Opgeraapt

Gepubliceerd op 9 februari 2026 om 19:42

Soms moet je een les niet uit een boek halen, maar uit je eigen vel laten snijden.
Gisteren was zo’n dag.

Ik steek hier wel vaker de loftrompet af over het forum. Over die bende kankerlijers die, ondanks alles wat er mis is met hun lijf, toch nog energie vinden om elkaar op te rapen wanneer iemand dreigt om te vallen. Dat klinkt dan mooi, bijna als een slogan, iets wat je zegt omdat het zo hoort.
En gisteren, gisteren dreigde ik om te vallen en hebben ze mij opgeraapt. 

Want de laatste dagen had ik het enorm moeilijk
De dood van Timo, die een leegte achterlaat die ik niet kan vullen met woorden.
De thuissituatie,  liefde genoeg, maar soms gewoon te weinig is om samen dat kankerspook in de ogen te kijken.
En dan dat blog van gisteren, dat als een steen in mijn eigen vijver viel en alle modder naar boven haalde.
Ik zat erdoor, helemaal erdoor. Zo’n stille, grauwe neerslachtigheid die zich rond je schouders legt en daar blijft hangen als een natte jas die je niet uit krijgt.

En toen kwamen de reacties.

Gewoon warme woorden, kleine gebaren, herkenning, medeleven, een paar zachte duwtjes in de rug. Maar wel zoveel, en zo oprecht, dat het bijna gênant werd om nog in die depressie te blijven zitten.
Je zou er inderdaad van gaan huilen. En dat is dus ook gebeurd. Niet dramatisch, geen violen op de achtergrond, maar gewoon zo’n stille brok in de keel waarbij je beseft: verdomme, ik sta hier toch niet alleen te spartelen.

Voor het eerst heb ik echt, lijfelijk, ondervonden hoe heilzaam dat forum is.
Niet als idee. Niet als theorie. Maar als iets dat je rechtzet wanneer je scheef begint te zakken.

Dus bij deze: dank u. Echt. Aan iedereen die reageerde, een woordje schreef, een duimpje gaf of gewoon even bleef hangen bij dat blog. Het heeft gewerkt. De depressie heeft een tik op haar neus gekregen en is voorlopig weer een stukje achteruit gekropen in haar hok.

En ja, jullie beloften maken schuld.

Dus als ’t God belieft — of de witte jassen, want tegenwoordig hebben die toch het laatste woord — dan richt ik op mijn laatste levensdagen een Kamanido in. Gewoon daar, in het ziekenhuis.
Ze moeten maar een zaaltje vrijmaken tussen de infuusrekken en de rolstoelen. Misschien een koffiezetapparaat in de hoek, een bordje met “Verboden te sterven tijdens de bijeenkomst” en een paar stoelen die piepen wanneer je gaat zitten.

En daar verwacht ik iedereen die gisteren gereageerd heeft.
Niet in galakledij, hoor. Gewoon zoals je bent. Met je littekens, je humor, je vermoeidheid en je rare bijwerkingen.

Ik zal de cappuccino wel regelen.