Er was een tijd dat wachten nog iets gezelligs had. Dat je bij de kapper binnenwandelde zonder afspraak, een stoeltje zocht tussen de oude boekjes, en terwijl je wachtte hoorde hoe de lokale roddels zich door de ruimte krulden. Soms duurde het een uur. Soms wat langer. Maar dat gaf niet — je zat warm, je luisterde, je maakte een praatje met een ander hoofd dat ook aan de beurt moest. Geen timer, geen schermpje dat je riep met een “beurt 46 aan loket 3”, gewoon: wachten zoals wachten bedoeld was.
Ook bij de dokter. Ja, je zat daar wel een poos. Met zuchten, krakende stoelen en de geur van ontsmettingsmiddel in je neusgaten. Maar je wíst: ik word vandaag nog geholpen. Je werd bekeken, betast, bevraagd. En als het lang duurde, dan was dat omdat er bij iemand anders méér tijd nodig was. Dat begreep je. Dat voelde menselijk.
En nu is wachten geen tijd meer, maar een fout.
Nu moet je je zelfs bij de frituur aanmelden. Online. Via een app. Wil je een portie stoofvlees, dan moet je eerst een digitale agenda invullen. En ben je twee minuten te laat, dan liggen je frieten erbij alsof ze gisteren al afgekoeld zijn. Tijdslot gemist, pech gehad. Alsof je naar een sterrenrestaurant gaat in plaats van naar Frituur De Snedige Friet.
Alles draait tegenwoordig om minuten. Alles moet stipt, strak en gepland. Zelfs bij een tentoonstelling moet je tussen tien en elf arriveren, en maximaal drie kwartier blijven. Alsof er iemand met een stopwatch naast je staat die fluistert: “Uw verwonderingstijd is voorbij, meneer, graag doorschuiven.” Pfff.
Ons hele leven lijkt in de greep van de klok. Van afspraak tot afspraak, van notificatie tot planning. Zelfs onze vrije tijd wordt ingeroosterd. Wandelen doe je niet meer, je reserveert het. Met beginuur, einduur en bij voorkeur een bevestigingsmail.
Soms verlang ik terug naar de tijd dat een dag vanzelf liep. Dat je ergens naartoe ging zonder te weten hoelang het zou duren. Dat je, door te wachten, mensen ontmoette. Gesprekken begon. Iets hoorde dat je nog niet wist. Of gewoon, tussen de regels van het leven, even niks deed. Want ook dat mocht toen nog: niks.
Nou, ’t zal wel zo zijn dat ik een ouwe knar ben. Een nostalgische mens met een hekel aan digitale wachtrijen. Maar geef mij maar de oude dokter met een krant op zijn bureau, de kapper die zegt: “Gij zijt na hem, hé manneke,” en een frituur waar de tijd stilstaat zolang het vet maar warm is.
Wachten was ooit vervelend, ja.
Maar nu het afgeschaft is, mis ik het.
Reactie plaatsen
Reacties