Ergens in Versailles, niet ver van dat beroemde paleis, is er een rare bibliotheek: De Osmothèque noemt die.
Geen boeken, geen oude kranten of vergeelde manuscripten, maar duizenden flesjes met geuren. Vooral parfums, waaronder exemplaren die al meer dan honderd jaar niet meer gemaakt worden. En als zo'n parfum nergens meer te vinden is, proberen ze het aan de hand van oude recepten opnieuw samen te stellen.
Blijkbaar vinden ze het daar belangrijk dat de mensheid ook in de toekomst nog kan ruiken hoe men zich in 1890 parfumeerde.
En waarom ook niet? We bewaren oude gebouwen, schilderijen, meubels en zowat alles wat ooit door mensen gemaakt is. Dus waarom geen geuren?
Al vraag ik mij wel af hoe zo'n oud parfum tegenwoordig zou overkomen. Misschien vonden de mensen dat destijds heerlijk, terwijl ge er nu onmiddellijk de ramen voor zou openzetten. Die mensen wasten zich trouwens ook niet iedere dag, dus vermoedelijk moest dat parfum tegen nogal wat andere geuren opboksen.
En zo kom ik vanzelf bij Het parfum van Patrick Süskind terecht. Daarin wordt ook nogal wat afgeroken, en niet altijd aan de meest frisse dingen. Ik heb dat boek destijds zeker twintig keer gelezen. Twintig keer, jawel. En das van lang voor mijn chemobrein.
Het verhaal is mij altijd bijgebleven. Over Jean-Baptiste Grenouille, een zonderling die geboren wordt in het stinkende Parijs van de achttiende eeuw en een reukvermogen bezit waar een speurhond alleen maar van kan dromen.
Die kerel rook werkelijk alles, zelfs mensen die ergens ver uit zijn buurt rondliepen, en hij kon iedere geur die hij ooit geroken had, voor de rest van zijn leven onthouden.
Zelf had hij geen lichaamsgeur, wat hem behoorlijk dwarszat.
En omdat hij op een bepaald moment de geur van jonge vrouwen wilde bewaren, begon hij die dames te vermoorden.
Tja, niet iedereen gaat even verstandig met zijn talenten om.
Maar wat een boek. Vooral dat onvoorstelbare reukvermogen bleef mij fascineren. Stel u voor dat ge iedere geur die ge ooit geroken hebt, zomaar opnieuw kunt oproepen. Ge hebt geen foto's of souvenirs meer nodig, één keer diep ademhalen en ge zit weer midden in het verleden.
Nu zou ik zo'n neus bijzonder goed kunnen gebruiken, want er is één geur die ik al jaren probeer terug te vinden: De stalgeur van de boerderij van mijn grootouders.
Trouwe lezers weten ondertussen dat grootva Willy als hovenier werkte op het landgoed van een barones. Mijn grootouders woonden daar in een klein boerenhuisje, ergens tussen de bossen en de grote villa. Voor een stadsjongetje dat thuis niet eens een tuin had, was dat een paradijs. Ik kon er ravotten, door de bossen zwerven, hutten bouwen en allerlei dingen uitspoken waar grootva vermoedelijk minder gelukkig mee was.
Zolang de tuin van de barones maar niet te veel schade opliep, viel het allemaal nogal mee. Al begreep ik als kind niet goed waarom die vrouw zo moeilijk deed over haar tuin. Ze had immers een heel domein, terwijl ik thuis niet eens een vierkante meter grond had om in te spelen.
Bij dat boerenhuisje hoorden ook stallen, en daar hing dus die geur die ge in de stad nergens tegenkwam. Koeien, hooi, stro, mest, vochtige muren, oud hout en nog een heleboel andere dingen die ik onmogelijk afzonderlijk kan benoemen. Zo'n zware, warme stalgeur die overal in kroop en die ge na een tijdje zelf niet meer rook. Niemand vond dat bijzonder. Een koeienstal rook nu eenmaal naar een koeienstal, en ge moest al een heel rare snuiter zijn om daar speciaal voor te blijven staan snuffelen.
Maar nu, meer dan zestig jaar later, zou ik er nogal wat voor overhebben om die geur nog één keer terug te vinden.
En het gekke is dat ik hem mij nog heel goed herinner, maar hem niet meer kan oproepen. Hoe legt ge zoiets uit?
Ik weet hoe een koe ruikt, hoe hooi ruikt en hoe mest ruikt. Daar zit het probleem niet. Alleen die ene mengeling, precies zoals ze destijds in de stal van mijn grootouders hing, die krijg ik niet meer te pakken.
