Ettertje strikes Back

Gepubliceerd op 10 september 2026 om 11:03

Ettertje is een achterbaks, vals, gemeen rotbeest.

Zo. Dat is eruit. Gisterochtend dacht ik nog dat ik hem verslagen had. En niet zomaar een beetje. Nee hoor. Na weken van schermutselingen hadden de witte jassen eindelijk voldoende zwaar geschut aangevoerd. Fentanyl. Oxycodon. Paracetamol. En voor noodgevallen nog zo'n snelwerkende oxydinges. Het had wat gekost, maar de vijand was uitgeschakeld.

Dacht ik.

Ik had heerlijk geslapen, werd rond vijf uur wakker en voelde nauwelijks nog iets. Ettertje was nergens te bekennen. Uiteindelijk vond ik hem ergens onder het bed. Uitgeteld. Drietand ernaast. Geen beweging meer in te krijgen.

Ha.

Mr Willy – Ettertje: 1-0.

Ik had natuurlijk beter moeten weten. Maar na weken waarin dat kreng mij zowat iedere nacht uit mijn bed had gejaagd, was enige grootspraak mij wel gegund. Ik heb nog net geen Belgische vlag uit het slaapkamerraam gehangen.

Erger nog. Ik had er een blog over geschreven. Op het openbare forum. Voor getuigen.

Ettertje lag onder het bed, moe gemept. Mr Willy had gewonnen. De witte jassen hadden eindelijk de juiste munitie gevonden. Ik heb alleen nog net geen foto geplaatst waarop ik met één voet op zijn nek stond. En terwijl ik dat allemaal zat te schrijven, lag dat achterbakse kreng waarschijnlijk onder mijn bed mee te lezen. Met één oog open. Te wachten. Hij was helemaal niet verslagen.

Hij deed maar alsof.

Rond zes uur gisteravond kwam ik daar achter. Eerst één prikje. Niet meer dan dat. Daarna nog eentje. Even stilte. Vervolgens een steek.

Aha. Meneer was wakker.

Nou, kom maar op dan. Ik had mijn paracetamol al binnen en een kwartiertje later stuurde ik er ook nog zo'n snelwerkende Oxynorm achteraan. Tien milligram. De vorige keer was dat ruim voldoende geweest om Ettertje zijn drietand af te pakken en hem terug onder het bed te schoppen.

Maar Ettertje had blijkbaar bijgeleerd.

Twintig minuten later zat hij er nog. Na een halfuur ook. Ik keek nog eens op de klok. En nog eens. Niet dat Mr Willy ongerust werd natuurlijk. Kom nou. Familie van Ambiorix. Vermoedelijk ergens via een buitenechtelijke zijtak ook van Asterix. Ik wilde gewoon weten hoe laat het was. Om de vijf minuten ongeveer.

Ettertje amuseerde zich. Prik. Even niks. Steek. Weer niks.

Is dat alles wat ge kunt?

Prik.

Godverdomme.

Maar stilaan begon de Oxynorm toch zijn werk te doen. Ettertje moest terrein prijsgeven. Eerst een beetje, daarna steeds meer, tot hij zich uiteindelijk weer ergens terugtrok waar ik hem niet meer kon vinden.

Ha.

2-0.

Dacht ik. Voor het slapengaan heb ik de verdedigingslinie nog eens versterkt. Paracetamol. Traagwerkende oxycodon. Fentanyl hield ondertussen al drie dagen permanent de wacht. Je zou denken dat één rood ettertje met een drietand van twintig centimeter daar stilaan de boodschap van zou begrijpen.

Niet dus.

Om 23.40 uur stond ik weer naast mijn bed.

Ettertje: 2-1.

Het rotbeest had gewacht tot ik lag. Slim. Want liggen is tegenwoordig blijkbaar mijn zwakke flank. Rechtop zitten lukt meestal veel beter. Dus heb ik gedaan wat iedere grote veldheer doet wanneer de vijand hem midden in de nacht uit zijn stelling jaagt.

Ik ben gevlucht. Naar mijn computer. Noem het gerust een tactische terugtrekking.

En verdomd, nauwelijks zat ik daar of Ettertje veranderde weer van tactiek. Hij viel niet meer aan. Hij prikte eens. Verdween. Kwam terug. Nog een steek. Weer weg. Een soort guerrillaoorlog waar geen fatsoenlijk mens iets mee kan aanvangen.

Ik had nog één wapen binnen handbereik. Oxynorm.

Ik heb dat pilletje vastgepakt. Weer neergelegd. Nog eens vastgepakt. Naar de klok gekeken. Naar mijn rug geluisterd. Nog eens naar dat pilletje gekeken.

Ettertje deed ondertussen niks. En dat is misschien nog wel zijn smerigste truc. Want wat moet ge met een vijand die zich verstopt zodra ge uw geweer pakt? Niet nemen? Dan kon ik een halfuur later misschien opnieuw uit bed. Wel nemen? Dan kon ik morgenvroeg weer zitten denken dat ik mijn zwaarste geschut had gebruikt tegen een vijand die misschien al lang vertrokken was.

Om half één heb ik beslist dat Mr Willy geen medaille hoefde voor heldhaftig afzien.

Pil erin. Iets te letterlijk zelfs. Zo'n Oxynorm Instant hoort blijkbaar eerst op je tong uiteen te vallen. Maar na vijf jaar kanker heeft mijn mond een vrij eenvoudige procedure ontwikkeld: pil erin, slikken, volgende. Tegen de tijd dat mijn hersenen riepen Ho, wacht eens even, was de raket al gelanceerd.

Nou ja. Als ze Ettertje maar raakt.

Nog een halfuurtje achter mijn computer zitten tokkelen en toen opnieuw naar bed.

Ik heb geslapen. Tot vijf uur. Gewoon vijf uur. Mijn uur. Niet wakker geprikt, niet uit bed gejaagd. Mijn rug liet weten dat hij er nog was, maar mijn ochtendvoorraad oxycodon en paracetamol mocht nog even blijven liggen.

Dus vannacht heeft Mr Willy gewonnen. Waarschijnlijk. Ik heb vanmorgen onder het bed gekeken. Niks. Achter het nachtkastje ook niks. Geen drietand. Geen rood staartje. Geen witte vlag.

Ettertje is spoorloos.

Gisteren zou ik daar onmiddellijk 3-1 van gemaakt hebben.

Vandaag wacht ik nog even met de uitslag.

De Oxynorm ligt hier naast mij. Voor alle zekerheid.