Shit, shit, shit.
Voer de pincode van je simkaart in.
Daar staat ge dan. Zeven uur ’s morgens, amper wakker, gsm aangezet en om een of andere duistere reden vindt dat ding dat ge vandaag eerst maar eens moet bewijzen dat ge de eigenaar zijt. Vier cijfers. Ik ken die code. Al jaren zelfs. Tenminste… ik dénk dat ik hem ken. Want zodra ik die vier vakjes zie, springt er nog een ander getal in mijn hoofd. Ook vier cijfers. Mijn bankkaart. En terwijl ik probeer dat weer buiten te werken, komt nummer drie al binnengewandeld: de pincode van mijn pc. Allemaal vier cijfers. Allemaal cijfers die ik al honderden keren heb ingetikt zonder erbij na te denken. En nu denk ik erbij na. Dát is dus het probleem.
Was het 2741? Ja. Nee. Wacht eens. Was dat niet mijn bankkaart? Of mijn pc? Shit. Mijn vinger hangt boven het scherm, maar ik durf bijna niet meer te drukken. Want verkeerd gokken op zo’n gsm is niet hetzelfde als u vergissen in de prijs van een brood. Een paar keer fout en dat ding trekt de handrem aan. SIM geblokkeerd. PUK-code nodig.
PUK-code. Waar ligt die in godsnaam? Op een kaartje van Proximus ergens in een schuif? In een map? Bij mijn papieren? Heb ik dat kaartje überhaupt nog? En natuurlijk moogt ge al die codes nergens opschrijven. Ge krijgt dat van alle kanten ingepeperd. Nooit uw pincode opschrijven. Nooit bij uw bankkaart bewaren. Nooit op een papiertje in uw portefeuille. Nooit in uw gsm. Nooit ergens waar een ander mens ze zou kunnen vinden. Ge zoudt bijna denken dat er bij het noteren van vier cijfers onmiddellijk een sirene afgaat bij de Nationale Bank, Proximus en de Staatsveiligheid tegelijk. Hek en verdoemenis. Fraude. Identiteitsdiefstal. Uw rekening leeg, uw gsm gehackt en waarschijnlijk uw koffiezetapparaat erbij.
Dus moet ge ze onthouden. Allemaal. En liefst voor de rest van uw leven.
Terwijl ge op een leeftijd komt waarop ge soms al blij zijt dat ge nog weet waarom ge de keuken bent binnengelopen.
Dus opnieuw naar die vier cijfers kijken. 2741. Of toch niet? En dan gebeurt precies wat ge niet wilt: hoe langer ge naar zo’n getal kijkt, hoe minder vertrouwd het wordt. Eerst dacht ik nog voor negentig procent dat het juist was. Een halve minuut later nog zestig. Nog wat langer en ik zou er geld op durven zetten dat het fout was. Alleen wist ik niet meer welke andere vier cijfers dan wél juist waren.
Ik tikte ze uiteindelijk in. Juist.
Oef. Mijn simkaart kende mij nog. Ik mezelf blijkbaar ook.
Voorlopig toch. Want toen verscheen het volgende scherm.
Wachtwoord.
Godverdomme. Was dat stom ding nu nog niet content? Ik had hem zonet vier cijfers gegeven, hij had ze goedgekeurd en nu moest ik blijkbaar opnieuw bewijzen dat ik Mr Willy was. Hoeveel bewijzen had dat kreng eigenlijk nodig?
En daar begon die hele mallemolen opnieuw. Want dat wachtwoord kende ik natuurlijk ook. Alleen begon ik ondertussen behoorlijk te twijfelen aan dat woordje natuurlijk. Vroeger vergat ik weleens een naam. Ach, die schiet straks wel te binnen. Tegenwoordig gaat er dan ergens achteraan onmiddellijk een alarmbelletje af. Chemobrein? Leeftijd? Vermoeidheid? Of al die pijnmedicatie waarmee ze Mr Willy tegenwoordig volproppen? Pregabaline erbij en ge hebt 's morgens soms het gevoel dat uw hersenen nog in bed liggen terwijl de rest van uw lichaam al aan de cappuccino zit.
En dan komt die echte schrik. Niet dat ge iets even niet weet, maar dat ge het misschien écht kwijt zijt. Voorgoed. Dat het niet meer ergens in uw hoofd zit te wachten tot ge het terugvindt. Want dat hoofd van mij is tegenwoordig geen nette archiefkast meer. Eerder zo'n keukenlade vol oude sleutels, lege batterijen, elastiekjes en rommel waarvan niemand nog weet waarvoor ze dient. En ergens daartussen moet dat verdomde wachtwoord liggen.
Intussen stond dat mobieltje geduldig te wachten. Voer uw wachtwoord in. Ja, manneke, ik ben ermee bezig. Maar zolang ik niks intikte, kon ik mezelf nog wijsmaken dat ik het gewoon even kwijt was. Eén verkeerde poging en daar stond het zwart op wit. Fout wachtwoord. Alsof dat ding officieel bevestigde dat mijn eigen kop niet meer deed wat hij moest doen.
En het ergste is dat achter dat wachtwoord zowat mijn halve leven zit. Mijn contacten, foto's, berichten, afspraken, bankzaken, medische gegevens... Alles. Ik weet ook wel dat die niet zomaar verdwijnen wanneer ik een wachtwoord vergeet. Maar probeer dat maar eens uit te leggen aan iemand die ondertussen al drie verschillende pincodes door elkaar heeft gehaspeld en zich afvraagt of zijn hersenen misschien stilletjes hun ontslag aan het voorbereiden zijn.
Uiteindelijk tikte ik iets in. Of beter gezegd, mijn vingers deden het. Die bleken blijkbaar nog te weten wat mijn hoofd niet meer durfde te vertrouwen.
Het scherm ging open.
Oef.
Ik heb daarna maar een cappuccino gemaakt. Mijn mobieltje lag ondertussen doodgemoedereerd naast mij, alsof er helemaal niks gebeurd was.
Het kreng. Die heeft natuurlijk nergens last van