Minderjarig

Gepubliceerd op 5 februari 2026 om 17:03

Minderjarig. En dan?

Ik lees het artikel nog eens. En nog eens.
Drie minderjarigen steken een jongen van 15 in brand in Anderlecht. Toestand zorgwekkend.
Zo’n zin die blijft haken. Niet omdat hij zo literair is, maar omdat hij zo koud is. Zo administratief bijna. Alsof het over een kapotte straatlamp gaat. Of een omleiding.

Een jongen van vijftien. In brand gestoken. Niet geslagen. Niet bedreigd. In brand.
Dat is geen ruzie die uit de hand loopt. Dat is geen puberale domheid. Dat is een grens die je niet per ongeluk overschrijdt.

En dan dat woord. Dat verdomde woord.
Minderjarig.

Het staat er alsof het een verzachtende omstandigheid is. Alsof het iets uitlegt. Alsof het zelfs maar íets goedmaakt.
Drie minderjarigen. Pfff. Alsof dat plots maakt dat mijn maag minder omdraait.

Nou wil ik dus helemaal niet pleiten voor middeleeuwse straffen. Ik geloof ook niet dat je van jongeren betere mensen maakt door ze meteen levenslang op te sluiten en de sleutel weg te gooien. Dat is het punt niet. Het punt is dit: er is iets fundamenteel scheefgegroeid tussen wat iemand doet en wat daar tegenover staat.

Wie iemand in brand steekt, weet wat vuur doet.
Dat leer je niet op je achttiende. Dat weet je als kind. Vuur is pijn. Vuur is vernietiging. Vuur is onomkeerbaar.

En toch blijven we hier doen alsof leeftijd alles relativeert. Alsof minderjarig zijn een soort morele airbag is. Botsing? Geen probleem. De klap wordt wel opgevangen. Door wie, dat zeggen we er niet bij.

Door het slachtoffer alvast niet.

Die jongen ligt in het ziekenhuis. Zorgwekkend, staat er. Dat woord ken ik. Dat woord gebruiken dokters tegen ons wanneer ze hun zinnen zorgvuldig kiezen omdat de waarheid te groot is om ineens te zeggen. Zorgwekkend betekent: dit kan alle kanten uit. Dit kan levenslang zijn.

En ondertussen begint het juridische verhaal. Gesloten instelling. Begeleiding. Hersteltraject. Evaluatie. Woorden waar geen vuur in zit. Woorden zonder geur van verbrande huid. Woorden die proper blijven.

En begrijp me niet verkeerd: begeleiding is nodig. Psychiatrische opvolging ook. Natuurlijk. Maar waar is de erkenning van de ernst? Niet in theorie, niet in beleidsnota’s, maar voelbaar. Tastbaar. Concreet.

Want wat zeggen we hier eigenlijk tegen de wereld?
Dat wie jong genoeg is, gruwelijk mag ontsporen zonder echte consequenties? Dat je daden weliswaar “zorgwekkend” zijn, maar juridisch toch vooral “leerzaam”?

Ik probeer me voor te stellen hoe je dit uitlegt aan die jongen. Of aan zijn ouders.“Ja kijk, uw zoon is zwaar verminkt, maar de daders zijn nog in ontwikkeling.”
Hou toch op.

Er zit iets dieps fout wanneer ons rechtssysteem rationeel klopt, maar moreel leeg aanvoelt. Wanneer alles netjes verklaard is, maar niemand het gevoel heeft dat er recht is gedaan. Dan krijg je geen rechtstaat, dan krijg je cynisme. Woede. Afstand.

En misschien is dat wel wat me hier het meest frustreert: niet alleen wat die knullen gedaan hebben, maar dat wij er als samenleving zo machteloos bij staan te knikken. Met begrip. Met nuance. Met procedures.

Alsof geweld iets is wat je kan oplossen met correcte terminologie.

Nee. Sommige daden zijn zo extreem dat ze een heldere reactie vragen. Niet per se harder. Wel duidelijker. Eerlijker. Zonder dat automatische excuus: ze zijn nog jong.

Want jong zijn betekent niet dat je geen verantwoordelijkheid draagt. Het betekent alleen dat je die verantwoordelijkheid blijkbaar nog altijd niet durft te benoemen.

En zo blijft het knagen. Niet alleen aan mij, maar aan iedereen die nog een beetje gevoel heeft voor proportie.

Wat voor wereld dit is?
Eén waarin vuur sneller oplaait dan rechtvaardigheid.