Niks zo vreemd als een getal.
Een getal dat beslist hoe je je dag begint, hoe je cappuccino smaakt, hoe je naar je eigen lichaam kijkt alsof het plots een appartement is waarin iemand anders huurloos is ingetrokken.
Vandaag PSA laten prikken
van 0.69 naar 0.72
Op zes weken tijd. Een minieme stijging, zegt het verstand. Statistisch verwaarloosbaar, zegt de arts. Binnen de meetfout, fluistert het laboratorium bijna verontschuldigend.
Het verstand knikt. Zegt: rustig blijven. Zegt: lage tumoractiviteit. Zegt: trage kinetiek. Zegt: nog tijd. Nog ruimte. Nog marge.
Het verstand is een keurige ambtenaar. Het draagt een brilletje, houdt dossiers bij, schuift grafiekjes over tafel en spreekt in volzinnen zonder emotie. Het is betrouwbaar gezelschap. Ik heb er al veel aan gehad.
Maar dan is er het gevoel.
Dat zit niet aan tafel. Dat leunt tegen de deurpost, armen gekruist, en kijkt zwijgend toe. Tot het plots zegt: ja maar. Ja maar er groeit wel iets. Ja maar het zit in mij. Ja maar ik kan er niet bij. Ja maar ik moet wachten. Ja maar straks is het te laat. Ja maar jij kunt dat allemaal wel uitleggen, maar ik moet ermee slapen.
Het gevoel heeft geen grafiek.
Het heeft een buik.
En in die buik zit het besef dat mijn lijf geen stilstaand meer is, maar een vijver waarin ergens, diep onder het oppervlak, iets zachtjes zijn rondjes trekt. Nog klein. Nog traag. Nog beheersbaar. Maar niet stil.
Het verstand zegt: je hebt dit spel al vaker gespeeld. Je weet hoe het gaat. Eerst een lichte stijging. Dan een scan. Dan een paar lichtgevende puntjes. Dan een gerichte straal. Dan zakt alles weer netjes terug. Zo schuif je de grote behandelingen vooruit, maand na maand, jaar na jaar. Strategie. Beleid. Tactiek.
Het gevoel zegt: wachten is machteloosheid.
Wachten is toekijken hoe iets groeit dat jij niet ziet.
Wachten is vertrouwen op timing.
En timing is geen exacte wetenschap, maar een gok met een witte jas.
En zo zitten ze daar, elke avond.
Het verstand met zijn rekenmachine.
Het gevoel met zijn knoop in de maag.
Ik luister naar allebei.
Ik kan het verstand niet missen.
Ik kan het gevoel niet wegdenken.
Dus voorlopig laat ik ze allebei maar praten.
Reactie plaatsen
Reacties