Vroeger vond ik mensen die 's middags gingen slapen oud.
Niet een beetje oud maar écht oud. Mensen die om twaalf uur aardappelen aten, daarna de afwas deden en vervolgens zeiden: “Ik ga mij efkes leggen.” Dat waren mensen die hun beste jaren duidelijk achter de rug hadden en daar blijkbaar vrede mee hadden.
Nou. Ik ga mij tegenwoordig ook efkes leggen. Meestal samen met Mevr Willy.
Niet omdat wij plots zo'n wild middagleven hebben ontwikkeld. Was het maar waar. Wij trekken gewoon naar boven, kruipen in bed en doen vervolgens een uur lang zo weinig mogelijk.
Zalig.
Kanker verandert nogal wat dingen in je leven waar je niet onmiddellijk om gevraagd hebt. Vermoeidheid bijvoorbeeld. Pijn. Een lijf dat tegenwoordig zelf beslist wanneer het genoeg geweest is en daarover niet meer onderhandelt. Vroeger kon je daar nog tegen zeggen dat we eerst dit of dat gingen afmaken. Tegenwoordig zegt je lijf: ge kunt kiezen. Ge gaat liggen of ik leg u.
Dus ga ik liggen. En het merkwaardige is dat ik daar steeds meer van geniet.
Niet eens noodzakelijk om te slapen. Soms slaap ik binnen vijf minuten. Soms helemaal niet. Dan ligt Mevr Willy naast mij te slapen en lees ik op mijn mobieltje de krant. Heel voorzichtig, want zo'n slaapkamer heeft 's middags zijn eigen wetten. Ge gaat daar niet ineens filmpjes met geluid bekijken of uitgebreid uw mails beantwoorden. Ge ligt.
Buiten mag ondertussen iedereen verder doen. Mensen zitten in files. Ze vergaderen. Ergens staat iemand aan een kassa te wachten achter een vrouw die pas wanneer alles gescand is begint te zoeken waar ze haar portefeuille heeft gestoken. Trump heeft waarschijnlijk alweer iets onnozels gezegd. Poetin is nog altijd Poetin. Mijn onkruid groeit gewoon door.
En ik lig in mijn bed.
Het mooiste is misschien nog dat ik mij daar niet eens schuldig over voel. Dat heeft wel even geduurd. Overdag slapen hoorde vroeger bij tijd verspillen. Een gezonde mens hoort om twee uur 's middags iets nuttigs te doen. Gras afrijden. Een kast herstellen. Naar de winkel. Desnoods de garage opruimen, al moet ge natuurlijk niet overdrijven.
Maar kanker heeft ook daar een voordeel gebracht. Ge krijgt een uitstekend excuus om niks te doen. "Ik moet rusten." Probeer daar maar eens tegenin te gaan. Het klinkt zelfs medisch verantwoord.
En dus liggen wij daar. Mevr Willy slaapt. Ik lees wat. Soms leg ik mijn telefoon weg en luister gewoon naar haar ademhaling. Af en toe val ik zelf weg en word een halfuur later wakker zonder enig idee welke dag het is. Dat duurt meestal drie seconden. Daarna weet ik het weer.
Middag. Nog beter. Want 's avonds wakker worden betekent dat ge eruit moet. 's Middags wakker worden betekent dat ge eventueel nog vijf minuten kunt blijven liggen.
Die vijf minuten worden dan soms drie kwartier.
Ik heb in mijn leven heel wat dingen gedaan waarvan ik dacht dat ze belangrijk waren. Werken. Plannen. Dingen afmaken. Vooral veel dingen afmaken. Een mens heeft blijkbaar jarenlang het idee dat de wereld een beetje stilvalt wanneer hij besluit een uur niet mee te doen.
Dat blijkt dus geweldig mee te vallen. De wereld draait gewoon verder.
En ergens tussen één en drie draait ze zelfs uitstekend zonder mij.
Had ik dat veertig jaar geleden geweten, ik was veel eerder oud geworden.