Hoe ver is Ver

Gepubliceerd op 27 augustus 2026 om 20:40

Ik las het vanmorgen in de krant. Karel Sabbe heeft vorige week de HexaTrek gelopen, een tocht van 3.034 kilometer dwars door Frankrijk. Hij deed er 33 dagen, 13 uur en 48 minuten over.

Ik heb het even nagerekend. Dat is ongeveer negentig kilometer per dag. Door bergen. Bij temperaturen waarbij ik zelf meestal besluit dat de vuilnisbak morgen ook nog buiten gezet kan worden.
In mijn glorietijd kon ik dertig kilometer joggen. Daar deed ik een uur of vier over en daarna vond ik dat ik behoorlijk sportief bezig was geweest.

Poeh.

Sabbe doet dat drie keer per dag. Iedere dag opnieuw. Een maand lang.

Onderweg werd hij ziek van vermoedelijk besmet bronwater. Eerst kon hij niet meer eten, daarna niet meer drinken. Ziekenhuis dus. Antibiotica, iets tegen de misselijkheid en vier uur later liep hij alweer verder.

Vier uur.

Normaal werkt Sabbe tijdens zo'n onderneming ongeveer 10.000 calorieën per dag naar binnen. Deze keer lukte dat door de hitte nauwelijks. Hij viel meer af dan voorzien, moest diep in zijn reserves en zei achteraf zelf dat het op het randje was geweest.

En dan begin ik bij zulke verhalen altijd wat te rekenen. Negentig kilometer. Tienduizend calorieën. Drieëndertig dagen. Hoeveel paar schoenen zijn dat? Hoe zien uw voeten er daarna uit? En vooral: wat voor lichaam moet ge in godsnaam gekregen hebben om dit allemaal te kunnen flikken zonder dat ergens een knie, nier, pees of gezond verstand ontslag neemt?

Want gezond kunt ge zoiets moeilijk noemen. Bewegen is gezond, lopen ook, maar ergens tussen een halfuurtje joggen en drieduizend kilometer door de bergen moet er toch een bordje staan met vanaf hier zijt ge voor eigen rekening bezig. Misschien heeft Sabbe gewoon geluk gehad bij de verdeling. Een hart en longen die dit aankunnen, botten en pezen die niet na dag twaalf een aangetekende brief sturen en waarschijnlijk een stel genen waar ge normaal een meerprijs voor betaalt. Plus jaren training natuurlijk.

Misschien is een kilometer sowieso een bijzonder slechte eenheid om een prestatie in uit te drukken.

Stel dat we twee mensen aan dezelfde startlijn zetten. De ene krijgt het lichaam van Karel Sabbe mee. Jaren getraind, spieren in orde, longen in orde, hart in orde en een hele ploeg die eten klaarmaakt, de rugzak vult en ervoor zorgt dat hij morgen opnieuw kan vertrekken.

De andere krijgt een lichaam waar ondertussen wat aan verbouwd is. Een prostaat eruit bijvoorbeeld. Een paar lymfeklieren mee. Hier en daar wat bestraling. Een portie chemo erdoorheen. De testosteronkraan dichtgedraaid en voor de zekerheid nog wat medicatie erbovenop die ook haar duit in het zakje doet. Misschien wat gevoelloze voeten, minder spierkracht, een evenwicht dat vroeger beter was en een batterij die tegenwoordig soms al op twintig procent staat terwijl de dag nog moet beginnen.

Start.

Dat wordt een vrij oneerlijke wedstrijd. De ene loopt negentig kilometer en wij zeggen: fenomenaal. De andere wandelt drie kilometer, komt thuis, gaat even zitten en denkt: verdomme, toch gedaan.

Op papier heeft hij verloren met 87 kilometer verschil.

Daarom deugt die meetlat niet.

Dat merk je pas goed wanneer uw lichaam op een dag niet meer vanzelfsprekend is. Vroeger was vijf kilometer wandelen geen prestatie. Ge wandelde vijf kilometer omdat ge ergens naartoe wilde. Een trap was geen hindernis maar een tamelijk primitieve manier om boven te geraken. Ge stond op uit een stoel zonder daar vooraf een projectvergadering over te houden.

Tot er iets verandert. Dan kunnen afstanden krimpen terwijl prestaties groter worden. Vijf kilometer wordt drie. Drie wordt één. Soms is douchen, aankleden en naar buiten gaan al een behoorlijk programma voor één voormiddag. Niet iets om een medaille voor te krijgen en ge moet vooral niet verwachten dat er morgen een reporter aan de voordeur staat. Het is zelfs nauwelijks interessant om aan iemand te vertellen.

Maar gij weet wat het gekost heeft.

Wij vergelijken prestaties altijd aan de buitenkant. Wie liep het verst, wie was het snelst, wie klom het hoogst. Lekker makkelijk ook. Een kilometer is een kilometer en een seconde is een seconde. Ge kunt er tabellen van maken, records van bijhouden en achteraf één iemand op het hoogste schavot zetten.

Alleen bestaat er geen meetapparaat voor wat iemand nog in zijn tank had toen hij eraan begon.

Sabbe kan aan zo'n tocht beginnen met een lichaam dat tot dit soort waanzin in staat is en zichzelf onderweg bijna volledig leegrijden. Iemand anders begint 's morgens misschien al met vijfentwintig procent en wandelt daarmee naar de bakker en terug.

Wie van de twee is dan het diepst gegaan?

Geen idee.

En misschien moeten we dat vooral niet proberen uit te rekenen. Voor ge het weet organiseren we de eerste Kankerlympische Spelen en staat er iemand met een stopwatch naast de chemotherapie.

Ik wil trouwens niks afdoen aan wat Sabbe heeft gepresteerd. Integendeel. Drieduizend kilometer door de bergen in iets meer dan een maand is voor mij zo buitenaards dat hij evengoed naar Mars had kunnen lopen. Misschien loopt hij op zijn zeventigste nog altijd iedereen voorbij. Misschien beginnen zijn knieën tegen dan alsnog de achterstallige facturen te versturen. Niemand die het weet.

Maar misschien zegt 3.034 kilometer uiteindelijk vooral iets over afstand.

Niet noodzakelijk over hoe ver iemand gegaan is.

Daarvoor zou ge moeten weten met welk lichaam hij aan de start stond.