Nergens op de kaart

Gepubliceerd op 15 augustus 2026 om 06:22

Soms zit ik zomaar wat te denken aan hoeveel mensen er op dit eigenste moment rondlopen van wie ik het bestaan niet eens vermoed.

Ergens laat iemand zijn hond uit. Iemand anders zit met een kop koffie voor zich naar buiten te kijken. Een man staat in de supermarkt te twijfelen tussen twee soorten kaas en ergens in een ziekenhuis zit iemand op zo'n veel te harde stoel naar een scherm te staren waarop elk moment zijn naam kan verschijnen.

Allemaal mensen die hun dag doorkomen. Die boodschappen doen, ruzie maken, lachen, een boek lezen, hun belastingen vervloeken of tegen een computer zitten te schelden omdat dat rotding alweer niet doet wat het moet doen.

Mensen die totaal niets met mijn leven te maken hebben.

Denk ik dan.

Want het merkwaardige is dat één van die volslagen onbekenden morgen ineens een belangrijke plaats in mijn leven kan innemen.

Vroeger zag ik mijn leven min of meer als een kaart waarop de belangrijkste mensen al ingetekend stonden. Familie, vrienden, collega's, buren. De gebruikelijke verdachten. Af en toe kwam daar iemand bij, af en toe verdween er iemand, maar veel ingewikkelder hoefde het allemaal niet te zijn.

En toen kwam kanker.

Nu heeft kanker weinig eigenschappen waarvoor je hem een aanbevelingsbrief zou schrijven. Als kanker bij mij kwam solliciteren, lag zijn brief waarschijnlijk al bij het oud papier voor hij goed en wel zijn jas had uitgedaan. Slechte werkhouding, bijzonder onprettig karakter en bovendien de irritante gewoonte om overal binnen te dringen waar hij niet gevraagd is.

Maar kanker heeft wel een vreemd neveneffect.

Hij brengt mensen mee.

Plots leer je mensen kennen die honderden kilometers verder wonen. Mensen die je nooit ontmoet hebt, van wie je niet weet hoe hun stem klinkt en die je vermoedelijk straal voorbij zou lopen als ze naast je aan de kassa van de Aldi stonden.

En toch kunnen sommige van die mensen behoorlijk dichtbij komen.

Dat vind ik nog altijd vreemd.

Ik dacht vroeger dat vriendschap vooral iets was wat langzaam ontstond doordat je samen dingen deed. Schoollopen. Werken. Op café gaan. In dezelfde vereniging zitten. Samen op vakantie gaan en ontdekken dat iemand 's morgens vóór zijn eerste koffie beter niet aangesproken kan worden.

Blijkbaar kan het ook anders.

Soms ontstaat er iets tussen twee mensen die elkaar nog nooit een hand hebben gegeven, gewoon omdat de ene precies begrijpt wat de andere bedoelt wanneer die schrijft dat hij op een uitslag zit te wachten.

Je hoeft dan niet uit te leggen waarom zo'n uitslag al drie dagen vóór ze er is door je hoofd loopt. Of waarom een stijgende PSA-waarde maar een getalletje is en tegelijkertijd helemaal geen getalletje. Of hoe één ziekenhuisbrief erin slaagt een verder volstrekt behoorlijke dinsdagmiddag in vijf seconden naar de kloten te helpen.

Dan volstaan soms een paar woorden.

"Ja. Dat herken ik."

Meer hoeft er eigenlijk niet te staan.

Misschien is dat ook waarom sommige van die mensen blijven hangen. Niet noodzakelijk in je adresboek en al helemaal niet in het familiealbum, maar ergens in dat merkwaardige rommelhok dat een mensenhoofd blijkbaar is.

Sommigen verdwijnen weer. Ook dat gebeurt. Mensen komen, mensen gaan, gesprekken vallen stil. Soms weet je waarom en soms ook niet.

Maar anderen reizen jaren met je mee. Van scan naar scan, van behandeling naar behandeling. Ze weten wanneer het goed gaat en wanneer je beter even niet moet vragen hoe het gaat. En ondertussen weet jij ongeveer hetzelfde van hen.

Best eigenaardig eigenlijk, als je bedenkt dat je elkaar misschien nog altijd nooit gezien hebt.

Er wordt weleens gesproken over onzichtbare draden tussen mensen. Ik vind dat al snel wat zweverig klinken. Voor je het weet zit het universum ermee tussen en blijken Saturnus en mijn ascendant verantwoordelijk voor mijn vriendenkring. Daar pas ik voor.

Maar dunne draadjes van herkenning bestaan volgens mij wel.

Niet omdat ze ergens voorbestemd waren. Niet omdat twee zielen elkaar na zeven vorige levens eindelijk teruggevonden hebben. Misschien gewoon omdat twee mensen op ongeveer hetzelfde moment dezelfde rotweg moesten nemen en elkaar daar toevallig tegenkwamen.

Gedeelde ellende is tenslotte ook een kennismakingsbureau. Niet meteen eentje waarbij je vrijwillig een abonnement neemt, maar het werkt blijkbaar wel.

En zo staan er vandaag mensen op de kaart van mijn leven die daar zes jaar geleden helemaal niet op stonden. Mensen van wie ik toen niet eens wist dat ze bestonden. Sommigen wonen dichtbij, anderen honderden kilometers verder. Sommigen heb ik inmiddels ontmoet, anderen misschien nooit.

Maar ze staan erop.

En soms vraag ik me dan af hoeveel mensen er vandaag nog ergens rondlopen die voorlopig helemaal nergens op mijn kaart staan.

Een vrouw die haar hond uitlaat. Een man met een kop koffie. Iemand die in een ziekenhuis op zijn naam zit te wachten.

Geen idee wie ze zijn.

Misschien blijft dat zo.

Misschien ook niet.

Rare kaarten, die van een mensenleven.