Gisteren kwam ik via een kennis terecht bij het Higgsdeeltje.
Zo'n piepklein ding dat verband houdt met de vraag waarom de allerkleinste bouwstenen van ons heelal massa hebben. In CERN, dat gigantische onderzoekscentrum bij Genève, laten ze protonen met waanzinnige snelheden tegen elkaar botsen om zulke deeltjes te bestuderen. Kost miljarden, vergt duizenden wetenschappers en ge kunt er nog geen spiegelei mee bakken.
Het Higgsdeeltje werd pas in 2012 ontdekt, na tientallen jaren zoeken. Het bestaat bovendien maar een onvoorstelbaar klein fractietje van een seconde voordat het alweer uiteenvalt in andere deeltjes. Probeer zoiets maar eens te bestuderen. Ge moet miljarden botsingen onderzoeken, bergen meetgegevens verwerken en hopen dat ge tussen al dat natuurkundig geweld iets vindt dat op uw gezochte deeltje lijkt. Een naald in een hooiberg zoeken is daarbij nog een aangenaam tijdverdrijf.
Toen ik er iets over vertelde, kreeg ik een reactie die ik eigenlijk veel interessanter vond dan al die ingewikkelde natuurkunde.
"Als die Higgsdeeltjes in de toekomst alle kanker kunnen vernietigen, zou dat fantastisch zijn!"
Awel ja, waarom eigenlijk niet?
We hebben ondertussen chemotherapie, hormoontherapie, immunotherapie, bestraling en nog een hele apotheek vol spullen waarmee ze Ettertje proberen klein te krijgen. De ene behandeling maakt hem wat tammer, de andere jaagt hem tijdelijk op de vlucht, maar dat rotbeest vindt altijd wel ergens een achterpoortje.
Zelf heb ik ondertussen al behoorlijk wat van dat medische wapentuig mogen uitproberen. Er zijn chemische aanvallen geweest, hormonale belegeringen en bestralingen waarbij ze met een indrukwekkende precisie op mijn botten mikten. Allemaal heel knap, maar Ettertje blijkt een bijzonder slechte verliezer. Zodra ge denkt dat hij eindelijk zijn koffers heeft gepakt, duikt hij ergens anders weer op. Met een brede grijns, vermoed ik.
En het strafste is dat die ellendeling helemaal geen geleerdheid nodig heeft om ons het leven zuur te maken. Geen universiteit, geen doctoraat, geen ingewikkelde berekeningen. Een paar van onze eigen cellen die besluiten zich niet langer aan de regels te houden, en ge zijt vertrokken voor een avontuur waar ge nooit om gevraagd hebt.
Maar stel je nu eens voor dat ze in CERN een deeltje ontdekken dat uitsluitend kankercellen aanvalt. Geen misselijkheid, geen vermoeidheid, geen haarverlies en geen andere ellende. Ge krijgt een prikje, het deeltje gaat op zoek naar Ettertje en een kwartiertje later ligt die smeerlap met zijn pootjes omhoog.
Ik zie het al voor mij. Ettertje, die zich ergens in mijn rug heeft genesteld en daar rustig aan zijn zoveelste verbouwingsproject bezig is, wanneer plotseling een onbekend deeltje komt binnenstormen.
"Wie zijt gij?"
"Higgs. Aangenaam. Of eigenlijk niet."
En nog voor Ettertje zijn advocaat kan bellen, is het afgelopen.
Helaas. Zo werkt het niet. Het Higgsdeeltje is helemaal niet geschikt om kanker te bestrijden.
Maar de technologie die natuurkundigen gebruiken om deeltjes te versnellen en te onderzoeken, heeft wel degelijk geholpen bij de ontwikkeling van kankerbehandelingen. Denk maar aan protonentherapie, waarbij ze een bundel protonen heel nauwkeurig op een tumor richten.
Het merkwaardige is dat de wetenschap soms langs de vreemdste omwegen vooruitgaat. Onderzoekers die zich bezighouden met vragen waar de gewone mens nauwelijks wakker van ligt, ontwikkelen onderweg technieken die jaren later plotseling in een ziekenhuis opduiken. Niet omdat ze kanker wilden genezen, maar omdat ze wilden weten hoe het heelal in elkaar zit.
En daar kan ik eigenlijk wel bewondering voor opbrengen. Terwijl wij hier zitten te sukkelen met onze PSA-waarden, scans, bijwerkingen en volgende behandelingen, zijn er ergens mensen die zich afvragen waarom een muon zoveel zwaarder is dan een elektron. Ge zou ze bijna willen toeroepen dat ze zich met iets nuttigers moeten bezighouden, maar voor hetzelfde geld ontwikkelen ze onderweg iets waar wij later allemaal beter van worden.
Alleen gaat dat tergend langzaam. Een ontdekking vandaag betekent nog geen behandeling morgen. Daar kunnen tientallen jaren tussen zitten, en die luxe hebben wij niet allemaal. Voor iemand die gezond is, klinkt de toekomst als een prachtige belofte.
Voor iemand met uitgezaaide kanker is diezelfde toekomst soms een behoorlijk rekbaar begrip.
Ik zou het allemaal graag nog meemaken, die dag waarop kanker niet langer een ziekte is waarvoor ge eindeloos van de ene behandeling naar de andere moet overstappen. Waarop een arts gewoon kan zeggen dat hij het gevonden heeft, dat het vervelende beestje definitief verdwenen is en dat ge voortaan alleen nog moet terugkomen wanneer ge zin hebt in een kop koffie.
Maar voorlopig moeten we het doen met wat er vandaag beschikbaar is. En gelukkig is dat al heel wat. Zonder al die onderzoekers, zonder hun ingewikkelde experimenten en zonder de behandelingen die daaruit voortgekomen zijn, zat ik hier waarschijnlijk al lang niet meer achter mijn computer.
Dus laat die geleerden maar verder zoeken. Naar Higgsdeeltjes, muonen, quarks en al die andere onzichtbare rommel waar ik geen snars van begrijp. Van mij mogen ze gerust nog een paar miljard protonen tegen elkaar knallen. Wie weet wat ze onderweg nog allemaal ontdekken.
Alleen zou het voor mij persoonlijk wel fijn zijn als ze een beetje voortmaken. Ik ben ondertussen 73 en Ettertje heeft zich al op verschillende plaatsen in mijn lijf geïnstalleerd. Die smeerlap heeft blijkbaar nog grootse plannen, terwijl ik vooral graag nog een paar rustige, behoorlijke jaren zou hebben.
En natuurlijk weet ik dat ge de wetenschap niet kunt opjagen. Dat een ontdekking vandaag misschien pas over twintig jaar een behandeling oplevert. Maar twintig jaar, jongens toch. Dan ben ik 93.
Alhoewel, als ze tegen dan eindelijk dat wonderdeeltje gevonden hebben, mogen ze mij gerust wakker maken.
Ik zal proberen er nog te zijn.