Polehugging
Een woord, recent geïntroduceerd door Zweef en geboren uit zijn ongekend talent voor taalzin.
Een woord dat aan mijn vingers is blijven kleven. Want zo’n woord ontstaat pas echt op het ogenblik waarop een lichaam plots beseft dat het even niet meer kan vertrouwen op zichzelf.
Je voelt het vooraf niet aankomen. Geen waarschuwing, geen voorafje. De wereld kantelt een beetje en je weet: als ik nu niks vastpak, lig ik straks ergens waar ik liever niet lig. En dus pak je vast. Een paal. Een muur. Iets dat niet beweegt en niks vraagt.
En achteraf, wanneer je weer zit of ligt, denk je: verdomme, dat leek verdacht veel op omhelzen.
Misschien is dat wat er gebeurt wanneer het leven dun wordt. Wanneer bloed weglekt, energie verdwijnt, je lijf zijn werk niet meer doet en plannen steeds korter worden. Dan zoek je geen oplossingen en geen verklaringen meer. Dan zoek je gewoon iets dat blijft staan terwijl jij even niet meer kunt.
’s Nachts zit ik vaak achter mijn pc te dwalen. Niet mijn lijf houdt me dan bezig, dat ken ik ondertussen wel. Het zijn de mensen hier. Mensen die ik misschien nooit zal ontmoeten — sommige wel, gelukkig — maar die dichtbij komen. Mensen die langzaam uit hun eigen leven aan het verdwijnen zijn. Waar geen “later” meer achter zit. Alleen nog vandaag, morgen misschien, en wachten.
Overdag heeft dat geen plaats. Dan moet je doen alsof. Functioneren. Grapjes maken. Zeggen dat het wel gaat. Maar ’s nachts kruipt het binnen. Dan besef je dat je hier niet alleen voor jezelf zit te schrijven, maar ook een beetje voor hen. En dat je soms hoopt dat jouw woorden voor iemand anders even een muur zijn. Iets om tegen te leunen.
En soms is het andersom. Dan ben jij het die leunt. Niet tegen beton, maar tegen herkenning. Tegen het feit dat iemand anders dit ook kent, zonder dat hij het hoeft uit te leggen.
Dat is ook hugging.
Zonder armen. Zonder warmte.
Maar wel genoeg om niet te vallen.
Ik weet niet of dat troost is. Misschien is het gewoon nabijheid.
Misschien is dat het enige wat overblijft wanneer hoop te groot klinkt en moed zwijgt.
Soms is blijven staan al te veel gevraagd.
En dan is even leunen al een vorm van overleven.