Misschien moet ik gewoon eens naar een boerderij rijden. Alleen vrees ik dat het dan niet hetzelfde zal zijn. De meeste moderne stallen zien er tegenwoordig heel anders uit, met ventilatiesystemen, betonnen vloeren en allerlei machines. En als ge ergens nog een oude stal vindt, dan zijn het weer andere koeien, ander hooi en andere muren.
Ik weet zelfs niet of een koe tegenwoordig nog hetzelfde ruikt als zestig jaar geleden. Het zou mij niets verbazen als ze daar ondertussen ook al iets aan veranderd hebben.
En dan moet ik toch weer aan die Osmothèque denken. Als die mensen een parfum van honderd jaar geleden kunnen namaken, waarom zouden ze dan geen koeienstal uit de jaren vijftig kunnen reconstrueren?
Niet dat zoiets veel klanten zou lokken, vermoed ik. Alhoewel, tegenwoordig maken ze naar 't schijnt zelfs parfums die naar menselijk zweet ruiken. Speciaal voor stadsmensen en soortgelijk volk dat blijkbaar bereid is om een fortuin neer te tellen voor een geur waar een ander zo snel mogelijk vanaf wil. Vroeger waste ge u om niet meer naar zweet te ruiken, tegenwoordig spuiten ze het er vrijwillig weer op.
Ge moet maar op het idee komen.
Dus waarom geen koeienstal? Eau de Vache, voor de moderne stadsmens die nog nooit dichter bij een koe gekomen is dan het koelvak van de supermarkt. Met een beetje geluk kunt ge er nog een tweede versie van maken, Eau de Vache Intense, met extra mest voor de echte liefhebbers.
Maar goed, mijn bestelling zou toch wat ingewikkelder zijn, want het moet wel degelijk die ene stal zijn. En hoe gaat ge dat aan zo'n parfumeur uitleggen? Een beetje hooi, wat stro, een flinke schep mest en een paar vochtige muren. Hoeveel koeien stonden er eigenlijk? Was het zomer of winter? Stond de staldeur open? En hoe oud was dat hooi? Voor ge het weet, zit ge een heel bouwplan van een koeienstal op te stellen terwijl ge eigenlijk alleen maar eens aan uw jeugd wilt ruiken.
Grenouille zou daar natuurlijk geen enkele moeite mee gehad hebben. Die had één keer diep ingeademd en onmiddellijk geweten hoeveel koeien er stonden, welke koe die ochtend wat last had van haar spijsvertering en vermoedelijk ook nog wat grootmoe de avond tevoren had klaargemaakt.
Ik zie hem al op het erf rondlopen, met zijn neus in de lucht, terwijl grootva hem staat aan te kijken. "Wat staat die kerel daar nu weer te snuffelen?"
"Geen idee, maar zolang hij zijn handen van de koeien houdt, mag hij van mij zijn gang gaan."
En dan Grenouille, die plots op handen en knieën gaat zitten omdat hij ergens tussen het stro een bijzonder interessante geur ontdekt heeft. Grootva zou hem vermoedelijk een riek in zijn handen geduwd hebben. Als hij toch zo graag tussen de koeien zat, kon hij evengoed wat mest uit de stal halen.
Al moeten we er misschien toch bij vertellen dat Grenouille nogal een ongezonde belangstelling voor jonge vrouwen had. Gelukkig was er op de boerderij geen melkmeid, voor zover ik mij herinner. Anders was dat bezoek misschien heel anders afgelopen.
Maar wat maakt die ene stalgeur nu eigenlijk zo bijzonder? Want herinneringen aan de boerderij zijn er genoeg. Honderden kleine dingen, misschien zelfs duizenden. Alleen springt er geen enkele gebeurtenis echt bovenuit. Het was gewoon die hele omgeving, de bossen, het erf, de dieren en de grote vakantie die maar bleef duren. Als kind had ge daar allemaal weinig gedachten bij. Ge waart bij uw grootouders, ge kon spelen zoveel ge wilde en de volgende schooldag lag nog ergens heel ver in de toekomst.
En die grootouders waren er natuurlijk ook altijd. Grootva werkte in de tuin, grootmoe hield zich met het huishouden bezig en ondertussen kon dat stadsjongetje zijn gang gaan. Er moest al iets serieus verkeerd lopen vooraleer iemand zich met mijn bezigheden kwam bemoeien.
Dat was misschien nog wel het mooiste van die vakanties. Ge werd 's morgens wakker en had een hele dag voor u liggen waarin ge eigenlijk niets moest, behalve op tijd komen eten. Dat die boerderij ooit zou verdwijnen en dat er een laatste vakantie zou komen, daar werd uiteraard niet over nagedacht. Waarom zou ge ook? Grootouders waren er om grootouders te zijn, en de volgende zomer kwam er toch weer een nieuwe grote vakantie.
Zo zat de wereld toen in elkaar.
