Het Bloementapijt van Brussel is een tijdelijk kunstwerk dat sinds 1971 om de twee jaar op de Grote Markt wordt aangelegd. Het beslaat ongeveer 1.600 vierkante meter en wordt samengesteld uit honderdduizenden bloemen die door vrijwilligers volgens een vooraf uitgewerkt ontwerp op het plein worden gelegd. Voor de editie van 2026 werd gekozen voor De grote golf bij Kanagawa, de beroemde houtsnede die de Japanse kunstenaar Katsushika Hokusai rond 1831 maakte. Meer dan een half miljoen dahlia's waren nodig om die golf op de Brusselse kasseien te krijgen.
Een half miljoen bloemen. Maanden voorbereiding. Kwekers, ontwerpers, transport, honderden vrijwilligers die urenlang op hun knieën zitten om ervoor te zorgen dat iedere dahlia precies op de juiste plaats ligt.
Ik zou er best eens willen rondlopen. Sterker nog, als ik toevallig in Brussel was, zou ik waarschijnlijk gaan kijken. Beetje slenteren over de Grote Markt, cappuccino ergens, fotootje maken. Misschien zelfs twee, want tegenwoordig moet een mens blijkbaar bewijzen dat hij iets niet alleen gezien heeft, maar er zelf ook daadwerkelijk naast heeft gestaan.
Maar zondagavond wordt het alweer afgebroken. Na 4 dagen
En ergens zit er dan toch een klein vervelend stemmetje in mijn hoofd. Is dit nu echt de beste manier waarop we al die tijd en moeite konden gebruiken?
Dat stemmetje hoor ik wel vaker.
Bij enorme vuurwerkshows bijvoorbeeld. Twintig minuten lang wordt voor een bedrag waar je vermoedelijk een behoorlijke woning van kunt kopen de hemel in geschoten. Prachtig. Ik sta er zelf ook met open mond naar te kijken.
En daarna is het donker.
Of van die gigantische lichtshows op gebouwen. Bloemencorso's. Zandsculpturen waar mensen weken aan werken en die daarna weer worden platgereden. IJssculpturen die uiteindelijk letterlijk door het afvoerputje verdwijnen.
Ik weet het. Zo kun je natuurlijk alles kapot rekenen.
Hoeveel maaltijden kun je kopen voor de prijs van één schilderij?
Hoeveel ziekenhuisbedden voor één operavoorstelling?
Hoeveel daklozen kun je onderbrengen voor wat een voetbalclub aan één spits uitgeeft?
En hoeveel nuttige dingen hadden die honderden vrijwilligers kunnen doen in de uren dat ze in Brussel dahlia's lagen te schikken?
Je bent snel klaar met schoonheid als je er een rekenmachine naast legt. Alleen wordt de wereld daar waarschijnlijk ook niet meteen een aangenamere plek van.
Want stel dat we het werkelijk zouden doen. Vanaf morgen mag alles alleen nog als het aantoonbaar nuttig is.
Geen vuurwerk meer. Dat knalt alleen maar. Geen bloementapijt. Geen kerstverlichting in de straten.
Een fontein is natuurlijk helemaal van de pot gerukt. Water omhoog pompen zodat het daarna op exact dezelfde plaats weer naar beneden valt. Wie heeft dát ooit goedgekeurd?
Bloemen in een vaas kunnen eigenlijk ook niet. Die kun je niet eten en na een week moet je ze weggooien.
En kunst?
Tja.
Probeer bij de belastinginspecteur maar eens uit te leggen wat het maatschappelijk rendement van een vioolconcert precies is. Dan wordt het ineens een behoorlijk kale bedoening.
Misschien zit mijn probleem dus niet bij dat bloementapijt, maar bij dat woord nuttig.
Sinds wanneer moet alles eigenlijk ergens goed voor zijn?
Op een plek waar zoveel mensen bezig zijn met behandelingen, onderzoeken, medicijnen en overleven krijgt nut vanzelf nogal veel gewicht. Een behandeling moet iets doen. Een scan moet iets laten zien. Een medicijn moet tijd opleveren. Daar valt weinig tegenin te brengen.
Maar misschien moet niet ieder uur dat een mens over heeft ook nog iemand redden. Misschien mag je af en toe een halve dag op je knieën zitten om een dahlia precies goed te leggen, terwijl je heel goed weet dat iemand ze zondag weer komt ophalen.
Ik blijf dat ergens verspilling vinden. Dat stemmetje krijg ik niet helemaal weg. Maar als ik moet kiezen tussen een wereld waarin af en toe een half miljoen bloemen volkomen nutteloos op de Grote Markt liggen en eentje waarin iedere dahlia eerst haar maatschappelijk rendement moet bewijzen...
zet mij dan maar tussen de bloemen.