriekshal met verhalen.
Het idee sloeg aan. Al snel hadden ook andere Cubaanse sigarenfabrieken hun eigen lector de tabaquería. Zelfs in de tabaksfabrieken van Florida en New York bleef het gebruik bestaan tot diep in de jaren dertig.
En in Cuba bestaat dat beroep vandaag nog altijd. Sterker nog, in 2012 werd de tabaksvoorlezer uitgeroepen tot nationaal cultureel erfgoed. Er loopt zelfs een aanvraag om het door UNESCO te laten erkennen als immaterieel cultureel erfgoed.
Maar wat me nog het meest verbaasde, was niet eens dat beroep zelf.
Het was de gedachte erachter.
Die arbeiders waren geen rijke mensen. Ze werkten lange dagen. Toch betaalden ze vrijwillig iemand om verhalen voor te lezen.
Waarom?
Niet omdat Victor Hugo anders vergeten zou worden.
Niet omdat ze de krant niet zelf konden lezen.
Ik denk dat ze betaalden voor iets heel anders. Voor een paar uur waarin hun lichaam nog altijd sigaren rolden, maar hun gedachten ergens anders mochten zijn. Terwijl hun handen hetzelfde bleven doen als gisteren, konden ze in hun hoofd door Parijs wandelen.
Of naast Don Quichot over de Spaanse vlakten trekken.
Of een tijdje vergeten dat de fabriekshal gewoon een fabriekshal was.
Misschien is dat wel de echte kracht van een verhaal.
Het verandert de wereld niet. Maar soms verandert het wel even de plaats waar je gedachten verblijven. En misschien is dat precies genoeg.
Als ik een goed boek lees, of een film bekijk, of opga in een Netflix serie, gebeurt eigenlijk hetzelfde. Een uur later zit ik nog altijd in dezelfde zetel. Maar toch ben ik even weggeweest.
Misschien vertellen mensen daarom al duizenden jaren verhalen.
Misschien schrijf ik de laatste tijd daarom zoveel sprookjes
Niet omdat ze problemen oplossen. Dat doen ze zelden.
Een verhaal geneest geen kanker. Het neemt verdriet niet weg. En het verandert een slechte uitslag niet in een goede.
Maar soms, heel soms, neemt een verhaal je even bij de hand.
Voor tien minuten of voor een een halfuur. Net lang genoeg om niet alleen patiënt, partner of mantelzorger te zijn, maar gewoon weer even mens.
Misschien is dat de reden waarom verhalen nooit verdwijnen.
Niet omdat ze een antwoord geven, maar omdat ze je soms een paar bladzijden lang toestaan om de vraag even te vergeten.
En ik denk dat die oude Cubaanse sigarenrollers dat honderdzestig jaar geleden al heel goed begrepen hadden.