Het eigenaardige is dat al die herinneringen nog altijd ergens in mijn hoofd zitten, maar dat er waarschijnlijk een hele hoop tussen zit waar ik niet meer bij kan. Soms komt er toevallig iets boven, een voorvalletje of een detail waarvan ik tientallen jaren niet meer geweten heb dat het bestond. En dan denk ik weleens dat die stalgeur misschien nog veel meer van dat soort herinneringen zou kunnen losmaken.
Geuren hebben namelijk een nogal eigenaardige invloed op ons geheugen. Ge kunt ergens binnenkomen en plots een luchtje opvangen dat u zonder enige waarschuwing tientallen jaren terug in de tijd slingert. Een oud parfum bijvoorbeeld, of de geur van een kolenkachel. Ge staat nog gewoon waar ge stond, maar in uw hoofd zijt ge ineens weer ergens anders. En soms weet ge zelfs niet onmiddellijk waarom.
Maar neem nu die ziekenhuisgeuren van vroeger. Wie oud genoeg is, herinnert zich waarschijnlijk nog die scherpe lucht van ontsmettingsmiddelen die ge al bij het binnenkomen tegemoet sloeg. Tegenwoordig kom ik als kankerlijer nogal regelmatig in ziekenhuizen, maar die typische geur is grotendeels verdwenen. Gelukkig maar, want daar hangen niet direct mijn mooiste jeugdherinneringen aan vast. Maar mocht ik hem morgen ergens opnieuw tegenkomen, dan zou ik waarschijnlijk onmiddellijk weer als klein manneke in zo'n ziekenhuisgang staan, met een witte jas die mij verzekert dat het allemaal geen pijn zal doen.
Dat vertelden ze vroeger nogal graag. En doorgaans wist ge dan al hoe laat het was.
Maar met die stalgeur ligt dat heel anders. Daar hangen geen vervelende herinneringen aan vast. Het zijn er zelfs zoveel dat ik onmogelijk zou kunnen zeggen welke ik het liefst terug zou willen halen. Misschien zou het al voldoende zijn om weer eens te voelen hoe het was om als kleine jongen door die stallen te lopen, zonder ook maar één ogenblik te beseffen dat ik daar zestig jaar later nog aan zou terugdenken.
En stel nu dat die mensen in Versailles werkelijk zo'n geur zouden kunnen namaken. Dat er op een mooie dag een pakje arriveert met een klein flesje en een briefje waarin ze uitleggen dat ze na maanden experimenteren de oorspronkelijke stalgeur van mijn grootouders hebben kunnen reconstrueren. Ge draait de stop eraf, neemt een flinke snuif en daar is hij dan.
Zou ik hem onmiddellijk herkennen? Zouden al die kleine herinneringen ineens weer bovenkomen? Misschien weet ik plots weer hoe de staldeur klonk wanneer ze dichtging, waar de emmers stonden en wat ik daar als kleine jongen eigenlijk allemaal uitspookte.
Of misschien komen er dingen terug waarvan ik niet eens meer wist dat ze ooit gebeurd waren. Al bestaat natuurlijk ook de mogelijkheid dat er helemaal niks gebeurt. Dan zit ge daar met een peperduur flesje koeienmest, terwijl Mevr Willy zich afvraagt of haar echtgenoot nu definitief de kluts kwijt is. En dan kunt ge nog moeilijk naar Versailles telefoneren om te klagen dat hun parfum wel degelijk naar een stal ruikt, maar dat uw jeugd er niet bijgeleverd werd.
Misschien moet ik die Osmothèque toch maar eens aanschrijven. Niet onmiddellijk met een hele bestelling afkomen, maar voorzichtig informeren of ze ervaring hebben met het reconstrueren van historische landbouwgeuren.
Dat klinkt al een stuk deftiger dan vragen of ze een flesje oude koeienstal kunnen opsturen. Wie weet vinden ze het zelfs interessant. Zo dikwijls zullen ze daar nu ook weer niet gevraagd worden om een Vlaamse boerderij uit de jaren vijftig na te maken.
Al zou het natuurlijk veel eenvoudiger zijn als er ergens nog zo'n ouderwetse stal bestond. Met die oude muren, wat stro, een paar koeien en liefst ook nog een boer die niet onmiddellijk de politie belt wanneer er een oude vent binnenkomt die overal aan begint te snuffelen.
Want stel u voor dat ik die geur werkelijk terugvind. Dan wil ik daar natuurlijk niet na vijf minuten alweer buitenstaan. Misschien moet ik dan toch maar een klapstoeltje meenemen, zodat ik er op mijn gemak een tijdje kan blijven zitten.
En als die boer vraagt wat ik daar eigenlijk kom doen, zal ik hem proberen uit te leggen dat ik op zoek ben naar de grote vakantie van zestig jaar geleden.