Nagoro, het dorp waar niemand nog sterft
Ergens diep in de Japanse bergen ligt een dorpje waar de mensen nog altijd op de bus wachten, waar boeren op hun land werken en waar de kinderen braaf in de schoolbanken zitten. Zo'n ouderwets dorpje waar ge nog bijna de schoolbel kunt horen, waar iedereen iedereen kent en waar de buurvrouw waarschijnlijk al weet dat ge bezoek krijgt voordat ge zelf de deur hebt opengedaan.
Ge zoudt denken dat het daar nog goed gaat. Alleen zitten die mensen al jaren op dezelfde bus te wachten, hebben de boeren nog nooit een patat gerooid en zijn de kinderen ondertussen geen centimeter gegroeid. Ze zijn namelijk allemaal van stof en stro.
Het dorp heet Nagoro. Vroeger woonden er een paar honderd mensen, maar zoals dat tegenwoordig gaat, trokken de jongeren naar de stad, stierven de ouderen en bleven de huizen leeg achter. De school sloot en de straatjes waar vroeger kinderen rondliepen, werden stil. Op den duur bleven er nog maar enkele tientallen inwoners over. En die werden er ook niet jonger op.
Maar in Nagoro woont een vrouw die zich daar blijkbaar niet bij wilde neerleggen. Tsukimi Ayano heet ze. Een Japanse dame met een naaimachine, een hoop oude kleren en een koppigheid waar ge waarschijnlijk een middelgroot leger mee kunt tegenhouden.
Het begon met een vogelverschrikker. De vogels zaten aan haar groenten en dus maakte ze een pop die op haar vader leek. Ze trok hem zijn oude kleren aan en zette hem tussen de planten. Het resultaat was zo overtuigend dat een voorbijganger de pop vriendelijk begroette. Ik zou het gezicht van die mens weleens gezien willen hebben toen hij ontdekte dat hij tegen een hoop stro stond te praten.
Tsukimi vond het blijkbaar een geslaagde grap en maakte er nog eentje. En nog eentje. Maar gaandeweg begon ze ook vroegere dorpsbewoners na te maken. Een overleden buurman kreeg opnieuw een plaatsje voor zijn huis, een vrouw die al jaren geleden vertrokken was, zat plots weer langs de weg en ergens verscheen een boer die voor de rest van zijn bestaan over hetzelfde stukje grond zou blijven gebogen staan.
En zo kreeg Nagoro opnieuw inwoners. Heel gemakkelijke trouwens. Ze maakten geen ruzie, dronken niet, betaalden geen belastingen en hadden nooit klachten over de buren.
Al vraag ik me af of Tsukimi daarmee niet een beetje te veel van het oude dorpsleven heeft weggegooid.
Want wat is een dorp zonder een paar oude theetantes die alles van iedereen weten, liefst nog voordat het gebeurd is?Ik stel me voor hoe het er vroeger moet zijn toegegaan. De deuren die 's morgens opengingen, iemand die zijn fiets tegen de gevel zette, een vrouw die de was buiten hing en ondertussen over de haag met haar buurvrouw stond te praten. Kinderen die op straat speelden tot er ergens een moeder riep dat het eten klaar was. En altijd was er wel iemand die iets moest lenen. Een schop, een ladder, een kop suiker. Dingen die ge meestal pas terugkreeg nadat ge er drie keer om gevraagd had.
Er zal ook wel zo'n plaatselijke politieman rondgelopen hebben, een Japanse champetter, die iedereen kende en meer tijd kwijt was aan burenruzies dan aan echte misdadigers. En natuurlijk zo'n oude brombeer die iedere ochtend op dezelfde plaats zat en over alles iets te zeggen had. Over het weer, de jeugd en vooral over hoe vroeger alles beter was. Een mens waar iedereen met een boog omheen liep, maar die toch gemist werd wanneer zijn stoel op een ochtend leeg bleef.
En de dorpswinkel. Zo'n winkeltje waar ge voor een pak rijst binnenliep en pas een halfuur later weer buitenkwam, omdat de winkelierster eerst nog moest vertellen wie er ziek was, wie er ruzie had en wiens dochter met een jongen uit een ander dorp was gaan lopen. Het nieuws ging daar waarschijnlijk sneller rond dan tegenwoordig op Facebook, en zonder dat iemand er een internetverbinding voor nodig had.
Nou, misschien was het helemaal niet zo gezellig als ik me voorstel. Er zal geruzied zijn en waarschijnlijk waren er genoeg die maar wat blij waren toen ze eindelijk uit dat dorp weg konden.
Maar dan was er nog de school. Die had in 2012 haar deuren moeten sluiten. Er waren nog twee leerlingen over en toen ook die vertrokken, was het afgelopen. Geen schoolbel meer, geen geroep op de speelplaats, geen onderwijzer die zich kwaad maakte omdat er weer iemand zijn huiswerk vergeten was.
