En nou heb ik de laatste tijd al behoorlijk wat pijnstillers leren kennen. Veel meer dan me lief is.
Paracetamol, diclofenac, tramadol en een hoop zwaar geschiut. Morfine, oxycodine, fentanyl
De ene doet wat meer dan de andere, sommige doen vooral alsof, en nog andere zijn volgens mij vooral uitgevonden om apothekers iets te doen te geven.
En ondertussen blijft die rug van mij blijkbaar van mening dat hij ook nog iets in de pap te brokken heeft.
Maar er is nog een pijnstiller.
Schrijven.
Geen idee of het ooit in een medische richtlijn zal komen. Er is geen bijsluiter van en ik betwijfel of het RIZIV hem ooit zal terugbetalen. Waarschijnlijk niet.
De dosering is ook lastig. Twee blogs na de maaltijd? Een sprookje voor het slapengaan? En bijwerkingen zijn er eveneens. Mevr Willy kan ervan meespreken.
Maar het helpt. Als ik schrijf, zit ik een tijdje ergens anders. De pijn is dan niet weg, maar ze moet achteraan aanschuiven en haar beurt afwachten.
En omdat ze de laatste tijd nogal hardnekkig weigert haar mond te houden, ga ik vandaag voor een dubbele dosis.
Ceasar heeft geen rugpijn
Er was eens, heel lang geleden, een klein dorpje ergens in Gallië. Of in België. Zo nauw zullen we het niet nemen. De landsgrenzen waren in die tijd nogal slordig getekend en Google Maps bestond nog niet.
In dat dorp woonde Mr Willy, een afstammeling van een oud en bijzonder taai geslacht. Langs vaderskant stamde hij rechtstreeks af van Ambiorix. Langs moederskant zat er ergens een Asterix tussen, al werd daar op familiefeesten nogal geheimzinnig over gedaan. Historisch is het nooit helemaal bewezen, maar binnen de familie bestaat er weinig twijfel over. De neus alleen al.
Mr Willy was dus een stoere Belg.
Dat stond vast. Julius Caesar had tenslotte zelf geschreven dat van alle Galliërs de Belgen de dappersten waren. Horum omnium fortissimi sunt Belgae. Voilà. Schriftelijk bewijs. Van Julius Caesar zelf. Mr Willy had dus eigenlijk een attest waarop stond dat hij niet klein te krijgen was.
Caesar had makkelijk praten.
Caesar had geen rugpijn.
Want het dorp van Mr Willy werd al enige tijd belegerd door Romeinen. Geen gewone Romeinen ook. Deze vochten smerig. Overdag hielden ze zich meestal wat gedeisd. Af en toe schoot er eentje een pijl tussen zijn schouderbladen, een ander gaf hem een por in zijn zij en ergens ter hoogte van zijn rug stond blijkbaar een legionair met een klein houweeltje te werken. Maar zolang Mr Willy rondliep, ging het meestal nog.
's Nachts veranderde dat.
Romeinen hebben blijkbaar nachtdienst en zodra Mr Willy in zijn bed kroop, kwamen ze uit alle hoeken tevoorschijn. De ene met een speer, de andere met een knots en Legioen TH4 had ergens een katapult weten te bemachtigen. Sinds kort was daar bovendien een nieuw legioen bij gekomen. TH5. Jonge gasten waarschijnlijk. Vol enthousiasme. Moesten zich nog bewijzen.
Maar Mr Willy was natuurlijk niet voor één gat te vangen. Hij was tenslotte een Belg. Familie van Ambiorix. En Asterix. En waarschijnlijk nog een paar andere figuren die Romeinen voor hun plezier door het landschap keilden.
Dus begon hij terug te vechten. Kleine witte keitjes die hij vanaf de stadsmuur naar beneden gooide. ¨Paracetamols" noemden die. Af en toe raakte hij een Romein. Die keek dan even verbaasd omhoog, wreef over zijn helm en ging twee meter verder staan.
Daarna kwam tramadol. Nou, dát klonk tenminste als oorlogstuig.
TRAMADOL!
Je verwacht een strijdwagen met zes paarden, vlammende wielen en een krijger erop die met twee zwaarden tegelijk een compleet Romeins legioen in mootjes hakt.
Nou, er kwam een oud mannetje met een stok. Dat werd het hem dus ook niet. Er werden nog wat wapens uit het arsenaal gehaald, maar uiteindelijk keek iedereen naar Panoramix. Die streek bedachtzaam door zijn lange witte baard, mompelde iets wat vermoedelijk Latijn was en haalde de grote ketel boven.
Nu gingen we het krijgen. De toverdrank. Morfine.
Nou. Dáár had Mr Willy vertrouwen in. Hij kende zijn klassiekers. Eén flinke slok van dat spul en normaal gesproken pak je een Romein bij zijn sandalen, draait hem drie keer boven je hoofd en gooit hem tot in Luxemburg. Een tweede Romein belandt met zijn helm achterstevoren in een boom en de rest rent vanzelf terug naar Rome om Caesar te vertellen dat België voorlopig gesloten is.
Mr Willy nam zijn dosis. Hij wachtte. Nog even gewacht. Er vloog geen enkele Romein.
Eentje aan de voet van de stadsmuur leek zelfs zijn middelvinger op te steken.
Panoramix fronste zijn wenkbrauwen en maakte de toverdrank sterker. Dat hielp wel wat. Overdag trokken de Romeinen zich een stukje terug. De katapult werd minder gebruikt en het mannetje met het houweeltje ging blijkbaar af en toe lunchen. Mr Willy begon al voorzichtig te denken dat zijn reputatie als afstammeling van Ambiorix eindelijk tot het Romeinse opperbevel was doorgedrongen.
Toen werd het nacht.
BOEM. Legioen TH4.
BOEM. LegioenTH5.
POK. Geen idee wie dat was.
En dus ligt Mr Willy tegenwoordig regelmatig om drie uur 's nachts in het donker naar het plafond te kijken. Naast hem ligt Mevr Willy te slapen. Of ze doet alsof. Na zoveel jaren huwelijk ontwikkelt een vrouw bepaalde overlevingstechnieken.
Mr Willy denkt dan aan Ambiorix. Aan Asterix. Aan al die stoere voorouders die hele Romeinse legioenen in elkaar sloegen alsof het kegels op de kermis waren.
Aan Obelix ook, die niet eens toverdrank nodig had omdat hij er als kind in gevallen was. Dat laatste was misschien nog de beste oplossing geweest. Had iemand in 1953 gewoon zo'n ketel naast mijn wieg moeten zetten.
Maar goed. Wij zijn Belgen. Wij klagen niet.
Wij kreunen hoogstens wat. Nemen een paracetamol. Even later wat morfine. En zeggen tegen iedereen dat het voor de rest eigenlijk best meevalt.
Want wij zijn de dappersten van alle Galliërs. Julius Caesar heeft het zelf geschreven.
Nou Julius.
Kom hier dan maar eens liggen. Zo om een uur of drie 's nachts. Dan krijg jij mijn rug, mijn Romeinen en mijn potje toverdrank.
En dan zullen we 's morgens nog eens kijken wie hier de dapperste is.
Tot die tijd mag Panoramix van mij nog wat in zijn ketel roeren.
Ik zit ondertussen wel achter mijn computer.
Te schrijven.