Begrip

Gepubliceerd op 21 augustus 2026 om 22:42

Onder mijn vorige blog, Verhakkeld, kreeg ik een reactie die me toch even deed nadenken:

“Dank dat je jouw donkere gedachten ook durft te delen.”

En eigenlijk mag ik daar blij om zijn. Niet om die donkere gedachten uiteraard. Die mogen wat mij betreft vandaag nog hun koffers pakken en zonder achterlating van adres vertrekken. Maar wel omdat ik ze blijkbaar kan en mag delen.

Want Verhakkeld was best een zwartgallig schrijfsel. Geen noodkreet, geen aankondiging dat Mr willy voortaan permanent in een donkere kelder woont, gewoon een paar uur uit zo'n nacht waarin mijn hoofd blijkbaar besluit alleen nog de zwarte dozen van zolder te halen. En ik heb die op papier gezet. Rauw, somber, misschien voor sommigen zelfs wat té somber. Maar ik mocht dat blijkbaar. Meer nog, iemand bedankte me ervoor.

We praten gemakkelijk over de gevolgen van kanker en behandelingen. Vermoeidheid, pijn, chemobrein, angst, slecht slapen, hormonen die van je lijf een soort slecht bestuurde chemische fabriek maken. En meestal is daar begrip voor. Echt begrip, daar twijfel ik niet aan.

Iemand zegt dat hij door zijn ziekte ontzettend moe is. Natuurlijk begrijp je dat. Tot hij voor de derde keer een afspraak afzegt waar jij rekening mee had gehouden. Iemand vertelt dat zijn geheugen door de behandelingen een zeef geworden is. Alle begrip. Tot hij voor de zoveelste keer vergeet wat jij hem uitdrukkelijk gevraagd had. Iemand zegt dat hij door pijn, medicijnen, hormonen of door  maanden slecht slapen een korter lontje heeft gekregen. Ook begrijpelijk. Tot hij tegen jóú uit zijn slof schiet.

Met zwartgalligheid is het niet anders. Je begrijpt best dat iemand af en toe zwarte dagen heeft, bang is voor wat komt en weinig boodschap heeft aan de mededeling dat hij vooral positief moet blijven.

Tot je bij hem aan tafel zit op zo'n dag.

Want een zwartgallige mens zit niet noodzakelijk stilletjes voor zich uit te staren terwijl ergens op de achtergrond passende vioolmuziek speelt. Hij kan ook gewoon vervelend zijn. Kortaf. Cynisch. Ieder lichtpuntje dat je hem probeert aan te reiken blaast hij onmiddellijk uit, om vervolgens te klagen dat het zo donker is. Je vertelt hem dat morgen misschien een betere dag wordt en binnen de tien seconden heeft hij vijf redenen gevonden waarom dat waarschijnlijk niet zo is.

Probeer daar maar eens een hele avond begrip voor te hebben.

Nou.

Daar zit ik dus ook tussen.

Ik heb een korter lontje gekregen. Ik kan soms om iets onnozels uit mijn slof schieten en vijf minuten later zelf denken: Godverdomme Willy, was dát nu nodig? En ik heb momenten waarop mijn hoofd blijkbaar besluit alle gordijnen dicht te trekken. Dan hoef je bij mij niet aan te komen met kop op, positief blijven of geniet van iedere dag, want de kans is groot dat ik je vrij nauwkeurig uitleg in welke lichaamsopening je die dag mag steken,

Niet omdat ik voortdurend ongelukkig ben. Het grootste deel van de tijd scharrel ik behoorlijk tevreden door mijn dagen. Ik schrijf mijn onnozelheden, drink mijn cappuccino, maak ruzie met mijn computer en erger me aan dingen die gelukkig totaal onbelangrijk zijn.

Maar af en toe zakt de boel weg. En dan ben ik waarschijnlijk geen aangenaam gezelschap.

Daar wringt het natuurlijk. Want als ik iemand afsnauw, is die afgesnauwd. Als ik de hele avond de sfeer aan tafel vakkundig om zeep help, wordt die tafel niet gezelliger omdat mijn hormoonhuishouding een medisch attest kan voorleggen. Kanker is geen vrijgeleide om je als een etterbak te gedragen.

Maar als we zeggen dat we begrijpen dat ziekte een mens kan veranderen, dan horen die minder fraaie stukken er ook bij. Niet alleen de vermoeidheid waarvoor we een dekentje kunnen halen of het verdriet waarbij we een arm om iemand heen kunnen slaan. Ook de woede waarvoor we liever een stap achteruit zetten. De zwarte bui waar geen verstandig antwoord op bestaat. De mens die even niet moedig, positief en gezellig is.

Misschien is dat wel het moeilijkste soort begrip.
Begrip voor iemand op het moment dat hij het minst begripwaardig is.

Dus ja, ik ben blij met die reactie onder Verhakkeld.

“Dank dat je jouw donkere gedachten ook durft te delen.”

Graag gedaan.
Maar geloof me, ze lezen is soms gemakkelijker dan ermee aan tafel zitten.

En daarna mag je me nog altijd zeggen dat ik een etterbak was.

Dat begrijp ik dan ook wel weer.