Oogdruppels

Gepubliceerd op 2 februari 2026 om 13:16

Ten huize van Mr willy wordt dus gewerkt aan liefde. Aan toewijding. Aan huwelijksonderhoud in zijn meest zuivere vorm: oogdruppels.

Want kijk, Mevr willy is gelukkig. Echt waar. Ze wordt graag vertroeteld. Kleine dingen. Zorg. Aandacht. Handelingen die zeggen: ik zie u. En niets zegt dat sterker dan iemand die met een ernstig gezicht boven je hangt en met vaste hand druppels in je oog laat vallen, terwijl jij prinselijk uitgestrekt in bed ligt alsof je zo meteen geportretteerd wordt door Rembrandt.

Ze heeft dus een cataractoperatie gehad. Geslaagd. Nieuwe lenzen. Heldere kleuren. Heel heldere kleuren. Zó helder zelfs dat Mr willy er in haar ogen ineens een pak knapper uitziet, wat mooi meegenomen is en hopelijk blijvend. Ook de gang bleek plots een heel ander blauw dan gedacht. Niet fout, gelukkig. Want één verkeerde conclusie en Mr willy had hier naast druppelaar ook zijn oude carrière als huisschilder mogen heropnemen.

Maar goed, het blijft bij druppelen. Drie soorten. Eén ervan bevat zelfs dexamethason. Maakte me even wat ongerust. Dexa, da’s toch iets voor kankerlijers? Niet dus. Blijkbaar is dat spul veelzijdiger dan gedacht. Nou ja, ook Trump heeft het een keer gehad. Alhoewel, da’s ook een kankerlijer, zij het dan van een heel andere soort.
Drie soorten druppels dus, vier keer per dag. Met telkens minstens een kwartier ertussen, want anders werkt het niet, of werken ze té goed, of botsen ze, of krijgen ze ruzie — ik weet het niet precies, maar de oogarts keek streng, en daar ga je niet tegenin.

Gevolg: Mr willy wordt twaalf keer per dag opgetrommeld. Niet zachtjes. Nee. Met autoriteit. Vanuit een bed boven, terwijl hij beneden aan zijn pc zit te tokkelen, verdiept in gewichtige zaken zoals blogs, het forum, Madelijn die de wereld moet redden of gewoon iets eenvoudigs, zoals het zorgvuldig verplaatsen van een komma.

De slaapkamer is boven. Veertig trappen. Veertig. En dat twaalf keer per dag. Plus nog een paar extra’s omdat je sowieso wel iets vergeten bent. Reken maar uit. Dat zijn zeshonderd trappen per dag. Zeshonderd. Een hele maand lang. Op en neer. Zonder medaille. Zonder applaus. Hoogstens een “zo, die was raak” wanneer de druppel netjes landt.

Ik ben dus geen mantelzorger. Ik ben een menselijke traplift. Een liefdevolle sherpa. Een huwelijkspartner met kuiten waar een rucker jaloers op zou zijn.

En alsof dat nog niet volstond, moest ik op het einde ook nog mijn bril afgeven. Haar oude bril werkt niet meer met die nieuwe oogjes van haar, maar die van Mr willy is blijkbaar perfect.
Dus hup, weg bril.
Nou ja. Liefde is blind, zeggen ze.

En soms blijkbaar ook een beetje slechtziend.