Tsukimi vond dat blijkbaar maar niks en maakte nieuwe leerlingen. Ze zette ze achter hun lessenaar, gaf ze schooltassen en boeken en zorgde zelfs voor een onderwijzer voor het bord. Ook de laatste twee echte leerlingen kregen hun plaatsje terug, in hun vroegere schoolkleren.
En daar zitten ze nu. Al die jaren later nog altijd in dezelfde klas. Nooit een jaartje ouder geworden, nooit geslaagd of gebuisd. De meester kan lesgeven tot hij erbij neervalt, niemand zal hem ooit onderbreken. Alleen valt hij niet neer. Hij is ook van stro.
Maar stel u dat schooltje eens voor. De houten banken, de schriften, de boekentassen, de jassen die ergens aan een haak hangen. Ge ziet bijna een kind zitten dat zijn tong uitsteekt terwijl het zijn eerste letters probeert te schrijven. Een ander dat stiekem een briefje doorgeeft. En achteraan twee bengels die alweer iets hebben uitgespookt en straks waarschijnlijk samen in de hoek mogen staan.
Wie van ons heeft daar niet gezeten? In zo'n klas waar het 's winters soms ijskoud was, waar de meester nog met krijt op het bord schreef en waar ge de klok tergend langzaam zag vooruitkruipen terwijl buiten de zon scheen. Ge zoudt er toen wat voor gegeven hebben om eindelijk naar huis te mogen. En nu zou ik er verdorie graag nog eens vijf minuten mogen binnenlopen.
In Nagoro kan dat. Alleen hoort ge er geen kik. Geen geschuifel van stoelen, geen gefluister, geen kind dat zijn neus ophaalt. Zelfs de schoolbel zwijgt. Buiten ligt de speelplaats er verlaten bij. Geen bal die tegen de muur knalt, geen kind dat met kapotte knieën naar huis loopt en geen moeder die 's avonds weer eens een gescheurde broek moet herstellen.
Dat laatste zal Tsukimi dan weer niet erg vinden. Ze heeft al naaiwerk genoeg. Want ondertussen wonen er honderden poppen in Nagoro, veel meer dan echte mensen. Ze zitten aan bushaltes, staan voor huizen en werken op het land. Tsukimi blijft er nieuwe maken en de oude herstellen. Hun kleren verslijten, hun gezichten verbleken en af en toe moet er eentje een nieuw hoofd krijgen. Was dat bij echte mensen maar zo eenvoudig. Ik ken er wel een paar die ervoor in aanmerking zouden komen.
En het strafste is dat haar zonderlinge onderneming nog succes heeft ook. Vroeger reed iedereen Nagoro gewoon voorbij. Tegenwoordig komen er toeristen van over de hele wereld om die vreemde bevolking te bewonderen. Er lopen dus opnieuw mensen door de straten, al komen ze vooral kijken naar mensen die er niet meer zijn.
Ik zie Tsukimi daar al rondwandelen. Ze komt voorbij die oude brombeer die al jaren dood is, zet zijn scheefgezakte hoed weer recht en trekt zijn jas wat beter dicht. Misschien geeft ze hem nog een tikje op zijn schouder. "Zo, ge kunt er weer tegen." En dan gaat ze verder, naar een andere pop die dringend een nieuwe neus nodig heeft.
Misschien was die brombeer vroeger zelfs een vervelende vent, eentje die zich overal mee bemoeide. Maar nu zou ze waarschijnlijk wat geven om hem nog eens te horen zagen.
Tsukimi kan die tijd natuurlijk niet terughalen. Ze kan geen overleden buren opnieuw tot leven wekken en geen nieuwe gezinnen uit een bol wol tevoorschijn toveren. Maar ze kan wel zorgen dat die oude brombeer nog even op zijn stoep zit en dat de kinderen hun schoolbanken niet hoeven te verlaten.
Ooit zal ook Tsukimi haar laatste pop maken. Misschien neemt iemand anders haar werk over, misschien ook niet. En dan zullen die honderden dorpsbewoners langzaam verslijten. De boeren zullen vooroverzakken, de mensen aan de bushalte omvallen en in de school zullen de leerlingen één voor één uit hun bankjes verdwijnen.
En niemand zal ze nog rechtzetten.
En dat oude schooltje van Nagoro? Daar zou ik verdorie nog wel eens willen binnenlopen. Eens tussen die kinderen gaan zitten, mijn handen op zo'n versleten houten schoolbank leggen en kijken naar de juf voor het bord. Net als vroeger.
En als dan de schoolbel zou rinkelen, denk ik niet dat ik veel haast zou maken om naar huis te gaan.
PS: En voor wie zich ondertussen afvraagt of dat dorp echt bestaat: jazeker. Nagoro ligt in Japan, Tsukimi Ayano bestaat echt en die honderden poppen zitten en staan daar werkelijk. Zelfs dat schooltje met zijn leerlingen die nooit ouder worden. Ik heb er hier en daar uiteraard wat van mezelf tussen gefantaseerd, maar echt niet veel:
https://miyoshi-tourism.jp/en/spot/107/?spot_classification=tourism