Vroeger was alles beter.
Zo’n zin die wij, ouwe knarren, er soms uitgooien, meestal wanneer we vastzitten in herinneringen die intussen wat vergeeld zijn.
Eigenlijk wordt daar niemand blijer van.
Maar het moet gezegd: wij leefden wel in een tijd waarin je met één loon een gezin kon onderhouden. Punt. Waarin een huis iets was dat je kocht en afbetaalde, niet iets waarvoor je eerst tien jaar moest hopen, sparen, twijfelen en ondertussen nog eens flink stressen. Een tijd waarin je eerste loon niet meteen verdampte aan een citytrip, maar naar een wasmachine ging, en het volgende naar een ijskast, en het derde naar iets dat alweer kapot was gegaan. Zo ging dat. Niet spectaculair, niet sexy, maar wel logisch. Je bouwde een leven op, stap voor stap, zonder dat iemand vond dat je op je vijfentwintigste al moest wonen alsof je er dertig werkjaren op had zitten.
En ja, we hadden minder. Minder luxe, minder keuze, minder gedoe.
Maar misschien hadden we daardoor iets waar nu een schrijnend tekort aan is: rust. Je hoefde niet voortdurend ergens anders te zijn om het gevoel te hebben dat je bestond. Niemand vroeg hoe groot je badkamer was, of waar je keukenblad vandaan kwam, en niemand lag wakker van het feit dat iemand die je niet kende het misschien beter had dan jij. Je leefde gewoon. Soms goed, soms slecht, maar zonder dat constante vergelijken dat nu als achtergrondruis door alles heen loopt.
Ergens zijn we iets kwijtgeraakt. Niet omdat mensen slechter zijn geworden, dat geloof ik niet eens, maar omdat alles sneller, luider en veeleisender is geworden. Alles moet meer zijn. Mooier. Groter. Sneller. En ondertussen hoor ik jonge mensen zeggen dat het leven hen uitput, dat ze werken en werken en toch het gevoel hebben altijd achter te lopen. Alsof ze te laat zijn voor iets wat niemand precies kan benoemen.
Misschien is dát wat wij bedoelen als we zeggen dat het vroeger beter was. Niet dat het perfect was, maar dat het leefbaarder was.
En dus ja. Terwijl ik hier aan mijn cappuccino nip en naar een wereld kijk die zo snel draait dat ik er soms duizelig van word, denk ik nog altijd dat we niet helemaal ongelijk hebben met ons gemompel over vroeger. Niet omdat alles beter was, maar omdat het eenvoudiger was. Minder eisend. Minder luid. Je kon leven zonder voortdurend het gevoel te hebben dat je tekortschiet, dat je te laat bent, te klein, te arm of gewoon onzichtbaar.
Misschien is het dát wat we, al mopperend en zuchtend, nog proberen door te geven: dat een leven niet gebouwd hoeft te zijn als een Instagramfeed, maar als die oude Fiat Scudo van mij. Zo eentje die kraakt en piept, hier en daar een olieplekje achterlaat en er niet uitziet, maar die je wel gewoon brengt waar je moet zijn. Met gevloek onderweg, af en toe een lach, soms een traan.
Dat heet geen falen. Dat heet leven.
Alleen jammer dat soort inzichten zelden op tijd komt. Meestal pas wanneer je lichaam andere plannen heeft.