Vooraf even dit.
Ik vermoed dat ik met onderstaand verhaal een paar mensen veel plezier ga doen. Vooral degenen die niet zo hoog oplopen met hun dokters. En soms hebben ze daar nog gelijk in ook.
Zelf heb ik tijdens het eerste jaar van mijn kankeravontuur behoorlijk mijn buik vol gehad van bepaalde witte jassen. Van het kastje naar de muur gestuurd worden, tegenstrijdige verhalen krijgen en ondertussen maar proberen te achterhalen wat er nu eigenlijk met uw eigen lijf aan de hand is. En als ge dan eens een kritische vraag durfde stellen, kreeg ge soms zo'n blik van "Zeg, wie heeft hier eigenlijk geneeskunde gestudeerd?"
Wel, gij natuurlijk, dokter. Maar ik ben degene die met die kanker rondloopt, en als ge mij vertelt dat iets niet kan terwijl ik het iedere verdomde dag aan den lijve ondervind, dan moogt ge nog tien diploma's aan uw muur hangen. Mijn lijf trekt zich daar geen bal van aan.
Ik heb over dat eerste jaar destijds al genoeg geschreven en die hele miserie ga ik hier niet opnieuw oprakelen. Gelukkig zijn er nadien ook dokters op mijn pad gekomen die wél luisterden, tijd maakten en zelfs durfden toegeven dat ze niet alles wisten. Dankzij die mensen is mijn vertrouwen in de medische wereld behoorlijk hersteld. En zonder hen zat ik hier waarschijnlijk al lang niet meer.
Maar die eerste ervaringen blijven toch ergens pikken. Ge kunt zo'n pil wel doorslikken, maar helemaal verteren doet ge ze blijkbaar nooit.
"En dan lees ik zoiets over die Doctor Bliss.
Goddamned, precies dat soort dokters dus."
Op 2 juli 1881 werd de Amerikaanse president James Garfield neergeschoten. De dader, een zekere Charles Guiteau, loste twee schoten. Eén kogel schampte de arm van de president, de andere drong langs zijn rug zijn lichaam binnen en bleef ergens steken.
Guiteau was een nogal zonderlinge kerel die ervan overtuigd was dat Garfield zijn verkiezingsoverwinning grotendeels aan hem te danken had. Als beloning verwachtte hij een mooie diplomatieke functie, liefst ergens in Europa. Toen die benoeming uitbleef, besloot hij dat de president maar beter kon verdwijnen. Een gek met een revolver dus. Daar had Amerika toen blijkbaar ook al een paar van rondlopen. Garfield leefde nog. Hij was zwaar gewond en aanvankelijk werd zelfs gevreesd dat hij de nacht niet zou halen, maar na enkele dagen begon er toch weer wat hoop te komen. Misschien zou hij het alsnog redden. Er werd in ieder geval niets aan het toeval overgelaten, want al snel stond een hele verzameling van de beste geneesheren die Amerika op dat ogenblik kon bijeenbrengen rond zijn bed. Een president laat ge tenslotte niet zomaar door de eerste de beste dorpsdokter oplappen.
De leiding kwam in handen van een zekere Doctor Willard Bliss. Jawel, die man heette écht Doctor met zijn voornaam. Zijn ouders moeten nogal wat vertrouwen in hun zoontje gehad hebben, want ge legt daarmee toch al een behoorlijk zware hypotheek op zijn latere beroepskeuze. Onze Doctor werd inderdaad dokter, en nog wel eentje die bijzonder veel vertrouwen had in zijn eigen medische kennis. Andere dokters mochten gerust een mening hebben, zolang ze die maar voor zichzelf hielden wanneer ze niet met de zijne overeenkwam. Hij bepaalde wie toegang kreeg tot de president, welke adviezen gevolgd werden en wat er moest gebeuren.
Het grote probleem was die achtergebleven kogel. Waar zat dat verdomde ding? Bliss was ervan overtuigd dat hij ergens aan de rechterkant van Garfields lichaam moest zitten, dus werd er gezocht. Met vingers, metalen sondes en allerlei andere instrumenten werd in de schotwond gepeuterd. Niet één keer, maar telkens opnieuw, want die kogel moest en zou gevonden worden.
