Hoe was jullie weekend

Gepubliceerd op 30 augustus 2026 om 11:02

"Hoe was jullie weekend?"

Een doodgewone vraag. En voor je het weet vertel ik dat wandelen wat moeilijker ging vanwege mijn rug, dat ik 's nachts weer een paar keer wakker ben geweest en dat ik daar tegenwoordig morfine voor neem.
Misschien komt TH4 nog even langs, als ik eenmaal goed op dreef ben zelfs TH5, en als mijn gesprekspartner tegen die tijd nog niet voorzichtig achteruit naar de deur schuifelt, kan ik altijd nog uitleggen waarom ze die eerste wervel niet zomaar voor de derde keer kunnen bestralen.

Terwijl het volkomen correcte antwoord ook had kunnen zijn: "Goed. Lekker gegeten. Mooie streek. Cappuccino was niet te zuipen."
Want dat was óók waar. Net zoals die rug waar was.
Alleen hoeft een eerlijk antwoord blijkbaar niet altijd het volledigste antwoord te zijn.

En eerlijk gezegd ligt dat niet altijd aan degene die de vraag stelt.
Ik betrap mezelf er geregeld op dat ik mijn kanker te pas en te onpas een gesprek wil binnen sleuren. Iemand vertelt over zijn slechte rug en ergens in mijn hoofd staat onmiddellijk een klein ventje recht: Ha! Rug! Daar kunnen wij iets mee. Voor ik het weet wil ik vertellen over mijn wervels. Iemand zegt dat hij slecht geslapen heeft en hop, mijn nachtelijke pijn staat al klaar. Iemand moet volgende week naar het ziekenhuis voor een kleine ingreep en mijn volledige oncologische encyclopedie begint zich al warm te lopen.

Willy. Die mens laat gewoon een wrat weghalen. Hou uw mond.

Dat moet ik dus dikwijls bewust doen. Mezelf terugfluiten.
Niet omdat mijn kankerverhaal er niet toe doet. Natuurlijk doet het ertoe. Het neemt nu eenmaal een flink stuk van mijn leven in beslag en dus ook van wat er in mijn hoofd rondloopt. Er zijn afspraken, bloeduitslagen, scans, medicijnen en pijntjes die vroeger gewoon pijntjes waren en tegenwoordig eerst langs de interne onderzoekscommissie moeten. Dat krijg je er allemaal gratis bij.
Maar het is niet mijn hele leven. En ik wil vooral niet dat het mijn hele persoonlijkheid wordt. Ik ben niet alleen die vent met prostaatkanker, uitzaaiingen, scans en een rug die tegenwoordig bijna een eigen medische staf nodig heeft. Ik ben ook nog altijd degene die zich kan ergeren aan een slechte cappuccino, met veel te veel belangstelling een verhaal over een of ander merkwaardig vogeltje leest, in de tuin aan iets begint waarvan Mevr. Willy vooraf al weet dat het verkeerd gaat aflopen en zich vervolgens persoonlijk beledigd voelt wanneer ze gelijk krijgt.

Misschien is dat zelfs een goede reden om af en toe gewoon "goed" te antwoorden. Niet om de ander mijn kanker te besparen, maar om mezelf eraan te herinneren dat er nog andere antwoorden bestaan.

Blijkbaar hebben sociologen zich zelfs met dat soort dingen beziggehouden. De Amerikaanse socioloog Harold Garfinkel onderzocht in de jaren zestig de ongeschreven regels waarmee wij gewone gesprekken voeren. Zijn studenten moesten die regels expres verstoren. Als iemand bijvoorbeeld vertelde dat hij een lekke band had gehad, vroegen ze wat hij precies bedoelde met een lekke band. En op "Hoe gaat het?" volgde niet het gebruikelijke "goed hoor", maar een verzoek om verduidelijking. Hoe bedoel je? Mijn gezondheid? Mijn werk? Mijn relatie? Mensen bleken daar verrassend snel kriegel van te worden.

