In verschillende gebieden in West-Afrika doen chimpansees iets waar wetenschappers al een tijdje behoorlijk nieuwsgierig van worden. Ze zoeken een steen, nemen die mee naar een bepaalde boom en slaan of gooien hem met kracht tegen de stam. Daarna blijft de steen daar liggen. Bij sommige bomen liggen inmiddels hele hopen. Het gedrag heeft zelfs een officiële naam gekregen: accumulative stone throwing. Dat klinkt meteen een stuk deftiger dan apen die stenen tegen een boom meppen, maar het komt ongeveer op hetzelfde neer.
Waarom ze het doen, weet niemand precies. Voedsel lijkt er niet mee gemoeid. De bomen die ze uitkiezen blijken wel vaak een mooi diep, ver dragend geluid te maken wanneer er een steen tegenaan knalt. Misschien communiceren ze ermee. Misschien is het machtsvertoon. Misschien leren jonge chimpansees het van oudere en zit er ondertussen iets van traditie in. Er is zelfs voorzichtig gesproken over ritueel gedrag.
Nou. Daar gaan we. Een aap pakt een steen, loopt naar een boom en boem. En wij hebben er binnen de kortste keren een ritueel van gemaakt.
Nu wil ik de wetenschappers niets verwijten. Dat is hun werk. Als Alexander Fleming naar zijn beschimmelde petrischaaltje had gekeken en gedacht goh, schimmel, hadden we een probleem gehad. Onderzoeken dus, vooral doen. Maar ik verdenk ons mensen er wel van dat wij bijzonder slecht tegen een waarom zonder antwoord kunnen. Zelfs bij dingen waar helemaal geen antwoord op hoeft te zijn. Een vogel tikt tegen het raam op de verjaardag van iemand die overleden is. Betekenis. Je wordt om 3.17 uur wakker en de volgende nacht toevallig weer. Betekenis. Je denkt aan iemand en vijf minuten later belt die persoon. Heel bijzonder. De 438 keer dat je aan iemand dacht en die vervolgens níét belde, tellen om een of andere reden niet mee.
En dan krijg je kanker. Nou. Dan kan het feest helemaal beginnen. Waarom ik?
Dat is waarschijnlijk een van de eerste vragen die ergens boven komt drijven. Ik heb hem mezelf ook gesteld. Wat behoorlijk merkwaardig is, want vóór mijn kanker heb ik nooit 's morgens mijn onderbroek aangetrokken en gedacht: Verdomme, alweer géén prostaatkanker. Waarom ik niet?
Maar zodra je hem hebt, moet er blijkbaar een reden zijn. Heb ik verkeerd gegeten? Te weinig tomaten? Te veel vlees? Te weinig seks?
Te veel seks lijkt me een aantrekkelijker verklaring, maar helaas heb ik daar onvoldoende bewijsmateriaal voor. Stress misschien. Milieuvervuiling. Erfelijkheid. Pech. Er bestaat altijd wel ergens een artikel waarin staat dat iets wat je de afgelopen veertig jaar vrijwel dagelijks hebt gedaan uw kans op kanker met 17 procent verhoogt.
Meestal staat drie artikels verder dat hetzelfde uw kans met 11 procent verlaagt. Succes ermee.
En wanneer de vraag waarom kreeg ik kanker? een beetje is uitgewerkt, komt soms de volgende ronde.
Wat heeft kanker mij geleerd.
Ook zo eentje. Blijkbaar wordt een ernstige ziekte geacht naast alle medische ellende ook nog een soort avondonderwijs te verzorgen.
Heeft kanker mij geleerd meer van het leven te genieten? Misschien. Ik kon vóór 2020 anders ook behoorlijk genieten van een goede maaltijd en een glas wijn. Daar had ik eigenlijk geen uitgezaaide prostaatkanker voor nodig.
Heb ik geleerd dat tijd kostbaar is? Wist ik ook al.
Dat familie belangrijk is? Eveneens bekend.
Dat je moet genieten van de kleine dingen? Ik dronk vóór mijn kanker ook cappuccino.
En ik kan het natuurlijk allemaal mooier maken. Dat kanker mijn blik op het leven veranderd heeft. Dat bepaalde dingen minder belangrijk zijn geworden. Andere juist meer. Dat ik mensen heb leren kennen die ik anders nooit ontmoet zou hebben.
Allemaal waar. Maar ik zou ze toch niet inruilen voor mijn prostaat.
Geef mij morgen de keuze tussen alle levenslessen terug inleveren of kankervrij zijn en ik sta om zes uur 's morgens met een doos voor de deur. "Waar moet ik ze zetten"
Er is trouwens nog een variant waar ik helemaal jeuk van krijg: kanker heeft mij ook veel gebracht.
Dat mag iemand over zijn eigen kanker gerust zeggen. Als iemand dat werkelijk zo voelt, wie ben ik dan om daar iets van te vinden? Maar probeer het vooral niet tegen míj. Mijn kanker heeft mij inderdaad het een en ander gebracht. Een indrukwekkende verzameling ziekenhuisafspraken bijvoorbeeld. Een halve opleiding medische terminologie. Pillen. Injecties. Bestralingen. En tegenwoordig een rug waar regelmatig overleg over plaatsvindt.
Bedankt, kanker. Heel verrijkend.
Misschien is dat ook waarom die chimpansees me zo bevallen. Niet omdat zij het antwoord hebben. Integendeel. Zij weigeren voorlopig iedere medewerking aan onze behoefte er een mooi verhaal van te maken.
Wij staan erbij met camera's, microfoons, statistieken en wetenschappelijke artikelen.
Communicatie?
Boem.
Territoriaal gedrag?
Boem.
Culturele overdracht?
Boem.
Een primitieve vorm van ritueel?
De chimpansee zoekt alvast een nieuwe steen.
En misschien ontdekken we over tien jaar precies waarom hij dat doet. Misschien blijkt het gedrag inderdaad veel ingewikkelder en interessanter dan we nu vermoeden. Dat zou fantastisch zijn. Maar ergens hoop ik een klein beetje dat de uiteindelijke verklaring luidt:
Omdat het lekker boemt.
Gewoon daarom. Geen diepere betekenis. Geen levensles. Geen wijze boodschap.
Een goeie steen.
Een goeie boom.
Boem.
En morgen waarschijnlijk weer.