Van sommige dingen is het beter dat een mens ze niet weet.
Neem chocolade. Ik heb daar tot voor kort een uitstekende verstandhouding mee gehad. Ik eet chocolade, chocolade laat zich opeten en geen van beide partijen stelt daar verder vragen bij.
Tot iemand mij vertelde dat er blijkbaar normen bestaan voor de hoeveelheid vreemde rommel die in voedsel mag zitten. Niet alleen een verdwaald zandkorreltje of wat stof. Nee. Insecten. Onderdelen van insecten. Vliegeneitjes. Maden. En haren van knaagdieren.
Nou, Mr willy zou Mr willy niet zijn als ie dat niet was gaan opzoeken. Stof voor een blog , weet je wel?
Maar dat had ie dus beter niet gedaan.
De Amerikaanse Food and Drug Administration, de FDA, heeft namelijk een officiële lijst met zogenaamde Food Defect Action Levels. Dat zijn grenzen voor natuurlijke of onvermijdelijke verontreinigingen in voedingsmiddelen. Want voedsel mag uiteraard geen gevaar opleveren voor onze gezondheid.
Maar blijkbaar heeft ook voedselveiligheid ergens een punt waarop iemand zegt: ach, dát kan nog.
Bij chocolade ligt zo'n actiedrempel onder meer bij gemiddeld 60 insectenfragmenten per 100 gram. Voor knaagdierharen bestaat er ook eentje: gemiddeld één per 100 gram. Mocht je tijdens het lezen toevallig chocolade bij de hand hebben: een gewone reep weegt vaak ongeveer 100 gram. Meer hoef ik daar niet over te zeggen.
Nu betekent dat natuurlijk niet dat er in elke reep 59 stukjes kever zitten en dat nummer 60 door een oplettende medewerker met een pincet uit de productielijn wordt gevist. Het zijn grenzen waarboven de FDA kan optreden. Fabrikanten moeten nog altijd netjes werken en zoveel mogelijk voorkomen dat er beestjes in onze chocolade terechtkomen.
Maar eenmaal iemand je verteld heeft dat er zoiets bestaat als een officieel interessante hoeveelheid muizenhaar in chocolade, krijg je die informatie niet meer uit je hoofd.
En chocolade blijkt nog mee te vallen.
In pindakaas duiken volgens diezelfde Amerikaanse actiedrempels eveneens insectenfragmenten en knaagdierharen op. Bij gemalen kaneel spreken we over honderden insectenfragmenten per 50 gram. Bij gemalen salie wordt het nog gezelliger. En bij tomatenproducten heeft men zelfs officiële belangstelling voor vliegeneitjes en maden.
Daar heb ik toch even over moeten nadenken. Niet over die maden. Vooral over de mensen die ze tellen. Ergens bestaat dus een beroep waarbij je 's morgens je jas aantrekt, je vrouw een kus geeft en zegt: "Tot vanavond, schat. Ik ga weer insectenpoten tellen."
En dan zit je acht uur achter een microscoop boven een schaaltje kaneel. "Hoe was het vandaag?"
"Best druk. Driehonderdzesentachtig insectenfragmenten, zeven muizenharen en iets waarvan we nog niet helemaal zeker zijn."
"Eten?"
"Graag. Maar geen chocomousse."
Sinds ik dit weet, ziet onze keuken er trouwens anders uit. De pot pindakaas is niet langer een pot pindakaas. Het is bewijsmateriaal. Het kruidenrek is een biologisch reservaat en bij een doos rozijnen heb ik voortaan het gevoel dat ik eerst even moet schudden om te controleren of er niemand wakker wordt.
Eigenlijk is het natuurlijk logisch. Cacaobonen groeien niet in een steriele fabriek. Graan staat buiten. Fruit hangt aan bomen. Kruiden worden geoogst en gedroogd. Overal kruipen en vliegen beestjes rond en muizen hebben lak aan voedselinspectie. Je kunt moeilijk aan iedere cacaoboom een bordje hangen met VERBODEN VOOR INSECTEN en verwachten dat ze zich eraan houden.
We willen tegenwoordig bovendien graag natuurlijke voeding. Biologisch. Onbewerkt. Recht van het veld.
Wel, dit is blijkbaar een stukje van dat veld dat gratis wordt meegeleverd.
En wat heeft dit allemaal met kanker te maken?
Niks. Helemaal niks.
Maar het is wel leuk om te weten.
Alhoewel...
Want vroeg of laat zit je ergens gezellig met een kop koffie en breek je een stukje chocolade van een reep. Je steekt het in je mond, laat het smelten en denkt nergens aan.
Tenminste, dat deed je vroeger.
Smakelijk.