Hier op het forum lezen we nogal wat af.
Over chemo’s die mensen compleet onderuit halen. Over angst voor scans. Over slecht nieuws, vermoeidheid waar geen dutje tegen helpt.
En ook over pijn. Soms verschrikkelijke pijn. Mensen die ’s nachts door het huis lopen omdat liggen niet meer gaat, die steeds zwaardere pijnstillers krijgen en uiteindelijk aan de morfine of fentanyl zitten. En dan nog helpt het niet genoeg.
En daar leven we mee. Natuurlijk leven we mee. We zijn tenslotte allemaal kankerlijers onder elkaar. We kennen het wereldje. De witte jassen, de scans, de pillen, de onzekerheid.
Dus als iemand schrijft dat hij het niet meer trekt van de pijn, dan begrijp ik dat.
Dacht ik toch.
Want tot een paar maanden geleden had ik eigenlijk nooit pijn gehad. Zes jaar dat rotbeest, behandelingen genoeg en bijwerkingen waar ge een aardige catalogus mee kunt vullen, maar de kanker zelf hield zijn mond.
En toen begon mijn rug. Eerst wat pijn. Paracetamolletje. Daarna meer pijn. Diclofenac. Dan tramadol. Nog meer pijn. Morfine.
Die hielp eerst prachtig. Het begon met eentje voor ’s nachts. Dan ook eentje voor overdag. Tweemaal 10 milligram per dag en mijn rug hield zich koest.
Eventjes toch. De pijn kwam terug. Slechte nachten. Niet kunnen blijven liggen. Overdag rondlopen met een kop alsof ge drie nachten op café hebt gezeten, maar dan zonder het leuke gedeelte. Middagdutjes omdat ge anders de avond niet haalt. En mijn lontje, dat sowieso al geen industriële lengte meer had, werd er ook niet langer op.
En ondertussen die pijn. Soms hevig, soms minder. Soms een flinke pijnscheut, maar daar valt nog het makkelijkst mee te leven. Even godverdomme en voorbij.
Veel erger is die zeurende pijn. Niet spectaculair. Ge kruipt er niet huilend voor over de vloer. Ze is er gewoon. Uur na uur. In bed, op de zetel, achter de computer.
En vooral ’s nachts weet dat kreng precies waar ge ligt.
De morfine werd verhoogd. Hielp weer een tijdje. Daarna onvoldoende. Dus weer verhogen. Een paar dagen geleden werd de dosis gewoon verdubbeld naar 40 milligram per dag.
Nou, die nacht heb ik geslapen. Gewoon heerlijk geslapen. Zaaalig. Niet dat de pijn weg was. Die zat er nog altijd. Prominent zelfs. Hard genoeg om ze geen seconde te vergeten. Maar iemand had de volumeknop een flink stuk teruggedraaid. Niet naar nul. Zelfs niet naar zacht. Gewoon tot een niveau waarmee ik kon leven.
Alleen zat er onmiddellijk dat vervelende stemmetje. Hoelang?
Pfff. Intussen weet ik het. Het is drie uur ’s nachts en ik zit weer achter mijn computer. Wakker geworden van de pijn en terug inslapen lukt niet. Die 40 milligram die een paar dagen geleden nog als een flinke stap voelde, is alweer onvoldoende. Dus heb ik vannacht uit nood nog eens 20 milligram bijgenomen. Morgenochtend bel ik de huisarts.
Ondertussen beginnen de bijwerkingen ook hun deel op te eisen. De darmen zijn compleet van slag. Genoeg gasproduktie om een klein huisgezin de winter door te helpen. Krampen erbij. En sufheid. Eerst was een middagdutje voldoende. Gisterenavond ben ik na het eten opnieuw een uur gaan slapen omdat ik mijn ogen gewoon niet meer open kon houden.
Meer pijn, meer morfine. Darmen proberen bij te regelen. Meer sufheid. En ondertussen die rug weer.
Dat steekt me misschien nog het meest tegen. Ik loop er voortdurend achteraan. Tegen dat een dosis eindelijk lijkt te doen wat ze moet doen, is de pijn alweer een stukje verder. Eerst 10 milligram. Dan 20. Dan 40. En vannacht 60.
En iedere keer denk ik: zo, nu hebben we het een beetje onder controle.
Niet dus.
"Voorlopig."
Dat woord begint me stilaan de keel uit te hangen.
En dan lees ik hier weer een verhaal van iemand die ondanks morfine, oxycodon of fentanyl de halve nacht door het huis heeft gelopen omdat de pijn niet te harden was. Vroeger dacht ik dat ik begreep wat zo iemand doormaakte.
Nu weet ik beter.
Ik heb er gewoon even aan mogen ruiken.