Nanobots op patrouille

Gepubliceerd op 18 februari 2026 om 03:22

Mijn lichaam is een tempel.
Zo zeggen ze dat toch. Pfff.  als dit een tempel is, dan eentje die al sinds de middeleeuwen geen onderhoud meer heeft gehad. De muren scheuren, de dakgoot lekt, en in de kelder groeien schimmels met een eigen mening. De dokter noemt het uitgezaaide prostaatkanker, maar zelf denk ik eerder aan een fabriek waar ooit kernenergie werd gemaakt, tot iemand de handleiding kwijtgeraakt is. Eén verkeerde knop en floep — alles donker.

En dan lees ik dus over nanobots: piepkleine robotjes die in je bloedbanen kunnen patrouilleren. Alsof je lichaam een stad is, en er een leger mini-agentjes rondloopt met helmpjes op en knuppeltjes in de aanslag. Ik zie ze al marcheren door mijn aders, richting prostaat, terwijl de trommels van de rode bloedcellen roffelen.

Sciencefiction, denk je dan. Maar nee hoor, de wetenschap schuift vrolijk op richting Star Trek. Ze hebben al nanodeeltjes die chemo pas loslaten als ze vlak bij een tumor komen. En ze experimenteren met magnetische robotjes die muizen genezen. Altijd die muizen. Alles lukt bij muizen. Alleen bij mensen loopt het spaak. En vooral bij míj. Ik zit voorlopig nog met pillen, bestralingen en een printer die weigert om zelfs maar een postkaart te scannen. 
Maar het fascineert het me. Het idee dat mijn lichaam ooit een soort smart city kan worden — met nanosoldaten die rondpatrouilleren, defecte cellen herstellen en kwaadaardige types aanhouden. Geen bombardementen meer, maar precisieaanvallen, alles netjes geregeld door algoritmes.

Alleen… waar blijft de mens dan nog? Worden we niet stilaan een mengeling van fabriek en kathedraal, met hier en daar wat siliconen in de offerblok?

 

Ach, misschien maakt het weinig uit zolang de leidingen niet lekken en de lichten blijven branden. Voorlopig hou ik het bij de klassieke middelen: pillen, bestralingen en een flinke portie zelfspot. Maar het idee dat er ergens in een laboratorium iemand sleutelt aan iets wat misschien ooit mijn kleinkinderen kan redden — dat stemt me mild.

Al ken ik mijn geluk. Tegen de tijd dat ze mij volstouwen met nanobots, is er vast weer staking. Al die robotjes met hun helm onder de arm: “Wij eisen betere arbeidsvoorwaarden!”
En ik? Ik zit erbij, met mijn kapotte printer, en roep dat ze tenminste de koffiezet met rust moeten laten.