Ettertje, de prijs van de overwinning

Gepubliceerd op 1 november 2026 om 08:49

    In het rijk van Mr Willy is het eindelijk wat rustiger geworden. Na twee maanden van bloedige veldslagen hebben de legers van Fentanyl, Oxycodon en Pregabaline de zwarte horden van Ettertje grotendeels teruggedrongen. Ook de witte magiër Dexamethason heeft zijn werk gedaan. De Ribbenwal houdt stand en de ruiters van OxyNorm hoeven nog maar zelden uit te rukken.
     Ook aan de Linker Boezemgouw, vlak onder het koninklijke borstpantser, waar de zenuwwachters al weken bij de minste aanraking alarm sloegen, is eindelijk enige rust gekomen. De hofalchemist heeft er een dikke, vettige toverzalf laten aanbrengen. De muren glimmen ervan en alles zit onder de smurrie, maar zowaar, de brandende pijlen en venijnige steken blijven steeds vaker achterwege.   
       Zelfs in de onderaardse gewelven, waar het grote rioolstelsel al weken hopeloos verstopt zat, komt eindelijk weer enige beweging. En dat dankzij een oud recept uit de koninklijke bakkerij: donker, kruidig honingbrood, waarvan de peperige geur tot ver buiten de paleismuren te ruiken was. Mr Willy had er dagelijks enkele flinke stukken van laten aanrukken en zowaar, de eerste transportwagens bereikten weer de Zuidpoort. De hofalchemist keek er wat beteuterd bij. Zijn dure ontstopmiddelen hadden nauwelijks iets uitgehaald, terwijl een paar sneden koningsbrood blijkbaar meer resultaat opleverden.

        Er had dus eigenlijk feestgevierd moeten worden: de klokken luiden, de wijnvaten aanslaan en de bevolking eindelijk weer eens laten dansen. Alleen viel er verdomd weinig te vieren. Want de machtige tovermiddelen waarmee Ettertje werd bestreden, bleken ook binnen de eigen muren een behoorlijke ravage aan te richten.
        Over het hele rijk hing een dikke, bedwelmende nevel. Zolang de bevolking bezig bleef, viel het nog mee. Maar zodra iemand ging zitten, zakte de nevel naar beneden. Wachters vielen in slaap, smeden dommelden weg achter hun aambeeld en zelfs Mr Willy kon in zijn Kroniekenzaal nauwelijks nog een ganzenveer vasthouden zonder weg te dutten. Dan moest hij weer rechtkrabbelen, wat rondlopen en opnieuw proberen. En even later begon het hele spelletje opnieuw.
         Erger nog, de soldaten begonnen te trillen. Eerst een beetje, maar stilaan zo hevig dat ze hun speren nauwelijks nog recht konden houden. De hofgeleerden herkenden de verschijnselen onmiddellijk. Tremor. Een gevreesde bijwerking van de machtige tovermiddelen die het rijk moesten beschermen. Mevr Willy vertrouwde het zaakje niet en vreesde zelfs dat de oude vloek uit het verre Parkinsonia was neergedaald. Wanneer de hofgeleerden met hun zilveren instrumenten de levenskracht van de koning wilden meten, moesten schildknapen zijn handen stevig vasthouden om nog een behoorlijke meting te kunnen uitvoeren.
         En dan waren er nog de mysterieuze schokken. Zonder enige waarschuwing sloeg een hand op tafel, sprong een arm omhoog of begonnen vingers een wilde trommelroffel. Vooral in de Kroniekenzaal leverde dat omgevallen inktpotten en beschadigde perkamenten op. De hofgeleerden spraken plechtig over myoclonieën. Een indrukwekkende naam voor iets waar Mr Willy geen enkele controle over had.

      En aan de andere kant van het paleis hadden de sluiswachters de controle over de watersluizen verloren. Overdag konden ze de lekkages nog opvangen met absorberende zandzakken, maar voor de nacht moest een extra zware waterkering worden aangebracht. En zelfs dan dreigde het benedenkwartier onder water te lopen wanneer de nachtwacht langer dan drie uur sliep.
        Alsof dat allemaal nog niet voldoende was, verschenen er 's nachts vreemde schimmen in de paleisgangen. Mr Willy verdwaalde in wonderlijke droomwerelden waarin hij zelf de gebeurtenissen kon sturen. Ondertussen klonken er zachte, hemelse koren door het paleis, hoewel de hofkapel al lang gesloten was.
         Zelfs de koninklijke keukens werden getroffen. De fijnste gerechten verloren hun smaak en zelfs de beroemdste zoete dranken smaakten stilaan als verdund slootwater. De opperkok stuurde zijn ruiters naar de verre Cacaolanden, in de hoop daar nog iets te vinden waarmee hij de betovering kon doorbreken.
         Maar tegelijk brak er een ware vraatzucht uit. De voorraadkamers werden geplunderd, de koks moesten dag en nacht werken en zelfs de bewakers van de koninklijke snoepkamer konden hun vorst nog nauwelijks buitenhouden. Hoeveel er ook gegeten werd, de honger bleef. Na enig speurwerk ontdekten de hofgeleerden dat Dexamethason nog een tweede gave bezat. Waar hij met zijn ene hand de vuurhaarden van Ettertje doofde, wakkerde hij met zijn andere hand de honger aan. In verre, door hongersnood geteisterde koninkrijken werd hij zelfs als wonderdoener ontvangen. Daar wist hij lege magen weer aan het rommelen te krijgen.

