Lachen is gezond, zeggen ze.
Alleen hebben ze er nooit bij verteld dat sommige kwaaltjes het wel héél moeilijk maken om te lachen... of om te zitten.
We kennen allemaal de grote zorgen. De scans, de bloeduitslagen, de behandelingen. Maar af en toe zijn het net die kleine, gênante ongemakken die ons leven onverwacht overhoop gooien. Van die kwaaltjes waar niemand graag over praat, maar waar verrassend veel mensen stilletjes mee rondlopen.
Neem nu aambeien.
Ge stapt de apotheek binnen en probeert zo onopvallend mogelijk een tube aambeienzalf te vragen. De apotheker roept vervolgens door de hele winkel: "Is dat de grote verpakking of de zetpilletjes, mijnheer?" Op dat moment overweegt ge heel even om te verhuizen.
En als het écht tegenzit, belandt ge in de thuiszorgwinkel. Ge doet alsof ge geïnteresseerd zijt in wandelstokken en bloeddrukmeters, terwijl ge in werkelijkheid maar voor één ding gekomen zijt: een kussentje... met een gat in.
De mensheid heeft een raket op de maan gezet, kunstmatige intelligentie ontwikkeld en auto's gebouwd die vanzelf parkeren. Maar op een bepaald moment in uw leven is uw grootste wens gewoon een schuimrubberen ring met een gat in het midden.
Dat zet de evolutie toch mooi in perspectief.
Ook thuis verandert er ongemerkt van alles. Ge staat op uit de zetel wanneer er bezoek is. Alleen... waar ge vroeger gewoon rechtveerde, lijkt het nu alsof ge een trage Tai Chi-demonstratie aan het opvoeren zijt. Voor uzelf valt dat best mee. Tot ge merkt dat iedereen zit te kijken.
En nee... ge loopt niet raar. Ge probeert alleen te vermijden dat twee lichaamsdelen elkaar raken die vandaag absoluut geen contact met elkaar willen.
Humor geneest geen ziekte. Maar ze maakt sommige dagen wél een stuk draaglijker.
Daarom verschijnt binnenkort in De Prostaatpers een open brief van de Nationale Aambeienbond. Een bloedserieus protest van een patiëntenvereniging die vindt dat ze al eeuwenlang schromelijk onderschat wordt.
Je kan 'm hieronder lezen