En eigenlijk snap ik dat wel. Stel dat ik morgenvroeg bij de bakker binnenkom.
"Goeiemorgen Willy, alles goed?"
       "Dat hangt ervan af. Bedoel je lichamelijk, psychisch of oncologisch?"
"Euh..."
       "Want mijn PSA is..."
"Gesneden?"
        "Wat?"
"Uw brood."

Daarom bestaan die ongeschreven regels dus.
Hoe gaat het? betekent lang niet altijd: vertel mij eens uitgebreid hoe het werkelijk met u gaat. Soms betekent het gewoon goedemorgen. De buurman die met zijn vuilnisbak buiten staat en roept "Alles goed?" heeft waarschijnlijk geen kwartier vrijgemaakt voor mijn medisch dossier. Hij staat daar in zijn pantoffels met een GFT-bak in zijn handen. "Ja hoor, met jou?" is dan ruim voldoende om onze jarenlange burenrelatie zonder noemenswaardige schade voort te zetten.

Alleen voelt dat soms raar wanneer het helemaal niet zo goed gaat. Je hebt pijn, je wacht op een uitslag of er zit iets anders in je kop en toch zeg je: "Prima."
Ben je dan aan het liegen? Technisch gezien misschien wel. Maar prima kan ook gewoon betekenen dat ik het er nu even niet over wil hebben. Of dat het vandaag redelijk gaat. Of dat ik heel goed weet dat als ik werkelijk antwoord geef op die vraag, wij hier over twintig minuten nog staan en uw pantoffels inmiddels doorweekt zijn.

Natuurlijk hebben we als kankerlijer nood aan begrip en aan mensen die echt luisteren. Mensen bij wie je niet na drie minuten voelt dat je nu maar beter over het weer kunt beginnen. Iemand tegen wie je mag zeggen dat je bang bent, dat het pijn doet of dat je kanker vandaag gewoon een ongelooflijke kutziekte vindt, zonder dat er onmiddellijk een oplossing over tafel komt. Positief blijven bijvoorbeeld. Of de onvermijdelijke kennis die iemand kent die zijn kanker naar verluidt heeft weggegeten door suiker te laten staan en iedere ochtend iets groens uit een blender te drinken.

Maar daarom moet ik nog niet tegen iedereen die "Hoe gaat het?" vraagt mijn hele medisch dossier opentrekken.
Niet iedere vraag is dezelfde vraag. Dat merk je meestal wel. Iemand vraagt het terwijl hij zijn jas dichtknoopt en zijn autosleutels zoekt. Een ander gaat tegenover je zitten, zet zijn koffie neer en vraagt: "Nee, serieus. Hoe gaat het nu?" Bij de eerste hoeft TH4 niet mee naar buiten. Bij de tweede misschien wel.

Misschien moeten wij daar zelf ook een beetje handig in worden. Niet omdat we de gezonde medemens tegen onze ellende moeten beschermen. Die redt zich wel. Vooral omdat we het onszelf anders behoorlijk moeilijk maken. Als ik iedere vraag over een weekend, een wandeling, mijn nachtrust of vakantie automatisch door kanker laat beantwoorden, ben ik uiteindelijk zelf degene die dat rotbeest overal mee naartoe sleept. Dan zit hij niet alleen in mijn lijf, maar ook bij de bakker, naast de vuilnisbak van de buurman, op vakantie en straks vermoedelijk nog bij de kapper.

Die etterbak neemt al genoeg plaats in zonder dat ik hem zelf voortdurend een stoel aanschuif.

Dus als iemand me binnenkort vraagt hoe ons weekend was, was het gewoon goed. We hebben lekker gegeten, wat rondgelopen, een mooie streek gezien en samen een paar fijne dagen gehad.

Ja, mijn rug deed pijn. Maar daar vroeg hij niet naar.

De cappuccino was trouwens niet te zuipen.

En daar wil ik het eventueel wél uitgebreid over hebben.