Alleen had niemand hem verteld dat er in het rijk van Mr Willy helemaal geen hongersnood heerste.
De koning ontbood de magiër.    "Ge wilt dus zeggen dat ik u binnengehaald heb om Ettertje te bestrijden en dat ge ondertussen probeert mij vet te mesten?"
De magiër knikte.
"Godverdomme."

In de koninklijke vertrekken had de oorlog ondertussen een bijzonder pijnlijke tol geëist. Al meer dan vijftig jaar deelden de koning en zijn gemalin hetzelfde slaapvertrek. Oorlogen waren gekomen en gegaan, het rijk had voorspoed en rampspoed gekend, maar iedere avond hadden zij elkaar daar weergevonden. Tot Ettertje zich ook met de nachten begon te bemoeien. Zijn aanvallen, het voortdurende opstaan en de zware betoveringen tegen de pijn maakten een gewone nachtrust vrijwel onmogelijk. Beneden werd daarom een nieuwe slaapstede gebouwd, voorzien van vernuftige hefwerken om het gehavende lichaam van de koning rust te gunnen. Zijn gemalin bleef boven. Praktisch was het een meesterwerk. Alleen had niemand rekening gehouden met wat er boven achterbleef. Een ademhaling in het donker. Een hand die ge zonder nadenken kon uitsteken. De wetenschap dat de ander daar gewoon lag. Sindsdien sluit de koning iedere avond de deur van een slaapkamer waarin zijn gemalin niet ligt. En wanneer hij in de stilte van de nacht zijn hand uitsteekt, vindt hij alleen de koude leegte. Geen vijandelijk leger had hem ooit die nederlaag kunnen toebrengen.

Ettertje wel.

       Ook elders wordt de prijs steeds hoger. De pijn is eindelijk draaglijker, maar de legers die daarvoor nodig zijn, richten binnen de eigen muren steeds meer schade aan. Toch kunnen Fentanyl, Oxycodon en Pregabaline en ook Dexa niet zomaar worden teruggetrokken. Zodra ergens een wachtpost verzwakt, verschijnen de zwarte boogschutters opnieuw.
        En terwijl het rijk verder uitgeput raakt, wordt aan de overkant alweer gebouwd. Achter de gehavende muren van T4 en T5 klinken dag en nacht hamerslagen. Nieuwe krijgers trekken door de bergpassen en de verkenners noteren hun bevindingen in één zwart register: PSA.

Het getal stijgt. Langzaam, maar onmiskenbaar.

Aan deze kant van de vallei gebeurt het tegenovergestelde. De paarden van OxyNorm staan met trillende benen in hun stallen, de wachters van Fentanyl kunnen amper hun ogen openhouden en de mist van Pregabaline hangt zwaar over het rijk. De reserves zijn grotendeels opgebruikt, maar dezelfde gehavende legioenen moeten iedere dag opnieuw de muren bemannen.

Nog maar enkele maanden geleden lagen de wegen open, werd er gereisd en gewandeld en brandde in de Kroniekenzaal tot diep in de nacht licht. Ettertje bestond toen ook, maar hij heerste niet. Nu houdt het rijk amper nog stand.

Op 6 november komt de Hoge Krijgsraad opnieuw bijeen. Misschien kunnen enkele uitgeputte legioenen worden afgelost. Misschien moet een andere verdedigingslinie worden gezocht. En misschien wordt het tijd de verzegelde arsenalen te openen.
Radium. Enzalutamide. Lutetium.

Machtige wapens. Maar niemand weet hoeveel terrein ermee gewonnen kan worden. Of welke prijs het rijk ervoor zal moeten betalen.
En juist die gedachte maakt de koning banger dan hij aan zijn hof wil laten merken.

Niet voor de volgende veldslag zelf.

Maar voor de vraag hoeveel van zijn rijk er daarna nog zal overblijven.