En nu moet ge weten dat ze in die tijd nog volop ruzie maakten over het nut van ontsmetten. De Britse chirurg Joseph Lister had al jaren eerder aangetoond dat ge met ontsmette handen en instrumenten een hoop ellende kon voorkomen, maar heel wat Amerikaanse dokters vonden dat maar moderne zever. Onzichtbare beestjes die infecties veroorzaakten? Komaan zeg. Dus verdwenen er in die presidentiële schotwond nogal wat vingers die daar beter uit de buurt waren gebleven.
Garfield lag ondertussen met koorts, pijn en misselijkheid in zijn bed, omringd door geleerde heren die voortdurend iets aan hem wilden onderzoeken. Er werd geprikt, gepeuterd, gevoeld en gediscussieerd, maar beter werd hij er niet van. Zijn wond raakte geïnfecteerd, hij begon te vermageren en de koorts wilde niet verdwijnen. Sommige dokters vroegen zich af of het niet verstandiger was om die kogel gewoon te laten zitten. Als hij geen onmiddellijke schade aanrichtte, waarom dan voortdurend in die wond blijven zoeken? Maar Bliss had daar zo zijn eigen ideeën over, en die waren blijkbaar belangrijker dan de twijfels van zijn collega's.
En daar zat Garfield dan. President van de Verenigde Staten, de machtigste man van het land, maar in zijn eigen ziekbed had hij blijkbaar nauwelijks nog iets te vertellen. Ge moet het u voorstellen. Ge ligt daar met een gat in uw rug, rondom uw bed staan een stuk of wat geleerde heren met indrukwekkende titels en de man die het voor het zeggen heeft, heet zelfs Doctor. Ge zoudt voor minder denken dat ge in goede handen zijt.
Ondertussen had Alexander Graham Bell, jawel, die van de telefoon, gehoord dat de dokters de kogel maar niet konden vinden. Hij begon te experimenteren met een toestel waarmee ge metalen voorwerpen in een lichaam kon opsporen. Een primitieve metaaldetector eigenlijk, waarmee ge misschien van buitenaf kon bepalen waar die kogel zat, zonder voortdurend met uw vingers in die open wond te blijven graven.
Bell werkte dagenlang aan zijn apparaat, verbeterde het, testte het en kreeg uiteindelijk toestemming om de president te onderzoeken. Alleen stond Bliss erop dat hij uitsluitend aan de rechterkant zou zoeken, want daar zat volgens hem de kogel. En als Doctor Willard Bliss eenmaal iets beslist had, dan konden de anderen blijkbaar maar beter hun mond houden.
Maar waarom mocht Bell eigenlijk niet aan de linkerkant zoeken? Daar blijf ik toch wat mee zitten. Als Bliss er zo zeker van was dat die kogel rechts zat, wat kon het dan voor kwaad om ook eens links te kijken? Dat zou hooguit een paar minuten extra gekost hebben. Of begon onze Doctor misschien zelf te twijfelen? Had hij ondertussen al zoveel verklaringen afgelegd en zoveel collega's tegengesproken dat hij zich niet meer kon veroorloven om ongelijk te krijgen?
Ik weet het natuurlijk niet. Misschien was hij werkelijk zo overtuigd van zijn eigen gelijk dat hij de rest van het lichaam niet eens meer interessant vond. Maar het blijft toch een rare bedoening. Ge hebt de uitvinder van de telefoon aan uw bed staan, die speciaal een toestel gebouwd heeft om die verdomde kogel te zoeken, en dan gaat ge hem vertellen waar hij wel en niet mag kijken. Straks moest dat apparaat nog aantonen dat al dat gepeuter van de afgelopen weken aan de verkeerde kant gebeurd was.
Bell onderzocht dus de rechterkant, maar zijn toestel gaf geen duidelijk resultaat. Er werd opnieuw geprobeerd, het apparaat werd nog wat aangepast, maar de kogel bleef onvindbaar. Mogelijk speelden ook de metalen veren van Garfields matras een vervelende rol bij die mislukte metingen. Maar aan de linkerkant werd niet gezocht.
