Ik heb een nieuwe waterkoker.
Een moderne. Zo eentje met een display. En knopjes. En beloftes.
Laat ik meteen eerlijk zijn: het was een cadeautje. Van zoonlief. Voor nieuwjaar.
Pfff.
Het is lief bedoeld, dat weet ik. Echt. Maar ik heb iets tegen cadeautjes uitwisselen. Altijd al gehad. Dat systeem waarbij je iets krijgt waar je dankbaar voor moet zijn, nog voor je goed en wel weet wat je ermee aan moet. Dankbaarheid met een strik errond.
Die gewoonte hadden we jaren geleden netjes afgeschaft. Iedereen opgelucht. Geen stress. Geen verwachtingen. Geen cadeaubonnen die ergens onderin een lade blijven liggen tot ze verlopen zijn.
Maar ja. Schoondochterlief. Die heeft dat gebruik weer liefdevol ingevoerd. En kijk, je wil ook geen spelbreker zijn. Dus je glimlacht, zegt “oh, amai”, en doet alsof dit precies was wat je altijd al miste in je leven.
En zo stond ik daar. Met mijn nieuwe waterkoker.
Vroeger was een waterkoker iets eenvoudigs. Je zette hem aan, hij begon te grommen als een tevreden kater, en even later had je heet water. Punt. Niemand verwachtte intelligentie van dat ding. Het had één taak in het leven en voerde die uit met stille waardigheid.
Maar deze waterkoker keek mij aan.
Vijftien graden. Actuele temperatuur.
Alsof hij wilde zeggen: “Zo. Dit weet ik alvast. En nu jij.”
Ik pakte de handleiding erbij. Zo’n boekje dat alles zegt en tegelijk niks. Vol pijltjes, symbooltjes en icoontjes die vermoedelijk ontworpen zijn door iemand die nog nooit zelf water heeft gekookt. Er stond nergens: “Druk hier. Wacht. Klaar.” Nee. Alleen een pijltje naar de temperatuurknop.
Ja. Dat was nu net het probleem.
Ik drukte op de temperatuurknop. Niks.
Nog eens. Het scherm lichtte iets helderder op. Hoopgevend, maar inhoudelijk leeg. Zoals een verkiezingsslogan.
Ik drukte op start. Honderd graden begon te pinken. Pinkend. Onrustig. Alsof hij zelf ook twijfelde of hij hier wel aan wilde beginnen. Ik drukte opnieuw. Een vierkante cirkel verscheen. Of een cirkel met een identiteitscrisis. Hij draaide. Of twijfelde. Ik twijfelde mee.
Ergens tussen drukken, wachten, nog eens drukken en weer wachten begon ik te vermoeden dat dit toestel niet bediend wilde worden, maar benaderd. Dat er een juist moment bestond. Een heilige seconde. Te vroeg? Pech. Te laat? Begin maar opnieuw.
Ik schakelde ChatGPT in. Slim ding. We hebben samen al van alles doorploegd, van filosofie tot eindigheid, en de dood besproken alsof het een afspraak bij de kapper was. Maar nu… nu begon hij het ook lastig te krijgen. Hij had het plots over “modi”, “toestanden” en “tijdvensters”. Alsof mijn waterkoker een kerncentrale was.
En toch was ik, vreemd genoeg, een beetje gerustgesteld.
Dit lag niet aan mijn chemobrein.
Dit lag aan een wereld die zo graag slim wil zijn dat ze het eenvoudige niet meer vertrouwt.
Ik heb het toestel ondertussen min of meer onder de knie. Soms. Als de sterren goed staan en ik exact op het juiste moment druk. Elke keer voelt het als een kleine overwinning. Niet omdat ik heet water heb, maar omdat ik het toestel heb overleefd.
En toch verlang ik dan hevig naar vroeger. Naar toestellen met één schakelaar. Aan of uit. Geen display. Geen piepjes. Geen waterkoker die eerst mijn vertrouwen wil winnen voor hij zijn werk doet.
Want die goeie ouwerwetse fluitketel…die floot gewoon.
En als je er niet naar luisterde, floot hij nog harder.
En dat is toch eigenlijk een bijzonder goed systeem,niet?