Ik ben elektricien geweest, bordenbouwer, geen chirurg. Maar als ik vroeger een storing in een elektrische kast moest zoeken en mijn meetapparaat gaf niets aan, dan ging ik toch ook eens ergens anders meten. Ge moet daarvoor geen universitaire opleiding gevolgd hebben. Maar Bliss had nu eenmaal beslist dat de kogel rechts zat, en als die daar niet gevonden werd, dan lag dat blijkbaar aan het meetapparaat. Niet aan Doctor Bliss.
Ondertussen bleef Garfield achteruitgaan. Hij kreeg steeds meer infecties, kon nauwelijks nog eten en vermagerde verschrikkelijk. De dokters probeerden hem op krachten te houden met allerlei voedingsmengsels, die op den duur zelfs via zijn endeldarm werden toegediend. Een Amerikaanse president, omringd door de beste medische specialisten van het land, die stilaan verhongerde terwijl zijn lichaam vol etter zat. En onze Doctor bleef maar volhouden dat hij de situatie onder controle had.
Negenenzeventig dagen heeft Garfield nog geleefd na de aanslag. Negenenzeventig dagen waarin zijn artsen hem onderzochten, behandelden, opnieuw onderzochten en naarstig bleven zoeken naar een kogel die ze maar niet konden vinden. Op 19 september 1881 stierf hij.
Bij de lijkschouwing kwam er iets behoorlijk vervelends aan het licht. Die kogel zat helemaal niet waar Bliss al die tijd had beweerd, maar aan de linkerkant van het lichaam. Precies de kant waar Bell met zijn metaaldetector niet had mogen zoeken. Bovendien bleek dat de kogel geen onmiddellijk dodelijke verwonding aan een vitaal orgaan had veroorzaakt, al had hij onderweg wel degelijk ernstige schade aangericht. Garfield was uiteindelijk gestorven na weken van infecties en complicaties, met een fatale inwendige bloeding als laatste klap. Dat eindeloze gepeuter in zijn lichaam had vermoedelijk flink aan zijn ondergang bijgedragen.
Of de president zonder die medische bemoeienissen zeker zou hebben overleefd, weet niemand. Maar zijn kansen waren er in ieder geval niet beter op geworden.
En Bliss? Die bleef zijn behandeling verdedigen, zelfs toen de lijkschouwing had aangetoond dat hij wekenlang aan de verkeerde kant had gezocht.
Dat vind ik nu nog het strafste van heel die geschiedenis. Ge kunt u vergissen, een verkeerde diagnose stellen, een behandeling kiezen die achteraf niet blijkt te werken of iets over het hoofd zien. Dokters zijn tenslotte ook maar mensen. Maar als ge na negenenzeventig dagen gepruts, een dode patiënt en een lijkschouwing die uw ongelijk bewijst, nog altijd blijft volhouden dat ge het allemaal uitstekend gedaan hebt, dan is er volgens mij toch iets grondig mis met uw zelfkennis.
En het wordt nog gekker, want ondertussen stond Charles Guiteau terecht voor de moord op Garfield. Die gaf zonder veel problemen toe dat hij de president had neergeschoten. Dat viel ook moeilijk te ontkennen, want er waren nogal wat getuigen geweest. Maar vermoord? Nee, daar wilde hij niets van weten. Volgens hem hadden de dokters Garfield gedood.
De rechter en de jury waren niet onder de indruk. Guiteau werd ter dood veroordeeld en op 30 juni 1882 opgehangen, terwijl Bliss gewoon dokter mocht blijven. De moordenaar had natuurlijk ongelijk toen hij beweerde dat hij niet verantwoordelijk was voor Garfields dood, want hij had tenslotte zelf de trekker overgehaald. Maar met zijn beschuldiging aan het adres van de dokters zat hij misschien minder ver naast de waarheid dan iedereen destijds wilde toegeven.
En dat moet voor Doctor Willard Bliss toch een bijzonder pijnlijke gedachte geweest zijn, al vermoed ik dat hij er zelf weinig last van had.
Die man had immers altijd gelijk.